Lokaal Bestuur
Lokale linkse samenwerking: de positieve én negatieve uitschieters

Analyse uitslag van lokale linkse samenwerkingsverbanden


Het was een van de belangrijke thema’s deze verkiezingen: de progressieve samenwerking in het algemeen en die tussen PvdA en GroenLinks in het bijzonder. Deze verkiezingen hebben meer afdelingen in een vorm van samenwerking deelgenomen. Nieuw is dat niet: deze trend is al meerdere verkiezingen zichtbaar.


Wel is deze trend in een versnelling terecht gekomen door onder meer de lobby van Roodgroene toekomst en de nauwe samenwerking tussen de Kamerfracties van de PvdA en GroenLinks. Wanneer we naar de lokale samenwerking kijken, kunnen er meerdere motieven spelen om tot bundeling over te gaan. Bovendien kent de progressieve lokale samenwerking vele vormen. In deze analyse gaan we de verschillende motieven langs, zetten we de verschillende vormen van samenwerking op een rij én leggen we de uitslagen naast elkaar. Hoe doen de samenwerkingsverbanden het?

Motieven

In gemeenten waar linkse partijen tot de marge behoren zie je vaak dat gekozen wordt voor samenwerking. Samen sta je immers sterk, kun je wel een vuist maken en kan je wellicht de kans op coalitiedeelname vergroten. Ook als de inhoudelijke overeenkomsten groot zijn en de verschillen verwaarloosbaar kan tot samenwerking worden overgegaan. Waarom elkaar bestrijden als je het vooral met elkaar eens bent?

De redenen om te gaan samenwerken lopen best uiteen

Soms liggen meer praktische problemen ten grondslag van een progressieve bundelingen. Veel afdelingen kampen met een teruglopend en vergrijzend ledenbestand. Daardoor kan de kandidatenlijst op zelfstandige titel niet meer worden gevuld en is samenwerking met andere partijen noodzakelijk om aan de verkiezingen mee te doen.

Verschillende vormen

In samenwerking zien we verschillende vormen. Allereerst de lijstcombinaties zoals PvdA/Groenlinks en PvdA/GroenLinks/D66. In dat geval zijn de afdelingen vaak nog zelfstandig en is er een gezamenlijke lijst met een gezamenlijk programma die door de afzonderlijke ledenvergaderingen wordt vastgesteld.

Daarnaast kennen we progressieve lokale partijen, waar de PvdA in deelneemt. Deze kennen twee varianten: met en zonder herkenbare naamsaanduiding. Zo zijn in het logo van Progressief Pijnacker-Nootdorp de logo’s van PvdA en GroenLinks verwerkt, terwijl daar geen spoor van terug te vinden is in het logo van Morgen!.

Alle samenwerkingsverbanden op een rij

Er zijn op dit moment 345 gemeenten in Nederland, in 11 daarvan zijn geen verkiezingen gehouden vanwege herindelingen. In totaal 76 gemeenten deed de PvdA in een samenwerkingsverband mee aan de verkiezingen. Dat komt dus neer op 22,8%.

Maar daarmee is dus niet gezegd dat het voor de kiezer in die 76 gemeenten duidelijk is dat de PvdA aan zo’n samenwerking meedoet. Daarvoor moeten we de namen verder onder de loep nemen. Hoe herkenbaar is die voor de kiezer? Hiervoor kijken we naar de vermelding op de stembiljetten. Is voor de kiezer, zonder zich te verdiepen in de lokale politiek, duidelijk welke partijen aan zo’n samenwerkingsverband meedoen?

Wanneer je naar de stembiljetten kijkt, levert dat het volgende beeld op:

  • In 12 gemeenten is onder de aanduiding GroenLinks/PvdA deelgenomen aan de verkiezingen;
  • In 31 gemeenten gebeurde dit onder de aanduiding PvdA/GroenLinks
  • In 8 gemeenten werd een lokale aanduiding als Progressief gevolgd door de namen van de partijen PvdA, GroenLinks, lokaal en D66 (in één geval);
  • In 25 gemeenten is de naamsaanduiding van de PvdA van het stembiljet verdwenen en werd meegedaan onder de aanduiding van de lokale partij, zoals Morgen!, Kijk!!! of Progressieve Kombinatie.

Toename sinds 2018, maar niet overal

Zoals gezegd bestaan progressieve samenwerkingsverbanden al langer, maar is er wel een sterke  toename te zien. In vergelijking met 2018 zijn 28 van de samenwerkingsverbanden nieuw. Bij twee gemeenten ging het om een samenwerking tussen de PvdA en lokale partijen, waarbij er gekozen is voor een nieuwe lokale partij zonder herkenbare naamsaanduiding van de PvdA.

