Lokaal Bestuur
Hooggespannen verwachtingen, teleurstellende resultaten: vijf jaar decentralisaties

Het sociaal domein stagneert, concludeert het SCP. Gemeentelijke regelingen bewerkstelligen niet de resultaten en kostenbesparingen waarop gehoopt werd. Vier lokale bestuurders vertellen over hun praktijk.

Het is december 2014 wanneer Jetta Klijnsma glasbedrijf Avabel bezoekt. De toenmalig staatssecretaris bezoekt het Duivense bedrijf in het kader van de Participatiewet, die een maand later in werking zou treden. Klijnsma: ‘Hier werken mensen die nog niet zo lang geleden in de bijstand zaten of een Wajong-uitkering hadden. Nu worden ze hier begeleid. Ik wil dat meer mensen uit de bijstand en Wajong straks een goede plek krijgen.’ 

Want dat was het idee achter de Participatiewet. De wet voegde drie aparte regelingen samen (de Wajong, de Wet werk en bijstand en de Wet sociale werkvoorziening) en moest ervoor zorgen dat mensen die onder een dergelijke regeling vielen, voortaan zoveel mogelijk in een reguliere baan zouden gaan werken.

De werkelijkheid bleek weerbarstiger, constateerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in 2019. Voor mensen met een bijstandsuitkering werd de kans op een baan nauwelijks groter, voor gehandicapten die onder de oude regelingen in aanmerking zouden zijn gekomen voor een baan bij de sociale werkplaats daalde de kans op werk zelfs. Alleen jonggehandicapten bleken vaker werk te hebben, maar ook een lager inkomen. ‘Ondanks enkele positieve resultaten’, schreef het SCP, ‘moeten we concluderen dat de Participatiewet nog flink wat werk behoeft om succesvol te zijn.’ 

Het sociaal domein is volgens het SCP ‘gestagneerd’

De invoering van de Participatiewet in 2015 was onderdeel van een groter proces van ‘decentralisaties’: de overheveling van taken van het Rijk naar gemeenten. Naast werk en inkomen, werden gemeenten verantwoordelijk voor zorg aan langdurig zieken en ouderen, en jeugdzorg. Hiertoe werden de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet in het leven geroepen. Gemeenten zouden beter in staat zijn vroegtijdige (lichte) hulp te bieden en gemakkelijker samen kunnen werken op de drie terreinen van het zogeheten sociaal domein.

Vijf jaar later is het sociaal domein ‘gestagneerd’, schrijft het SCP in een rapport gepubliceerd in november 2020. De deelname van mensen met een beperking aan de samenleving nam niet toe, er zijn nog steeds ‘knelpunten’ in de jeugdzorg en ook de kansen op werk voor mensen met een arbeidsbeperking verbeterden nauwelijks. De verwachtingen van de decentralisaties waren volgens het SCP ‘te hoog gespannen’. 

Hoe kijken lokale PvdA-bestuurders aan tegen deze verwachtingen en de SCP-conclusies? En zien zij nog perspectief in het sociaal domein zoals nu ingericht? Vier wethouders vertellen.

Verwachtingen

‘De decentralisatie-wetten gaan allemaal uit van een zeker positief mensbeeld. De zelfredzaamheid van de doelgroep, maar ook de bereidheid tot hulp van de samenleving werd heel rooskleurig ingeschat,’ zegt Floor Roduner, wethouder in Haarlem. ‘Mensen hebben meer ondersteuning nodig dan waar toen vanuit werd gegaan en waarop gehoopt werd.’ 

Volgens Roduner waren de wetten, tot stand gekomen toen er ‘flink bezuinigd’ moest worden, allemaal ‘optimistisch bedacht’: er zou minder zorg en daardoor minder geld nodig zijn. ‘Maar die zorg is nog steeds hartstikke nodig. We hebben dus een grotere verantwoordelijkheid, maar moeten het oplossen met minder geld.’

Roduner: We moeten het oplossen met minder geld

In de verwachting dat gemeenten de taken goedkoper konden uitvoeren, werden bij de decentralisaties direct bijbehorende budgetten gekort. Het SCP schrijft echter dat gemeenten ‘minder mogelijkheden’ hebben het goedkoper te doen dan vooraf gedacht werd. En dus komen wethouders geld tekort.

‘Je ziet dat het verhaal is gestart met extreem hoge verwachtingen,’ vertelt de Langedijkse wethouder Marcel Reijven. ‘Het inlossen van die verwachtingen kost tijd. In de eerste fase hebben we ons geconcentreerd op het uitvoeren de nieuwe taken. We hebben nog te weinig kunnen kijken naar hoe alles zich tot elkaar verhoudt.’ De wethouder zegt ‘serieus geld tekort’ te komen voor uitvoering van de Participatiewet. ‘Dat budget is van € 4.500 per jaar per uitkering teruggegaan naar € 1.500. Dat is een forse korting, dat geld mis ik gewoon.’ 

