Lokaal Bestuur
Samenwerking op links: valkuilen, vergezichten en kritische kanttekeningen

Na teleurstellende verkiezingen voor zowel de PvdA als GroenLinks werd de roep om intensievere samenwerking luider. Deze samenwerking kent vele verschijningsvormen: van met moties meer gezamenlijk optrekken in de raad en een tienpuntenplan tot combinatiefracties en een (landelijke) fusie. De mogelijkheden lijken onbegrensd, de obstakels en hindernissen zijn dat echter ook. Zeker op lokaal vlak.

 


Samen linkse politiek bedrijven klinkt heel aantrekkelijk en is dat ook, maar de Hilversumse praktijk is weerbarstig. ‘Vooropgesteld, de samenwerking tussen GL en de PvdA kan heel waardevol zijn. Ik kom oorspronkelijk uit Amsterdam en daar gaat het heel goed,’ zegt het Hilversumse commissielid Joop Lahaise. ‘Maar als ik naar mijn eigen gemeente kijk, dan ben ik wel teleurgesteld. GroenLinks zit in het college en wij niet. Ik realiseer me dat dat bepaalde verplichtingen met zich meebrengt, dus ik ga ze echt niet alles voor de voeten werpen, maar op het gebied van bijvoorbeeld de woningmarkt laat de wethouder ontzettend weinig ambitie zien. Als het gaat om het realiseren van voldoende sociale huurwoningen, is hij eerder een hindermacht dan een bondgenoot.’

Lahaise: Het Hilversumse college met GroenLinks is er voor de mensen die het toch al goed hebben 

En dat geldt helaas ook voor het sociaal domein, gaat Lahaise verder. ‘Daar zit weliswaar een lokale wethouder op, maar het college doet echt alleen het absolute minimum. De inkomensgrens voor minimaregelingen ligt op 120%, lager mag wettelijk gezien niet. De wethouder weigert pertinent een stap extra te zetten en krijgt daarbij geen tegengas van GroenLinks. De hoogte van de uitkering van de TONK is misschien wel illustratief: regionaal gezien zijn we heel karig. Alleen in de rijke VVD-enclave Laren is de uitkering lager.’

Het college is er vooral voor de inwoners die het toch al goed hebben, vindt Lahaise. ‘We zijn het aan de volgende generaties verplicht om te verduurzamen. Maar dan wel op een niet-elitaire manier. En juist daar schort het aan. Een simpel voorbeeld: het college heeft een mobiliteitsvisie ingediend. Daarin staat dat ze minder autoverkeer in de binnenstad willen en wat meer ruimte willen creëren voor fietsers en voetgangers. So far so good, zou je zeggen. Hef de parkeergarages op en klaar is kees, maar dat doet het college niet. Het centrum wordt ook niet autovrij gemaakt. Nee, we maken het emissievrij. Kortom, voor de dikke lease Tesla’s wordt de rode loper uitgelegd, maar de oma met de Canta uit de jaren zestigwijk komt het centrum niet meer in.’

Bekiften

Diametraal tegenover sceptische partijleden als Lahaise staan de ondertekenaars van het Rood Groene manifest. Een van hen is Steven Kroon, oud-wethouder en tegenwoordig fractievoorzitter in Doetinchem. ‘Mijn beide opa’s waren SDAP’ers, die draaien zich om in hun graf’, lacht Kroon. ‘Maar ik denk dat samenwerking goed is voor de sociaal-democratie in Nederland.’

Kroon is het onder meer ‘ontzettend eens’ met de roodgroene stelling dat het voorbij zou moeten zijn met de noodzaak als linkse partijen te concurreren. ‘Rutte en Wilders, die denken fundamenteel anders. Waarom blijven wij elkaar dan bekiften? We vergroten de kleinste verschillen met onze bloedbroeders uit, terwijl de werkelijke vijand ergens anders zit en in zijn vuistje lacht.’

Kroon: ‘We vergroten de kleinste verschillen met onze bloedbroeders, terwijl de werkelijke vijand ergens anders zit’ 

In zijn Doetinchem ziet Kroon hetzelfde mechanisme aan het werk. GroenLinks zit in de gemeente in de coalitie, de PvdA in de oppositie. De jaren dat de PvdA in de coalitie zat, was GroenLinks juist veroordeeld tot oppositie voeren. Ook in Doetinchem worden verschillen daardoor uitvergroot, terwijl de programma’s ‘heel dicht bij elkaar liggen’, zegt Kroon. ‘Daar komt nog bij dat GroenLinks het coalitiebelang nu in acht dient te nemen. Daardoor hebben ze weinig ruimte onze kant op te bewegen, zelfs als we het met elkaar eens zijn. VVD en CDA zijn de lachende derde.’

