Lokaal Bestuur
Publiek eigendom, een grondbank en de vervuiler betaalt: genoeg aanknopingspunten voor provincies en waterschappen

Alleen al vanwege de linkse samenwerking is het conceptverkiezingsprogramma Samen voor een hoopvolle toekomst het lezen waard. Maar is het ook een mijlpaal? Gaan het rood en het groen vloeiend samen? En worden de vraagstukken in de provincies en waterschappen op de juiste manier geadresseerd?


Terecht dat publiek eigendom prominent naar voren komt

Inez Flameling

Statenlid in Zeeland


‘Ik ben blij met dit programma; het maakt duidelijke keuzes die soms behoorlijk radicaal zijn. Maar dat is ook nodig voor een leefbare toekomst. Wat ik heel sterk vind aan het verkiezingsprogramma is het idee dat veel zaken weer meer terug moeten komen in publieke handen, zoals het openbaar vervoer, het energiesysteem en de grond. Onze voedsel- en energievoorziening zijn te belangrijk om over te laten aan grote bedrijven. Publiek eigendom is de enige manier om écht te zorgen dat niet winstmaximalisatie voorop staat, maar zaken als leveringszekerheid, kwaliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid.  

Er zijn weinig sectoren die zo’n grote impact hebben op onze leefomgeving als de landbouw. Neem alleen al het feit dat een kwart van Nederland wordt gebruikt voor de zuivelproductie. En we bungelen onderaan in de EU als het gaat om oppervlak biologische landbouw. Een Nationale Grondbank vind ik dan ook een heel goed idee. De overheid moet haar grip op de landbouw terugkrijgen en dat kan het beste door eigenaar te worden van de grond. Herenboeren, Land van Ons en soortgelijke initiatieven verdienen steun en opschaling.  

Een punt van aandacht bij voedselgemeenschappen is wel dat ze toegankelijk moeten zijn voor iedereen. Mensen met een kleine beurs kunnen niet meedoen aan zoiets als de Herenboeren, omdat er een inleg van € 2000 wordt gevraagd. Als dus grond in pacht wordt gegeven aan dit soort gemeenschappen zou één van de voorwaarden moeten zijn, dat er een regeling is om ook mensen met lage inkomens in staat te stellen mee te doen. 

Het zal nog een uitdaging worden om de omslag naar een duurzaam landbouwsysteem op publieke grond te realiseren. Daarvoor zal intensief moeten worden samengewerkt met provincies, gemeenten en waterschappen. Goede samenwerkingsverbanden met- en voldoende steun voor lagere overheden is dan ook van groot belang.’ 


Goed dat er ook aandacht is voor het herstel in vertrouwen tussen overheden 

Rosalie Bedijn

Statenlid in Zuid-Holland


‘Herstel van vertrouwen, klimaatrechtvaardigheid en bestaanszekerheid. Dat zijn de kernthema’s uit het verkiezingsprogramma die me echt aanspreken en de kern goed samenvatten. Het verkiezingsprogramma ademt ook dat we samen de overheid zijn. Samen zijn we de politiek. De inwoner maakt het niet uit wie het oplost; als het maar wordt opgelost.

In dat opzicht is het belangrijk dat er aandacht is voor het herstel van vertrouwen. Niet alleen aan dat tussen overheid en inwoners, maar ook tussen overheden onderling. Want wat houden we elkaar soms bezig. De regelingen, geldstromen, overleggen en verantwoordingen tussen de verschillende bestuurslagen vliegen je om de oren. Natuurlijk omdat we van elkaar willen weten dat we de juiste dingen doen. Maar wat kost het een tijd en wat lijkt het vaak alsof we elkaar de maat nemen vanuit wantrouwen in plaats van samenwerken vanuit vertrouwen. Het is daarom heel mooi om te lezen dat er meer ruimte komt om rijksbudgetten te bundelen en in te zetten waar het belangrijk is.

Als Statenlid in een provincie met een enorm tekort aan betaalbare woningen ben ik heel blij met het hoofdstuk over wonen. De woningcorporatie staat weer aan de lat van volkshuisvesting en sociale huurwoningen zijn corporatiewoningen. Helemaal mee eens, maar ik lees ook “dat alle gemeenten zorgen dat minimaal 30% van hun woningvoorraad sociale huur is en vanaf daar bouwen we de sociale huurvoorraad verder uit.” Klinkt natuurlijk heel redelijk, maar mijn ervaring in de politiek is dat minimaal, maximaal wordt. En dat “het daarna voortbouwen” te vrijblijvend is.