In NRC ging Tweede Kamerlid Gijs van Dijk zo ver te stellen dat de Participatiewet ‘mislukt’ is. ‘Het mensbeeld erachter deugt niet: dat het je eigen verantwoordelijkheid is, als je geen werk hebt.’ In verkiezingsprogramma gooit de PvdA het roer om: de partij wil dat er 100 duizend overheidsbanen komen, waarbij mensen tegen het minimumloon aan de slag kunnen als beveiliger of speeltuinmedewerker.

Door het ijs

Ook in het Zeeuwse Kapelle en het Zuid-Hollandse Gouda herkennen de wethouders de conclusies uit het SCP-rapport terug in de praktijk. ‘Ik kan niet anders dan bevestigen dat die conclusies ook voor Gouda gelden. De hoofddoelstellingen van die wetten worden niet 100% gehaald, en dat is eufemistisch uitgedrukt,’ zegt Goudse wethouder Rogier Tetteroo.

De verwachte kostenbesparing blijkt bijvoorbeeld in de Jeugdzorg lastig klaar te spelen. Tetteroo: ‘Preventiemaatregelen moesten het beroep op andere, zwaardere zorg verlagen. Maar wat we hier zien is dat preventie een op zichzelf staand zorgproduct geworden is.’ 

Evertz: Regionaal kun je heel veel regelen, als kleine gemeente veel minder

Wethouder Annebeth Evertz heeft het in de Kapelse gemeenteraad al eens eerder gezegd: het Rijk heeft ‘onverantwoorde financiële risico’s’ bij gemeenten gelegd. ‘Ik ben helemaal niet zo sceptisch over decentralisaties, ik denk dat je regionaal heel veel kunt regelen. Maar complexere problematiek kun je alleen op dat niveau aan, niet in kleinere gemeenten. Daarop gaan we nu door het ijs zakken.’

Evertz heeft het dan voornamelijk over het toeleiden naar werk via de Participatiewet en het helpen van ‘multiprobleemgezinnen’. De expertise om dergelijke gezinnen op weg te krijgen heeft de gemeente simpelweg niet in huis en het inhuren van de juiste professionals kost geld. Evertz: ‘Daar gaat dan het grootste deel van het budget aan op, waardoor ik op hulp aan andere gezinnen moet bezuinigen. Het zou helpen als het Rijk over die complexe gevallen weer de regie zou nemen.’

Flexibilisering

Ondanks de kritiek op en nadelen aan de decentralisaties, zien de wethouders een aantal aanknopingspunten waarmee verder gewerkt kan worden. Zo ziet de Haarlemse wethouder Roduner het organiseren van zorg ‘dicht op de bewoners’ als goed uitgangspunt. ‘De verantwoordelijkheid biedt bovendien kansen om tot een beter aanbod te komen en samenhang te creëren tussen verschillende groepen.’

Ook Reijven denk dat er alsnog ‘slagen’ gemaakt kunnen worden in het sociaal domein. ‘Maar stop met de schotten tussen de verschillende wetten. Zorg ervoor dat bijvoorbeeld geld uit de Wmo ook ingezet kan worden aan ondersteuning op de werkvloer.’ Wat betreft jeugdhulp wil de Langedijkse wethouder blijven investeren in preventie. ‘Hoe eerder we erbij zijn aan de voorkant, des te meer ik aan de achterkant kan besparen.’

Tetteroo: Ook met een verbeterde Participatiewet los je het probleem van de flexibele arbeidsmarkt niet op

Wethouder Tetteroo is terughoudend. ‘De verleiding is groot om te zeggen: wij gaan het oplossen. Die neiging kunnen wij PvdA’ers nog weleens hebben. Ik zou het jammer vinden als we al onze energie nu zouden steken in het laten slagen van de Participatiewet alleen, terwijl we de echte weeffout in de arbeidsmarkt niet dichten. Dan kunnen we nog 20 SCP-rapporten verwachten. We hebben een veel bredere arbeidsmarktdiscussie nodig, waarin we bijvoorbeeld met elkaar moeten bepalen of we het acceptabel vinden dat een 55-jarige fulltime door de stad moet crossen om eten te bezorgen voor zijn levensonderhoud, en dan nog niet de eindjes aan elkaar kan knopen? Wat gaan we doen aan die enorme flexibilisering?’ 

Die flexibilisering heeft een grotere groep mensen kwetsbaar gemaakt, denkt wethouder Roduner. ‘Corona laat zien dat mensen die we niet zagen als kwetsbaar, toch heel kwetsbaar zijn. Zo hebben duizenden Haarlemmers een TOZO-aanvraag gedaan.’ 

‘Het is essentieel dat we dit soort signalen blijven geven’, zegt Tetteroo. Wethouder Reijven sluit zich daarbij aan. ‘We moeten kennis en informatie blijven delen. Het lijkt soms wel alsof we overal afzonderlijk het wiel aan het uitvinden zijn. Maar het wiel bestaat al. We moeten ons nu gaan buigen over de grootte van de band.’ 

 

Bijschrift afbeelding: De FNV protesteert – coronaproof – tegen de misstanden in de jeugdzorg

Afbeelding: Robin Utrecht | ANP