Lokaal Bestuur
Vertrokken onbekend waarheen: het groeiende aantal spookjongeren

Je bent er wel, maar je bestaat niet op papier. Dat is het lot van de spookjongere. Deze term wordt gebruikt voor jongeren tussen de 18 en 27 jaar die niet geregistreerd zijn in de gemeentelijke basisadministratie. Ze staan bekend onder de afkorting VOW: vertrokken onbekend waarheen. En dat heeft grote gevolgen; want deze inschrijving is nodig om een zorgverzekering af te sluiten, toeslagen of uitkering te ontvangen of te kunnen stemmen. Hoe kun je als lokaal bestuurder opkomen voor deze onzichtbare groep?

Naar schatting zijn er in heel Nederland zo’n 10.000 jongeren die hier wel verblijven, maar niet in de gemeentelijke administratie staan. Ook in Deventer kennen ze het probleem. ‘Soms schrijven jongeren zich zelf bewust uit bij de gemeente, soms worden ze door hun ouders uitgeschreven’, legt raadslid Caroline Leget uit. ‘We zien dat de kostendelersnorm hierin een belangrijke rol speelt. Ouders ontvangen minder uitkering als hun zoon of dochter 21 wordt. Dat kan reden zijn om je uit te schrijven op het adres van je ouders. Soms zijn het ook jongeren die deurwaarders, leerplichtambtenaren of justitie willen ontlopen.’

Leget: De aanpak van spookjongeren moet een plek in ons preventief jongerenbeleid krijgen 

Leget vindt dat de gemeente jongeren niet zomaar zou moeten uitschrijven. ‘Als we kunnen voorkomen dat jongeren worden uitgeschreven, hebben we een belangrijke schakel te pakken om te voorkomen dat ze afglijden naar criminaliteit of radicalisering. Ik heb er onvoldoende zicht op hoe dat nu gaat bij de gemeente Deventer en daarom heb ik schriftelijke vragen gesteld aan het college hierover.’

De aanpak van spookjongeren past in een breder plaatje, zegt Leget. ‘Jongeren die zijn uitgeschreven, moeten we opsporen. Dan moeten we zorgen dat ze in ieder geval weer een briefadres krijgen om aanspraak te kunnen maken op voorzieningen. Dat kan een begin zijn om de zaak weer op de rit te krijgen. Deventer heeft een goed preventief jongerenbeleid. Jongeren die dat nodig hebben, krijgen hulp om economisch en sociaal zelfstandig te worden. De gemeente zet in op het behalen van een startkwalificatie en vervolgens het vinden van werk. We hebben een goede samenwerking in het onderwijs, en met straathoekwerkers in de wijken. Daar moet ook de aanpak van spookjongeren een plek in krijgen.’

Organisaties rond spookjongeren samenbrengen

Jaarlijks verdwijnt een groep van zo’n duizend Rotterdamse jongeren uit de gemeentelijke administratie. ‘Het college zegt dat er geen causaal verband is met de kostendelersnorm, maar ik vermoed wel dat daar een oorzaak ligt,’ zegt raadslid Narsingh Balwantsingh. ‘Dat zijn menselijke drama’s van ouders die het niet meer kunnen bolwerken.’

Ook andere oorzaken kunnen reden zijn om je als jongere uit te laten schrijven, denkt Balwantsingh. ‘Het is een moeilijke tijd voor jonge mensen om op te groeien, vooral als je geen stabiele omgeving hebt. Beland je dan in de criminaliteit of heb je deurwaarders achter je aan, dan wil je onvindbaar zijn.’

Rotterdam heeft een actief opsporingsbeleid voor spookjongeren, zegt Balwantsingh. ‘Voordat iemand wordt geregistreerd als “vertrokken onbekend waarheen” probeert de gemeente uitschrijving te voorkomen. De jongere ontvangt een brief of e-mail met het voornemen tot uitschrijving. Het duurt vier weken tot de gemeente overgaat tot daadwerkelijke uitschrijving en in die periode zoeken ze contact met de jongere. Ze proberen te bellen, te appen of zoeken via de omgeving contact om te kijken of er niet toch een adres is waarop hij kan worden ingeschreven.’

Balwantsingh: Als je 21 wordt, ben je op jezelf aangewezen

Balwantsingh is hier best wel over te spreken. ‘Ik vind het goed dat we deze aanpak hebben, maar we kunnen nog verbeteren in de contacten met andere organisaties, zoals het wijkteam en Veilig Thuis. Soms zijn jongeren bij de verschillende organisaties in beeld, maar weten de organisaties dat niet van elkaar. We moeten een communicatieknoop leggen rond de spookjongeren waarin we betrokken organisaties samenbrengen.’

Het beleid kent echt een blinde vlek, stelt Balwantsingh. ‘We hebben veel aandacht in ons beleid voor jonge kinderen, maar vanaf je 21e ben je op jezelf aangewezen. Dat is zo’n lastige periode in je leven, je bent nog volop aan het ontdekken wie je zelf bent. En juist in die periode zeggen we “je bent volwassen hoor, bekijk het maar”. Dat is voor sommige jongeren te vroeg.’