In 16 gemeenten deden zowel GroenLinks als de PvdA in 2018 zelfstandig mee aan de verkiezingen en in 12 van deze 28 gemeenten deed GroenLinks in 2018 niet mee. Voor GroenLinks betekent de samenwerking dus een uitbreiding van 12 gemeenten, waar zij nu wel vertegenwoordigd is.

Met name in Noord-Brabant zijn veel samenwerkingsverbanden

De nieuwe samenwerkingsverbanden zijn vooral te vinden in Noord-Brabant (8), Zuid-Holland (5), Noord-Holland (3), Gelderland (3), Zeeland (3), Limburg (2), Overijssel (2) en in Utrecht en Flevoland met elk 1. Deze verdeling is in lijn met eerdere periodes. Samenwerkingsverbanden komen niet overal voor. Groningen en Drenthe kennen deze niet. Noord-Brabant telt de meeste, gevolgd door Gelderland en Zuid-Holland.

Nieuwe samenwerkingsverbanden: succesvol of niet

Dan de vraag, die bij iedereen op de tong ligt: hoe succesvol zijn deze nieuwe samenwerkingsverbanden? Om de cijfers verder te kunnen duiden hebben we niet alleen de resultaten van 2018 met die van 2022 vergeleken, maar ook de uitslagen naast het landelijke gemiddelde gelegd. In 2018 had de PvdA landelijk een aandeel van 7,4% en GL een aandeel van 8,7%. Samen dus 16,1 %. In 2022 is het opgetelde percentage exact hetzelfde, maar is alleen de onderlinge verhouding anders, namelijk 7,8% voor de PvdA en 8,3% voor GL.

In onderstaande tabel staan de nieuwe samenwerkingsverbanden op een rij: alleen de gemeenten waar in 2022 voor het eerst in deze samenstelling werd deelgenomen aan de verkiezingen dus. De percentages die voor 2018 zijn aangegeven zijn een optelsom van de resultaten, die de partijen in het samenwerkingsverband in 2018 afzonderlijk hebben behaald.

Geel = gemeenten waar GroenLinks in 2018 niet afzonderlijk meedeed.

Al met al is het beeld best gemengd. Wanneer je de optelsom van de lokale PvdA en GL maakt, is die in twaalf gevallen negatief en vijftien gevallen positief. Met name in Zeeland lijkt de samenwerking electoraal een succes, met Middelburg als positieve uitschieter: zowel vergeleken met het landelijk gemiddelde als de optelsom van GL en PvdA in 2018.

Actief Zeewolde is de negatieve uitschieter, waarbij moet worden aangetekend dat juist in deze Flevolandse gemeente heel lokaal is gestemd. Ondanks dat Actief Zeewolde een samenwerkingsverband van de PvdA met twee lokale partijen is, heeft dit geen positief effect. Daarvoor speelde de komst van een datacenter een te grote rol. Voorstanders van het datacenter en dus ook de partij waar de PvdA in is opgegaan, werden afgestraft.

Als we de uitslagen naast de landelijke gemiddelde van de PvdA en GL leggen, komt een wat negatiever beeld naar voren. In zeven van deze gemeenten is er een grotere winst dan gemiddeld gescoord. In eentje scoort men precies gelijk. En de overige twintig gemeenten hebben een slechtere uitkomst dan het landelijk gemiddelde. Op zich zegt dat nog niet zoveel, aangezien het een uitzondering daargelaten om gemeenten gaat, waar links traditioneel niet goed scoort.

GroenLinks voor het eerst

Daarbij is het waardevol om te kijken naar de elf gemeenten waar GL in 2018 niet meedeed en nu in een combinatielijst met PvdA wel. Deze nieuwe samenwerkingsverbanden leiden voor GL in ieder geval tot een grotere aanwezigheid in het lokale bestuur. Maar vertaalt de samenwerking zich ook in een beter verkiezingsresultaat? In de gemeenten, waar GL niet eerder meedeed lijkt de groei bovengemiddeld. Dat is echter wel een vertekening, omdat eerder alleen de PvdA op het stembiljet stond en de optelsom tussen GL en PvdA dus niet gemaakt kan worden. Maar disclaimer of niet: negen van de twaalf gemeenten hebben een positief verkiezingsresultaat: variërend van +0,2 tot +6,9 procentpunt. Drie scoren negatief.

Hierbij valt op dat Hattem een gunstiger resultaat behaalt dan het landelijk gemiddelde en Opmeer precies op het landelijk gemiddeld uitkomt. Voor het overige zijn dit gemeenten, waar de combinatielijst slechter scoort dan het landelijk gemiddeld.

