Column
De week van de achterban

Er rust geen zegen op Rutte IV. Niet voor het land, niet voor Rutte zelf, niet voor Kaag en niet voor ons. Het debacle begon met de onderhandelingsnotitie van Ollongren over de functie elders voor Pieter Omtzigt. Het leidde tot een afgang via de zijdeur van de eerste twee verkenners, een afsplitsing binnen het CDA en een motie van afkeuring voor Rutte zelf. De tweede verkenners, Van Ark en Koolmees, lagen bij aanstelling al onder vuur als direct belanghebbenden en waren binnen een week vertrokken. Na het eindverslag van informateur Herman Tjeenk Willink, maakte Mariëtte Hamer haar opwachting en ging vol goede moed aan de slag.

In een ingewikkeld speelveld. Het nieuwe leiderschap van Kaag moeten we nog ontdekken, en de heren Rutte en Hoekstra denken dat ze de spelverdelers op het middenveld zijn.  Met eisen en met voorwaarden. Kaag en Rutte zijn geen match made in heaven. Klaver en Ploumen zetten daar een ander beeld tegenover, een beeld van respect en vertrouwen in de linkse samenwerking. Het zou een goede campagnestrategie kunnen zijn. Alleen wordt er nu onderhandeld. En weten we niet waarover. De proeve van de aanzet tot een regeerakkoord is nog steeds niet openbaar. Als lid van D66 zou dit gebrek aan transparantie dé reden zijn om per direct uit deze partij te stappen. En niet alleen daarom. Het optreden van minister Kaag rond Afghanistan is beschamend en biedt absoluut geen vertrouwen in een samenwerking waarin internationale solidariteit een waarde is.

In de pers waren de reacties op het aangekondigde onderhandelingsverbond net zo gemengd als de moties dat zijn op onze politieke ledenraad. Van het idee van positieve waardering om ‘iets’ te proberen, omdat je toch geen rol van betekenis zou kunnen spelen in de oppositie in een totaal versnipperde en overwegend rechtse kamer (Raoul du Pré), tot het oordeel van een triest circustrucje en de oproep ‘show some dignity, he is just not that in to you’ van Teun van de Keuken.

De politieke ledenraad bij ons en het ledengesprek van GroenLinks worden nauwlettend gevolgd door de parlementaire pers. Niet omdat ze begaan zijn met onze worsteling over wat een verstandige strategie is. Een worsteling die gaat over het leven van mensen wel of niet een stukje beter kunnen maken, op alle vlakken van de klimaatcrisis tot de woningnood. En tegelijkertijd gaat het over ons, over de vraag wat voor ons de beste manier is om onze idealen te verwezenlijken én onze rode familie te koesteren.

Daar is de pers niet mee bezig. Die heeft geheel haar eigen strategie om olie op het vuur te gooien, op basis van verdeel en heers en niet op basis van inhoud en motief. Af en toe lekt er wat uit de proeve. Vooral in relatie tot waarom iemand wel of niet enthousiast is. Segers die afhaakt omdat er dingen in zouden staan over ‘de laatste wil’, of ons enthousiasme over het klimaat. We weten het niet, we kennen de inhoud niet en als we De Volkskrant mogen geloven kennen onze onderhandelaars ook alleen de samenvatting van drie pagina’s.

We hoeven in dit gebrek aan openheid niet mee te gaan. We kunnen onze eigen koers varen, op basis van het ijzersterke verkiezingsprogramma onderhandelen, het koesteren van onze vriendschappen, in de wetenschap dat relaties tegenwoordig bijna nooit meer voor het leven zijn en vanuit een vereniging waar de leden zeggenschap hebben. Dat is onze kracht.


Afbeelding: Robin Utrecht | ANP

Bijschrift afbeelding: Na het debacle met het eerste verkennersduo Ollongren & Jorritsma en de korte carrière van het tweede duo Koolmees & Van Ark, werd Herman Tjeenk Willink informateur. Wie herinnert zich zijn eindverslag nog?