Samen in hetzelfde kamp terechtkomen zou aan dergelijke problemen een einde maken, maar die oplossing acht Kroon ‘te grillig’. ‘Daarom ben ik hartgrondig voor een fusie. Dan bedenken we een leuke naam, stappen we over egootjes heen en doen we het echt samen.’

Politieke verhoudingen

De politieke verhoudingen bemoeilijken ook de samenwerking tussen beide partijen in de gemeente Tilburg. Net als in Doetinchem zit de PvdA hier in de oppositie – GroenLinks zit in een college met D66, VVD en CDA. ‘Die positie in de coalitie bepaalt de houding van GroenLinks,’ zegt PvdA-raadslid Bea Mieris.

Mieris benadrukt de Tilburgse GroenLinks-fractie een ‘prima fractie’ te vinden, met ‘jonge, getalenteerde mensen’. ‘Maar het is ook een fractie van de grote lijnen en kaders, wat afwachtend en volgzaam. Daar staan wij tegenover in onze tweede periode als oppositiepartij. Wij zijn juist steeds kritischer geworden, proberen er altijd net iets meer uit te slepen. Dat is onze rol.’ Ook in Tilburg is GroenLinks juist gebonden aan coalitiebelangen. Mieris: ‘Zij hebben waarschijnlijk binnen het college al hun strijd gevoerd, en niet alles binnen kunnen halen.’ 

Mieris: ‘Kijkend naar de programma’s zie ik nauwelijks verschillen’ 

Mieris geeft het voorbeeld van het plan Wijkevoort, een bedrijventerrein dat het college aan de zuidwestkant van Tilburg wil ontwikkelen. Op het groene coulissenlandschap – een lappendeken aan perceeltjes – wordt mogelijk tot 80 hectare aan bebouwing toegestaan. GroenLinks is voor, wij zijn tegen. GroenLinks zou ook voor duurzaamheid, voor groen moeten zijn. Dat is pijnlijk en zorgt voor spanning.’

Ondanks deze spanning in de Tilburgse gemeenteraad is Mieris voorstander van intensievere samenwerking met GroenLinks. ‘Kijkend naar de programma’s zie ik nauwelijks verschillen. Dat is een kwestie van accenten anders leggen. Bovendien zijn we allebei zowel landelijk als lokaal wat kleinere partijen aan het worden. Stap over schaduwen heen en bundel alsjeblieft de krachten.’

Slagkracht

In de Noord-Hollandse gemeente Wijdemeren gebeurt het al. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 werken de PvdA en GroenLinks hier samen en ook bij de verkiezingen van 2022 zijn de partijen dat van plan. Nelleke Degenhart, oud-raadslid in Hilversum en nu commissielid namens de PvdA in Wijdemeren, denkt dat samenwerking uit nood werd geboren, omdat beide partijen klein waren: PvdA/GroenLinks bezet nu twee zetels in de raad. ‘Samen heb je toch wat meer slagkracht. Dat gold in Wijdemeren en zie je nu ook landelijk,’ zegt Degenhart. ‘Stop met elkaar beconcurreren en trek samen op.’

Dat je niet in één fractie hoeft te zitten om toch goed samen te werken, ziet het Noord-Hollandse duo-Statenlid en student politicologie Tim Wagelaar. ‘In de provincie is de energietransitie natuurlijk het thema. Daarin zie je zeker accentverschillen: wij kijken meer naar wat het betekent voor de mensen en hoe je windmolens op een goede manier inpast in het landschap, terwijl GroenLinks toch andere aandachtspunten heeft.’

In de provincie trekken GroenLinks en PvdA heel aardig samen op. ‘Maar niet altijd en dat is ook helemaal niet erg. Als het schuurt, dan moet je dat laten zien. Dat hoort bij politiek,’ vindt Wagelaar. ‘Of het verstandig is om samen te gaan in een fractie of als nieuwe partij, is denk ik heel erg afhankelijk van de lokale situatie. Je hebt gemeenten waar GL en PvdA altijd hetzelfde stemmen. Zeker als beide partijen dan met moeite een zetel halen en verder geen linkse concurrentie hebben, kan ik me voorstellen dat het heel logisch is om samen te gaan en de krachten te bundelen.’