Wanneer je naar het lokale verschil tussen beide verkiezingen kijkt, is er wel een duidelijk positief beeld in Best, Lisse, Opmeer en Roerdalen. Het verschil in Blaricum lijkt minder groot, maar het effect is wel degelijk tastbaar. In 2018 viel de PvdA net buiten de raad, terwijl het Gooise dorp in 2022 met een zetel voor PvdA/GL weer een progressieve en linkse inbreng heeft.

Al met al zien we in de gemeenten dat de combinatielijsten ten opzichte van 2018 een positieve uitslag neerzetten. Dat zorgt voor een stevigere positie van het linkse geluid in die gemeenteraden. Maar afgezet tegen het landelijk gemiddelde is er allerminst sprake van 1+1=2.

Resultaten van bestaande samenwerkingsverbanden

In veel gemeenten is de samenwerking niet nieuw en werd ook in 2018 in een vorm van samenwerking meegedaan aan de verkiezingen. In totaal gaat het hier om 48 gemeenten. Van deze gemeenten werd er in 18 gemeenten winst behaald en in 2 gemeenten bleef het aandeel in de stemmen gelijk. In 31 gemeenten werd er een verlies geleden. Uitschieters waren in positieve zin Beesel met +8 en Molenlanden met + 6 procentpunt. De negatieve uitschieters zijn Cranendonck -11,7 en Bunnik 10,6 procentpunt. Opvallend is dat onder de positieve uitschieters drie van de vier een lokale partij zijn.

Uit de vergelijking met het gemiddelde aandeel landelijk van GL en de PvdA blijkt hoe relatief deze cijfers kunnen zijn. In Bunnik is de lokale partij ondanks het verlies nog steeds goed voor maar liefst 36,5% van de stemmen en daarmee de grootste. Al is hier wel een nuancering op zijn plaats: in Bunnik deden slechts vier partijen mee. Ook in Beek, Waadhoeke, Nijkerk en Oegstgeest wordt aanzienlijk beter gescoord dan de 16,1% van de PvdA en GL te samen.

Vertegenwoordiging van de PvdA

De lijstcombinaties van PvdA en GroenLinks hebben in totaal 112 raadszetels veroverd. Daarvan worden er 61 ingevuld door PvdA-leden. De lokale partijen waar de PvdA in deelneemt hebben in totaal 121 raadszetels veroverd. Hier nemen 37 PvdA-leden een raadszetel.

In totaal gaan dus waarschijnlijk 98 PvdA’ers namens een lijstcombinatie of lokale partij het linkse geluid in de gemeente vertolken. Daar kunnen nog kleine wijzigingen in komen door het voorkeurstemmen en het wel of niet accepteren van de zetel. Maar het voorlopige aantal PvdA’ers in de gemeenteraad komt daarmee in totaal op 659.

Meer zetels in minder gemeenten

Het glas is tegelijkertijd halfvol en halfleeg. Om met het positieve te beginnen: vergeleken met 2018 hebben we meer PvdA-raadszetels in minder gemeenten. Door de herindelingen zijn er aantal verdwenen, maar echt zorgelijk is dat er in meer gemeenten dan voorheen helemaal geen PvdA heeft meegedaan. Niet zelfstandig en ook niet in een samenwerkingsverband. In totaal heeft de PvdA in 30 van de 334 gemeenten waar er verkiezingen waren niet meegedaan. Met andere woorden: in ongeveer 10% van de gemeenten kon je niet op de PvdA stemmen, ook niet als onderdeel van een progressief verband, en dat is een zorgelijk gegeven.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat lokale partijen naarmate de tijd verstrijkt vaak de band met de moederpartij(en) verliezen. Dit is een van de redenen geweest waarom de PvdA in zijn interne regels heeft opgenomen, dat de moederpartij toestemming moet geven aan een afdeling, die mee wil doen als onderdeel van een lokale partij. En ook dan is er een voorkeur om de naam PvdA herkenbaar te blijven houden.

Het is ronduit zorgelijk dat de PvdA uit 10% van de gemeenten geheel verdwenen is

Wanneer we naar de gemeenten kijken waar de PvdA geheel verdwenen is, zien we terug dat progressieve lokale partijen die bij voorgaande verkiezingen nog een band hadden met de PvdA,  hun band met de oorspronkelijke moederpartij verloren zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval in Asten, Druten, Hilvarenbeek, Kaag en Braassem, Drechterland, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Scherpenzeel, Rozendaal, Nieuwkoop, West Maas en Waal en Zoeterwoude. In 2014 of 2018 was er nog een lijntje met de PvdA, maar bij deze verkiezingen niet meer.


Afbeelding: Branko de Lang | ANP