Lokaal Bestuur
Toegankelijker maken minimaregelingen – ‘Dat is in ieder geval minder bureaucratie’
Bijstandsgerechtigden raken verstrikt in een woud van bureaucratie als ze op zoek gaan naar regelingen waar ze recht op hebben. Daarbij krijgen zij ook nog te maken met maar liefst achttien instanties die over deze regelingen gaan. Het besef dat de regelingen – ook voor andere minima – veel makkelijker bereikbaar moeten zijn, lijkt overal steeds meer door te dringen. Is dit nieuwe inzicht de opmaat naar een werkelijk toegankelijker systeem? We spraken erover met Mark Lauriks, Rosalie Bouwman en Willie Oort.

Als je stress en financiële problemen hebt, dan is het lastig alles te begrijpen wat er wordt gemeld en wat er in alle boekjes staat die je mee krijgt.’

Rosalie Bouwman

Raadslid, woordvoerder armoedebeleid in Amstelveen


Jij hebt zelf een bijstandsuitkering gehad, herken je de analyses over de complexiteit?

‘Ik ervaarde geen wantrouwen vanuit de overheid, maar vooral vanuit mezelf richting hen. Ik had veel vragen: wat gaan ze doen met alle informatie die ik geef, wanneer moet ik het terugbetalen. Kan ik wel vrijuit spreken? Wel vond ik het pittig om mijn bankzaken te delen, inclusief al mijn uitgaven. Dat was persoonlijk. Dat moeten bespreken met ambtenaren voelde absoluut niet fijn.’

Hoe kijk je nu naar ‘de overheid’?

‘Hoe ik de overheid nu zie, is echt een wereld van verschil met die periode. Ik voelde me afhankelijk en wist niet zeker of de gemeente wel te goeder trouw was, of die niet tegen je kon werken bijvoorbeeld. Achteraf had ik opener moeten zijn over mijn situatie, omdat ze dan beter kunnen helpen. Dat je met veel instanties in aanraking komt, herken ik. Ik vond het overweldigend. Je moest ontzettend veel acties uitvoeren. Papieren aanleveren, formulieren invullen, cursussen volgen, matchingsgesprekken, terwijl je in een situatie zit waarin je ook wat rust nodig hebt. Ik had heel veel stress. Ga je dan zeggen dat je je niet fit voelt? Moet je dan ineens in de ziektewet? Ik was bang dat ik het verkeerde zou zeggen en dat dit nadelig zou uitpakken. Maar als je open bent, kunnen ze je beter helpen.’

Wist je van het bestaan van alle regelingen waar je recht op had? En zo nee, werd je daar wel op gewezen?

‘Nee, dat wist ik helemaal niet. In de gesprekken werd ook niet gemeld hoe het bijvoorbeeld werkte met de bijzondere bijstand. Of trouwens, misschien wel. Maar als je echt stress en financiële problemen hebt, dan is het lastig alles te begrijpen wat er wordt gemeld en wat er in alle boekjes staat die je meekrijgt. Alles is al snel te veel.’

Moest je in Amstelveen ook een bepaalde houding laten zien om goed te worden geholpen?

‘Dat zou kunnen, maar tegen mij waren ze vriendelijk en behulpzaam. Ik werd snel gebeld, er was veel contact. Wel waren er soms wisselingen bij de medewerkers, maar dat is onvermijdelijk. Ook zijn ze nu bezig om de website te vereenvoudigen, de wethouder zet daar nu groots op in.’

Hoe pakt Amstelveen de aanvraagprocessen verder aan?

‘Het is belangrijk dat je informatie op een makkelijke manier kunt vinden. We hebben raadsgesprekken gehad over minimaproblemen, om in kaart te brengen wat er allemaal beter kan. Er worden nu echt grote stappen gezet. Ik vind dat Amstelveen het goed doet.’


‘Wij begonnen een onderzoek en ontdekten dat het echt schokkend was hoe mensen werden bejegend.’

Willie Oort

Fractievoorzitter in Oude IJsselstreek


Oude IJsselstreek zat in een samenwerkingsverband dat bedoeld was om regels te versimpelen. Maar dat ging niet helemaal goed?

‘Wij zijn daar uitgestapt omdat de manier van werken ten hemel schrijend was. Laborijn is een samenwerkingsverband van vier gemeentes die opereerde vanuit Doetinchem. We kregen signalen dat er veel misging.’

En toen kwamen de Rooie Vrouwen in actie?

‘Klopt. Wij begonnen een onderzoek en ontdekten dat het echt schokkend was hoe mensen werden bejegend. Daarop zijn de vier gemeentes in de actiestand geschoten en lieten door Berenschot een eigen onderzoek doen. De conclusie daarvan was dat het zelfs nóg een graadje erger was dan wij al dachten. Naar aanleiding daarvan is de gemeente Oude IJsselstreek uit de samenwerking gestapt en richtte het een eigen werkbedrijf op. Alles wat met uitkeringen te maken heeft doen we nu weer zelf.’

Wat ging er bijvoorbeeld mis?

