Lokaal Bestuur
Staten op stelten: naast de cijfers ook de verschuivingen tussen links, centrumrechts en populistisch rechts in beeld
Twaalf provincies, twaalf keer BBB als winnaar. Soms met overmacht, soms met een klein verschil. De PvdA en GroenLinks wonnen wat en verloren wat, maar al met al is de uitslag niet slecht. Volt en JA21 wisten in veel provincies hun intrede te doen, terwijl DENK al haar Statenleden verliest en ook 50PLUS soms niet meer vertegenwoordigd is. Wat valt er verder op aan de uitslagen per provincie?
Naast deze droge cijfers hebben we gekeken naar de verschillende blokken in de provinciale politiek. Hoe hebben het linkse blok (PvdA, GL, PvdD en SP), het centrumrechtse (VOLT, CDA, VVD en D66) en het populistisch rechtse blok (PVV, FvD, BBB en JA21) het ten opzichte van elkaar gedaan? Die analyse vind je onder de uitslagen in de provincies.

‘Stabiel’ in het westen: Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht

In Noord-Holland bleef het lang spannend wie de grootste zou worden: de BBB of de VVD. Met iets meer dan een procent verschil, kwam de BBB als winnaar uit de bus. Zowel de boeren als de liberalen komen uit op 8 zetels. GroenLinks volgt op een derde plek met 7 zetels (-2) en de PvdA mag de vierde plaats in nemen met eveneens 7 zetels (+1). Een geweldig resultaat. Ook D66, van 6 naar 4, en de SP, van 3 naar 2, verloren. Daar tegenover staat winst van de PvdD (van 3 naar 4). Volt doet haar intrede in de Staten met 2 zetels en JA21 met 3. De opkomt was in Noord-Holland opvallend laag: 51,3% ten opzichte van 56,6% in 2019.

Ook in Zuid-Holland streden de BBB en VVD om de winst. Uiteindelijk kwam de BBB uit op 9 zetels en de VVD op 8. GroenLinks (6 zetels) en de PvdA (3 zetels) wonnen allebei knap een zetel in Zuid-Holland, terwijl de PvdA (4 zetels) gelijk bleef. Nieuwkomer Volt behaalde 1 zetel, JA21 3. DENK verliest haar enige Statenlid in Zuid-Holland. De opkomst in de provincie was precies hetzelfde als vier jaar geleden: 54,5%.

In Utrecht leek het er lang op dat GroenLinks wederom de grootste zou worden, maar dat was voordat de stemmen van Veenendaal geteld waren. De BBB ging er met de buit vandoor, en de SGP won een zetel ten koste van de PvdA. DENK verdwijnt uit de Staten, terwijl Volt (2 zetels) en JA21 (2 zetels) de komende jaren mee mogen doen. Ook de Partij voor de Dieren deed goede zaken met een zetel winst. Iets meer mensen dan vier jaar terug gingen naar de stembus, met 63,4% lag het opkomstpercentage 1,8%-punt hoger.


Winst in het zuiden: Noord-Brabant, Limburg, Zeeland

De BBB werd in Noord-Brabant ruim de grootste, gevolgd door de VVD. GroenLinks en de PvdA volgen op plek 3 en 4. Voor de PvdA een feestelijke uitslag, met 1 zetel winst. Ook in deze provincie wisten JA21 (2 zetels) en Volt (1 zetel) hun intrede te doen. De opkomst laat een grote plus zien: van 52,4% in 2019, naar 55,2% nu.

In Limburg deed de PvdA het eveneens goed, met een halve procentpunt winst ten opzichte van 2019. Het leverde geen zetelwinst op, maar is wel een goed resultaat. De winst in de provincie ging met afstand naar de BBB (10 zetels). Met een zetel verlies, komt de PVV (6 zetels) op de tweede plek. Net iets meer Limburgers gingen deze keer naar de stembus, het opkomstpercentage steeg met 1,4%-punt naar 54%.

Met grote interesse werd naar Zeeland gekeken, de enige provincie waar de PvdA en GroenLinks met een gezamenlijke lijst meededen. Als linkse wolk werden we met 6 zetels de tweede partij van de provincie, achter de BBB (9 zetels). 50PLUS had twee zetels in de provincie, maar komt niet meer terug. De opkomst was flink hoger. Bleef het in 2019 nog steken op 59,2%, nu kwam 62,4% van de kiesgerechtigden stemmen.