Lokaal creatief oplossingen zoeken

In Amersfoort zijn er zo’n honderd spookjongeren, vermoedt fractievoorzitter Harun Keskin. ‘Dat zijn jongeren die niet meer bij hun ouders ingeschreven staan, maar ook thuisloze jongeren. De kostendelersnorm is hier een belangrijke oorzaak van. Jongeren wonen thuis zonder ingeschreven te staan. Of ze slapen op de bank bij kennissen, maar schrijven zich daar niet in, vaak ook vanwege de kostendelersnorm.’

Keskin: ‘De kostendelernorm is hier een belangrijke oorzaak van’ 

De gemeente stuurt mensen zonder adres naar de daklozenopvang, zegt Keskin. ‘Maar dat is geen goede plek voor jongeren, dan glijden ze alleen maar verder af. Ik zit in een raadswerkgroep rond maatschappelijke opvang. We werken daarin met raadsleden van verschillende partijen aan dit thema. Een van de oplossingen waar we over praten is het aanbieden van Stadhuisplein 1 als briefadres om deze groep weer op weg te helpen.’

De Amersfoortse fractie heeft samen met de SP heeft de motie ‘Onder de pannen’ ingediend om soepeler om te gaan met de kostendelersnorm, en jongeren zo nodig in te schrijven op het Stadhuisplein 1 Amersfoort. ‘Vaak hebben de jongeren een plek om te verblijven, maar kunnen ze niet op dit adres worden ingeschreven, omdat de gastheer of -vrouw dan wordt gekort op de toeslagen. In een vertrouwde omgeving met een legitiem geregistreerd adres, kunnen de jongeren hun leven weer op de rit zetten. Lokaal proberen we dus creatief te zijn met de oplossingen, maar landelijk moet hier ook een stevige discussie in worden gevoerd.’

Vooraf informeren werkt

In Almelo stelde fractievoorzitter Arjan de Vries schriftelijke vragen aan het college over spookjongeren. ‘De antwoorden heb ik nog niet. We tasten in het duister over deze groep en dat voelt niet fijn. Hoeveel spookjongeren er in Almelo zijn weet ik niet, maar elke jongere die van de radar verdwijnt, is er één teveel.’

De gemeente kan hier een belangrijke rol inspelen, aldus De Vries. ‘Wij kennen onze inwoners. Je weet wie er 18 jaar wordt en ineens zelf de zorgverzekering moet betalen. Of wie er 21 wordt en mee gaat tellen voor de kostendelersnorm. Daar kun je inwoners mee helpen door ze vooraf te informeren. En je kunt alert zijn als jongeren rond die leeftijd worden uitgeschreven. Juist rond die cruciale momenten kun je als gemeente veel betekenen.’

De Vries: ‘Iedere jongere die van de radar verdwijnt, is er één teveel’ 

Het college van burgemeester en wethouders in Almelo loopt over van ambitie en probeert alles goed in de tang te krijgen, zegt de Vries. ‘Ze hebben de mond vol over zelfstandigheid en participatie. Dan hoop ik dat ze ook oog hebben voor de andere kant van de medaille als het om zelfstandigheid gaat, en kwetsbare mensen gaan helpen. Dat kan door jongeren op te sporen en samen oplossingen te zoeken, bijvoorbeeld in de vorm van schuldsanering of het behalen van een startkwalificatie. Zo kun je de angst wegnemen en zorgen dat ze weer boven de radar durven te leven.’

Eerst de jongere, dan de regels

Tweede Kamerlid Gijs van Dijk wil het probleem van de spookjongeren oppakken in de breedte van de participatiewet. ‘Het gaat mis als jongeren van school gaan. Vaak zijn het jongeren die komen van het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs. Eerder was de Wajong een vangnet voor deze groep; de Wajong bood financiële ondersteuning en zorgde dat de jongeren in beeld bleven bij de gemeente. We hoopten dat de jongeren zouden doorstromen naar werk, maar in de praktijk lukt dat niet. Een deel van deze groep verdwijnt van de radar en duikt pas weer op als ze in contact komen met de politie of dakloos zijn. Dat moeten we voorkomen. Dat kan door bijvoorbeeld een zorgplicht bij het onderwijs of de gemeente neer te leggen zodat de jongeren in beeld blijven.’

In de tussentijd kunnen gemeenten de ruimte pakken die de wet al biedt, geeft Van Dijk aan. ‘Kijk als gemeente eerst naar de mens en dan naar de regels. Als je de regels ruim interpreteert kun je veel doen. Help mensen weer op de rit te komen; organiseer bijvoorbeeld een briefadres zodat een jongere zich kan inschrijven. En zorg dat de gemeentelijke afdelingen goed samenwerken. Het heeft geen zin als de ene afdeling de uitkering kort in verband met de kostendelersnorm, als de andere afdeling daarna de schade kan repareren.’

Zelf ook iets de spookjongeren in jouw gemeente helpen? De schriftelijke vragen uit Almelo vind je hier.

 

Afbeelding: Studio Oostrum | Hollandse Hoogte