Want laten we wel wezen: in Zuid-Holland komt alleen al 50% van de inwoners in aanmerking voor een sociale huurwoning. Laat dat dan de ambitie zijn. Ik overweeg om dit percentage met een amendement aan het verkiezingsprogramma toe te voegen. Tegelijkertijd zijn we er niet met percentages. De gemeente en provincie hebben te weinig instrumenten om voldoende betaalbare woningen af te dwingen bij nieuwbouw; daar zou echt verandering in moeten komen!’


We kunnen het tij keren 

Wilma de Boer-Leijsma

Statenlid in Utrecht


‘Mijn eerste reactie is enthousiast! Een mooi groen en sociaal programma, met echte stappen om het voor mensen die achterop geraakt zijn beter te maken. Na jaren van privatisering en liberalisering is Nederland een individualistische samenleving geworden, waardoor er te weinig focus is op de ander en het collectief belang. Tijd voor een omslag en dit programma kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.

Ik lees over eerlijker verdelen van de welvaart, een isolatie-offensief, 50% lokaal eigendom van hernieuwbare elektriciteit, een minimumloon van € 16, een OV-klimaatkaart en een gratis basisabonnement op de bibliotheek. Dat sluit allemaal mooi aan bij het gratis openbaar vervoer voor mensen met lage inkomens dat wij in de provincie Utrecht al hebben ingevoerd.

Als Statenlid met natuur en landbouw in de portefeuille schrik ik wel van het actieve uitkoopbeleid. In de provincie Utrecht kiezen we daar vooralsnog alleen voor bij hoge uitzondering. Maatwerk is nodig en de provincies moeten daar de vrijheid in blijven houden. Zij kennen immers de situatie in hun regio het beste. Alleen boeren ondersteunen, die nieuwe activiteiten ondernemen gericht op natuurherstel, zal deze beroepsgroep niet voldoende perspectief bieden. Een eerlijke boterham verdienen staat ook hoog in het vaandel van de PvdA en dat moet wat mij betreft ook gelden voor agrariërs.

De Grondbank kan positief werken. Dat biedt de mogelijkheid gericht te sturen op de inrichting van het landschap. Inzetten op subsidies uitsluitend voor bewezen innovaties, sluit daar goed bij aan. Koplopers dienen te worden beloond in plaats van te worden belemmerd door een wirwar van regels en voorwaarden.

Al met al een stemt het verkiezingsprogramma mij hoopvol. We kunnen het tij keren! Op naar een samenleving waar we weer met elkaar in verbinding staan, voor elkaar zorgen en op de overheid kunnen rekenen.’


Mooi, maar kan altijd beter

Simon Deurloo

DB-lid in Amstel, Gooi en Vecht


‘Het is een mooi programma geworden, maar het kan wel altijd beter. Als waterschappen zijn we al blij met de aandacht, maar dat er gesproken wordt van “Rijk, provincies en gemeenten” is natuurlijk te beperkt. Met alle klimaatopgaven hoort het “Rijk, provincies, waterschappen én gemeenten” te zijn.

Goed, dan de inhoud. Waterschappen moeten het recht krijgen om beslissingen over de ruimtelijke ordening van provincies en gemeenten op te schorten als deze het watersysteem schaden. Verder ben ik erg gecharmeerd van het idee dat de vervuiler van het water moet betalen. Maar de passage kan nog wat krachtiger door aan de zin “de zorgen voor strengere normen voor producenten die verantwoordelijk zijn voor medicijnresten, microplastics en chemische stoffen in het water” toe te voegen, dat “zij moeten meebetalen aan het verwijderen van deze stoffen uit het water”.

Ook de passage over water als levensbehoefte en instrument voor een rechtvaardiger wereld mag wat krachtiger. We schaffen de belasting op water af en maken een vast waterquotum voor iedere inwoner gratis. De kosten daarvoor worden opgebracht door al het water boven dat quotum duurder te maken.’


Afbeelding: Dirk Hol | ANP