‘Uitkeringen werden soms niet of te laat verstrekt. De administratie was niet op orde, medewerkers wisten niet van elkaar wat ze hadden gedaan en er werd voortdurend om informatie gevraagd die allang was verstrekt. Ook werden mensen gedreigd dat uitkeringen zouden worden gestopt als er een klacht zou worden ingediend. Er waren veel onaangekondigde huisbezoeken, middeleeuwse situaties. Dus dat moest anders.’

Gaat het nu beter?

‘In Oude IJsselstreek wel ja. Er is een visie opgesteld die uitgaat van vertrouwen en naast de mensen staan, het weer op weg helpen van mensen naar werk of een maatschappelijke baan. Ieder mens is uniek en mag er zijn. Het college heeft in december besloten om nieuw minimabeleid in te voeren. Daarbij is sprake van minder regels en meer duidelijkheid. Bij minimagezinnen is er vaak sprake van langdurende of zelfs blijvende armoede. De gemeente kan dan zelf initiatief nemen en deze aanvragen ambtshalve afwikkelen. Omdenken dus.’


‘Wij zorgen zelfs voor vooringevulde formulieren die ze alleen maar hoeven te ondertekenen. We zien dat daardoor het gebruik toeneemt.’

Mark Lauriks

Wethouder Bestaanszekerheid in Arnhem


Je hebt veel kennis, vaardigheden en zelfs een bepaalde houding nodig om hulp en erkenning van de overheid te krijgen. Niet zo gek dat mensen wantrouwend zijn?

‘Dat is helemaal niet gek. Toen ik net in Arnhem begon, wilde ik weten hoe het bij ons eigenlijk zat met bestaanszekerheid. Er bleken tal van regelingen te zijn waarmee je boven het sociaal minimum kon komen, maar het bleek haast onmogelijk om ze te krijgen. Ze waren allemaal heel ingewikkeld, het was echt een doolhof. Er was een regeling voor medische kosten, voor school, voor sport, voor alleenstaande moeders, voor je tanden, voor cultuur, enzovoorts. Maar eigenlijk moet je kijken naar de vraag wat iemand nodig heeft die niet kan rondkomen. Dat is in ieder geval minder bureaucratie!’

Op veel plekken wordt gewerkt aan versimpeling van de aanvraag voor verschillende regelingen. Is dat bij jullie ook het geval?

‘Daar zijn we nu ongeveer een jaar geleden mee begonnen. Het gaat allereerst om het versimpelen van aanvraagprocessen. Je moet bij wijze van spreken het buurthuis binnen kunnen lopen en weten dat het daar al uit je handen wordt genomen. De regelingen zelf moeten ook eenvoudiger. Die zijn vaak ingewikkeld dankzij goedbedoelde moties in de gemeenteraad, waardoor weer een aparte categorie voor een groep wordt gecreëerd. Dan krijg je dus dat er wordt gekeken naar hoe iemand in een van de meer dan dertig regelingen past, in plaats van dat er andersom wordt gekeken: wat heeft die persoon nodig?’

Is het niet lastig zo’n systeem aan te passen?

‘Ja, dat is super ingewikkeld. Je moet alle regelingen eigenlijk voorzichtig ontmantelen. Maar met die wil moet je wel door het systeem heen, anders ga je het alleen net wat makkelijker maken, of sneller. De hulp moet gewoon eenvoudiger zijn. Al die regeltjes die we hebben, komen voort uit een bepaald wantrouwen. We weten vaak precies waar iemand recht op heeft, volgens de regels. Maar je moet met de bril kijken hoe je iemand een waardig leven kunt geven.’

Per wanneer gaan inwoners er iets van merken?

‘Dat merken ze nu al. Er zijn bijvoorbeeld veel regelingen waar mensen wel recht op hebben, maar waarvan ze het bestaan niet kennen. Wij benaderen mensen die in aanmerking komen voor bepaalde regelingen pro-actief. We zorgen zelfs voor vooringevulde formulieren die ze alleen maar hoeven te ondertekenen. We zien dat daardoor het gebruik toeneemt. Ook hebben we de energietoeslag gehad, die in de uitvoering soms een ramp was. Maar je zag wel dat het veel deed voor de bestaanszekerheid van mensen. Er kwam een bedrag dat echt wat deed voor het inkomen. Een regeling die ervoor zorgt dat het inkomen hoog genoeg is, dát hebben we nodig. Het fundament, daar zit immers het echte probleem.’


In 2023 heeft het CLB onderzoek gedaan naar de gemeentelijke minimaregelingen. Gemeenten mogen dan wel niet aan inkomenspolitiek doen, invloed op de bestaanszekerheid van inwoners hebben ze zeker. Met de minimaregelingen zouden de gaten die vallen door de achterblijvende minimumlonen en uitkeringen gedeeltelijk gecompenseerd kunnen worden. Maar heeft dat pleisters plakken wel zin? Is het eerlijk dat je in de ene gemeente wel en in de andere geen inkomensondersteuning krijgt? Het volledige onderzoek kun je onderstaand downloaden, evenals een factsheet met de belangrijkste bevindingen en concrete tips om zelf mee aan de slag te gaan.


Afbeelding: Richard Brocken | ANP