Grote opkomst in Noord-Nederland: Groningen, Drenthe en Fryslân

Groningen werd met overmacht gewonnen door de BBB: 12 zetels. De PvdA blijft stabiel met 5 zetels en werd daarmee de tweede partij van de provincie. Helaas is er ook verlies voor de links: de SP levert 2 zetels in, GroenLinks en D66 ieder 1. Winst was er voor onze progressieve vrienden van de PvdD (+1) en Volt (+1). De opkomst was met 62,5% (+6,4%-punt) veel hoger dan in 2023. Komt dat omdat de BBB er in geslaagd is om kiezers naar de stembus te trekken die anders niet stemmen?

Net als in Groningen, lag de opkomst in Drenthe veel hoger: 65,2% (+6,4%-punt). De BBB doet met 17 zetels haar intrede in de Staten. De PvdA werd de tweede partij, maar komt uit op 4 zetels (-2). Ook GroenLinks (-2) en D66 (-1) verliezen. Volt en de PvdD wisten knap een zetel te winnen tussen het boerengeweld en ook JA21 is de komende jaren in de provincie vertegenwoordigd met 2 zetels. 50PLUS verdwijnt uit de Staten.

Fryslân laat hetzelfde beeld zien als de twee andere noordelijke provincies: een flink hogere opkomst (65,5%, +6,4%-punt) en een oppermachtige BBB (15 zetels). De PvdA verliest een zetel en wordt de tweede partij. 50PLUS verdwijnt uit de Staten, terwijl JA21 (1 zetel) en Provinciaal Belang Fryslân (1 zetel) nieuw binnenkomen.


Wisselende uitslagen in Gelderland, Overijssel en Flevoland

17 zetels voor de BBB in Gelderland, maar ook voor de PvdA is er reden tot een klein feestje. De voorlopige uitslag laat een mooie plus zien (+0,5%-punt) ten opzichte van vier jaar terug. Het zetelaantal blijft wel gelijk op 5. GroenLinks (-1) en D66 (-1) verliezen helaas. Ook in Gelderland doen Volt (2 zetels) en JA21 (2 zetels) de komende vier jaar mee in de Staten. De opkomst was flink hoger: 62% in 2023, tegenover 58,5% in 2019.

De BBB is met 10 zetels meester van de polder. Voor de PvdA is de uitslag in Flevoland zeker niet slecht. Licht procentueel verlies, maar hetzelfde aantal zetels. JA21 mag meedoen met 2 zetels, terwijl DENK uit de Staten verdwijnt. Het opkomstpercentage gaat in Flevoland (52,3%, -1,3%-punt) tegen de trend in en laat een lichte daling zien.

In Overijssel, de thuisprovincie van Caroline van der Plas, is de winst van de BBB gigantisch: 17 zetels. Er werd massaal gestemd: 64,4% (+4,1%-punt). Het CDA werd op grote afstand de tweede partij met 4 zetels (-5). Ook GroenLinks (4 zetels) en de PvdA (3 zetels) moesten beide een zetel inleveren. JA21 en Volt wisten allebei 1 zetel te behalve, terwijl 50PLUS uit de Overijsselse Staten verdwijnt.


Populistisch rechts blok dominanter dan ooit

Om de vraag te kunnen beantwoorden of Nederland bij de afgelopen verkiezingen rechtsaf is geslagen, hebben we vier blokken samengesteld. Het linkse blok, waar naast PvdA en GL ook de PvdD en de SP deel van uit maken. Het centrumrechtse gedeelte met ruimte voor het CDA, de VVD, D66 en nieuwkomer Volt. Het populistisch rechtse blok van BBB, FvD, PVV en JA21. En tot slot de overige categorie, waar de kleine confessionelen, provinciale partijen en 50PLUS onder vallen. Door deze manier van werken kan je zien of bijvoorbeeld de BBB alleen maar geprofiteerd heeft van de ineenstorting van het FvD of dat ze ook bij centrumrechts en links gaten geslagen hebben.


Groei en stabiliteit van links in de Randstad

Wanneer we per provincie inzoomen, zien we een wisselend – vaak niet al te opbeurend – beeld. In sommige provincies valt de winst van populistisch rechts relatief gezien mee. Let wel: de groei. Zo scoorde het FvD de vorige keer in Zuid-Holland heel goed, maar blijft de zetelwinst voor het populistisch rechtse blok dit keer beperkt tot in totaal 2 zetels. FvD verliest er 9, de PVV blijft gelijk, terwijl JA21 en BBB met respectievelijk 3 en 9 zetels in de Staten komen. Het linkse blok groeit ook met twee zetels (GroenLinks en PvdD behalen 1 extra zetel), terwijl centrumrechts er juist drie inlevert. Daarmee houden links (15), populistisch rechts (18) en centrumrechts (16) elkaar redelijk in evenwicht.