Wagelaar: Juist door de goede samenwerking zie ik fusie niet zitten 

Maar in het algemeen geldt volgens de student politicologie: 1 plus 1 is niet automatisch 2, maar eerder 1,5. ‘Als ik kijk naar de provincie, waar wij 6 zetels hebben, GL 9 zetels heeft, en we in totaal drie gedeputeerden leveren, ben ik niet voor een fusie. Afzonderlijk hebben we voldoende slagkracht, dus waarom zou je?’

‘Het is volgens mij veel logischer om waar mogelijk inhoudelijk de samenwerking te zoeken, maar ook de verschillen, die er wel degelijk zijn, te koesteren. Zo heeft de kiezer wat te kiezen,’ denkt Wagelaar. ‘Dat geldt al helemaal op landelijk niveau, waar de verschillen nog groter zijn en de concurrentie op links en rechts bovendien enorm is. Ik zie niet in waarom een fusiepartij op de lange termijn meer slagkracht heeft dan de PvdA en GL afzonderlijk. Fusie heeft alleen zin als er geen electorale concurrentie op links en rechts is. Anders zullen teleurgestelde kiezers nog steeds naar links en rechts uitwijken en zit je na verloop van tijd met hetzelfde probleem. Alleen dan heb je maar één partij en ben je de kiezers die vroeger uit onvrede over de PvdA GL stemden of andersom kwijt.’

Lahaise kan zich daar grotendeels in vinden. ‘Samenwerking, hoe lastig ook, juich ik toe, maar ik ben mordicus tegen een landelijke fusie. Het is onnodig paniekvoetbal. Samengaan in een kleine gemeente als Wijdemeren snap ik goed, maar dat geeft ook zorgen over onze herkenbaarheid landelijk. Alleen al om die reden zie ik meer in lijstverbindingen én in duidelijk naar de kiezer toe gecommuniceerde samenwerking dan in fusie. Zorg dat je sterk bent als PvdA, vind je eigen krachten terug en wees trots op je ideologische veren. Daarbij vind ik op dit moment een flirt met de SP inhoudelijk logischer dan een samengaan met GroenLinks.’

Elkaar geen vliegen meer afvangen

Het Tilburgse raadslid Mieris denkt daar weer anders over. Zij vindt dat GL en PvdA inhoudelijk al behoorlijk dicht bij elkaar staan. Dat geldt landelijk, maar ook in haar eigen gemeente. ‘Ik heb in feite een hekel aan discussies met GroenLinks, want we zouden op een lijn moeten staan. We moeten samen optrekken. Straks zijn we twee kleine partijen en hebben we allebei niets in te brengen. Dan kunnen we veel beter gezamenlijk iets betekenen voor een groener en socialer Nederland. Natuurlijk ligt zoiets gevoelig: we zijn een partij met een rijke historie. Fuseren doet zeer, maar ik ben er wel voor.’

Ook Kroon denkt dat de inhoudelijke verschillen wel te overbruggen zijn. ‘Als je wil, is dat zeker mogelijk. Die verschillen zijn er. Wij zijn misschien wat te rood, GroenLinks wat te groen. Maar ik denk dat het noodzakelijk is tot elkaar te komen om wat in de melk te brokkelen te houden.’ Politiek is echter niet alleen inhoud: het gaat ook over poppetjes, historie, ego’s, DNA. Daar zou de schoen wel kunnen wringen, denkt Kroon. ‘Ik loop in de partij nu al jaren te lobbyen voor een fusie. De ego’s binnen de partij vormen het grootste probleem. Mensen moeten over hun eigen schaduw heen stappen. Dat is ingewikkelder dan onze twee partijprogramma’s in elkaar schuiven.’

 

Het is met de afbrokkelende steun voor links goed om het te hebben over samenwerking op links. Maar de samenwerking kent vele vormen en zal vooral ook inhoudelijk moeten worden vormgegeven. Laten we het gesprek dus vooral open en met respect voor elkaars meningen voeren. 

 

 

Afbeelding: Sem van der Wal | ANP