Alleen in Noord-Holland is het linkse blok het grootste 

Alleen in Noord-Holland is het linkse blok met 20 zetels duidelijk de grootste. Het verlies van GL (-3 zetels) en de SP (-1 zetel) wordt bijna goed gemaakt door de PvdA (+1 zetel) en de PvdD (+2 zetels). Hoewel ook hier de BBB de meeste stemmen heeft gehaald, blijft het populistisch blok hier steken op 14 zetels (+2 zetels). Centrumrechts levert iets in en komt met 18 zetels in de Staten.

In Utrecht levert het linkse blok in (-2 zetels; 14 zetels in totaal) en blijft centrumrechts ondanks het verlies van VVD en CDA (beiden -1 zetel) door de komst van Volt (+2 zetels) stabiel (met 18 zetels). Populistisch rechts groeit, maar blijft met 12 zetels toch behoorlijk achter bij de twee andere blokken.


Geen linkse wolk in het noorden

De grootste verschuivingen zijn zichtbaar in het noorden. Bij de vorige verkiezingen konden we nog voorzichtig spreken van het Rode Noorden, maar helaas is dat nu niet meer het geval. Weliswaar verliest centrumrechts in zowel Friesland (-6 zetels), Drenthe (-4 zetels) en Groningen (-3 zetels) het meest, maar het linkse blok weet hier niet van te profiteren. Integendeel: ook het linkse aandeel slinkt (van 40 zetels naar 34 zetels in de drie provincies).

Grote spekkoper is populistisch rechts, lees in dit geval de BBB. JA21 blijkt vooral een randstedelijke partij en doet het in het noorden met in totaal slechts 3 zetels (geen Groningen) beroerd en ook de PVV breekt geen potten. Het maakt de overmacht van de BBB alleen maar groter, want in alle drie de noordelijke provincies is het populistisch blok verreweg het grootst. Zo moeten de 10 zetels van links in Drenthe het opnemen tegen maar liefst 21 zetels van populistisch rechts. Ter vergelijking: in 2019 waren dat er 14 voor links en 9 voor populistisch rechts. Alleen in Groningen blijft de verhouding tussen links (14) en populistisch rechts (15) redelijk in evenwicht.

Het populistische blok is in het noorden, zuiden én oosten het grootst

Net als in Friesland en Drenthe is de overmacht van de populisten in Overijssel, Zeeland en Gelderland heel groot. Het populistische blok heeft in Overijssel ruim twee keer zoveel zetels als het linkse (10) en evenveel zetels als het centrumrechtse en linkse blok samen (21). Waar populistisch rechts tijdens de vorige periode in deze provincies het derde blok was, is het nu met stip nummer 1.


Buiten Randstad populistisch rechterblok op nummer 1

Ook in de provincies waar het FvD en/of de PVV in 2019 al een dominante positie innamen, floreert het populistisch rechterblok. Maar anders dan in Gelderland, Overijssel, Groningen, Zeeland, Drenthe en Friesland is de groei in Flevoland, Noord-Brabant en Limburg niet exponentieel. Radicaal rechts had al voeten aan de grond en heeft die positie alleen maar verstevigd. Niet geheel verrassend – wel treurig – is dat de PVV zich in Limburg en Noord-Brabant goed staande houdt.

Het linkerblok blijft redelijk overeind

Het linkerblok blijft redelijk overeind in Flevoland, Noord-Brabant, Limburg en Zeeland. Het blijft vaak bij 1 zetel verlies, die in Zeeland en Limburg voor rekening komen van de SP. Alleen in Flevoland verliest de linkse wolk van PvdA en GL een zetel en gaat GroenLinks van 4 naar 3.


We hadden het graag anders gezien, maar ondanks dat het linkse blok in de Eerste Kamer een zetel wint, zijn de provincies vanaf eind maart rechtser dan ooit. Van de krimp van centrumrechts heeft uiteindelijk vooral populistisch rechts geprofiteerd. 


Dit artikel is bijgewerkt op dinsdag 21 maart, toen de definitieve uitslagen van Gelderland en Noord-Holland bekend waren. In een eerdere versie van dit artikel stond dat de BBB in Noord-Holland op 9 zetels uitkwam en GroenLinks op 6. Nadat alle stemmen geteld waren. bleek dat de BBB 8 zetels krijgt en GroenLinks 7. In Gelderland zou de BBB 15 zetels krijgen en GroenLinks 4, in de definitieve uitslag werden dat respectievelijk 14 en 5 zetels.


Afbeelding: Robin van Lonkhuijsen | ANP