Lokaal Bestuur
Voor wie wil biedt de Wmo volop mogelijkheden om collectieve voorzieningen te versterken en solidariteit te vergroten

Wanneer het sociaal domein ter sprake komt, is dat zelden positief en gaat het negen van de tien keer over de problemen in de jeugdzorg. Hoewel begrijpelijk, is dat niet helemaal terecht. Zeker nu het gehate abonnementstarief afgeschaft wordt, biedt de Wmo mogelijkheden om het verschil voor je inwoners te betekenen. Vanzelf gaat dat niet: je moet die solidariteit wel organiseren.  


De Wmo is voor de PvdA echt een belangrijke wet 

Marijn van Ballegooijen

Wethouder in Amstelveen


Wat is je belangrijkste les over de Wmo?

‘Dat de Wmo best wel veel omvat en mogelijkheden biedt. Het gaat niet alleen om zelfstandig thuis wonen, maar ook over ontmoeten en deelnemen aan de samenleving. Om dat te bereiken heb je in de Wmo individuele voorzieningen, zoals vervoer, scootmobielen en hulp bij het huishouden. En ook collectieve voorzieningen horen erbij. Denk dan aan een koffieochtend in het buurthuis, de boodschappenbus voor ouderen en buurtmaaltijden. Die collectieve voorzieningen zijn voor de PvdA echt belangrijk. Het gaat immers over solidariteit. Er zijn vaak ook veel vrijwilligers actief. Iedereen kan zo meedoen.’

Hoe geef je die collectieve voorzieningen vorm?

‘Het organiseert zich niet vanzelf. Dat moet je echt regelen: van fysieke ruimtes tot een afdeling binnen de gemeente die het organiseert. Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar veel gemeenten staan financieel onder druk en kiezen er dan voor om juist daar op te besparen. Dat wordt soms versterkt door een grote vraag naar individuele voorzieningen, zoals de huishoudelijke hulp. Dan is de neiging groot om maar te bezuinigen op het collectieve aanbod.’

Kun je dat voorkomen?

‘Dat is natuurlijk de politieke hamvraag. Niet alle politieke partijen schatten de waarde van dit soort zaken even hoog in als wij. De “wat” is wel duidelijk, de “hoe” ligt lastiger. Het helpt door te constateren, dat welzijn zorg ook kan voorkomen. Dus kosten kan besparen en kwaliteit van leven kan toevoegen. Om andere partijen te overtuigen zou je bijvoorbeeld onderzoeksrapportages daarover kunnen aandragen. Zo blijkt uit een onderzoek naar dementie dat als je mensen met beginnende dementie een maatje geeft, je de kostbare verpleeghuisopname en crisissituaties later in het traject voorkomt. Ook wordt de kwaliteit van leven daar beter door, win-win dus.’

De Wmo gaat ook over de relatie tussen zorg en welzijn toch?

‘Precies. Welzijn op recept wint bijvoorbeeld aan kracht: als zorgpartijen met iemand bezig zijn die eigenlijk welzijn nodig heeft, is dat vaak te organiseren. Dan moet je denken aan een huisartspatiënt die weinig beweegt of eenzaam is. Zo iemand heeft geen medicijnen, maar een welzijnswerker nodig. Andersom kan natuurlijk ook, dat iemand met welzijnshulp eigenlijk juist medische zorg moet krijgen.’

Wat kan je daar als wethouder mee?

‘Als nieuwe wethouder kun je huisartsen en de lokale welzijnsorganisatie aan elkaar koppelen. Daar moet je als gemeente wel in investeren, want hen uitnodigen kost natuurlijk tijd en dus geld.’

Vooral een faciliterende rol voor de gemeente dus?

‘Ja, zowel bij de financiën als in het proces. Probeer niet teveel van bovenaf te sturen en laat huisartsen bijvoorbeeld zelf met een plan komen voor invulling.’

Wat staat er in het regeerakkoord en hoe werkt dat lokaal door?

‘Collectieve voorzieningen zijn wat mij betreft dus belangrijk, net als die koppeling van zorg aan welzijn. In het regeerakkoord wordt dat niet goed geadresseerd. Wat ik mis is juist aandacht voor welzijn.’

Leg uit.

‘Heel veel bewoners hebben vaak meerdere problemen tegelijk. Niet alleen met zorg, maar ook met hun huishouden, met hun financiën of met ontmoeten. De overheid heeft hulpverlening daarvoor in teveel stukjes opgeknipt. Je komt binnen bij het ene loket en dat praat dan weer niet met het andere. Het is ontzettend verkokerd. Je hebt bijvoorbeeld als mantelzorger te maken met de gemeente voor de Wmo, met de verzekeraar voor de de zorgverzekeringswet en met het zorgkantoor voor de Wet langdurige zorg. Dat maakt het allemaal enorm ingewikkeld.’

Ligt daar niet een taak voor de gemeente?

‘Dat doen we al, maar eigenlijk moet dit op het niveau van het Rijk opgelost worden. Als gemeente is het nu zoeken naar oplossingen binnen de huidige kaders.’

Hoe heb je dat gedaan?

‘Zoek de samenwerking op met zorgverzekeraars, dat lukt vaak wel. Preventie helpt, dat zien zij ook. Praat met hen over investeren in preventie. Zorg & Zekerheid hier betaalt bijvoorbeeld mee aan een valpreventieproject en dementiezorg. Daar hebben ze ook nog eens veel kennis over. Dat is dus een nuttige samenwerking. Zo laveer je door het veld, al zoekende naar partners.’


‘Verlies je niet in het woud van regels’ 

Elvira Schepers

Wethouder in Winterswijk


Hoe lang ben jij als wethouder al bezig met de dagelijkse praktijk van de Wmo?

‘Ik ben wijkverpleegkundige geweest, dus ik heb er eigenlijk al veel langer ervaring mee dan alleen als wethouder. Ik ben in 2019 wethouder geworden en sindsdien heb ik de portefeuille ook officieel. Maar daarvóór was ik er als raadslid al mee bezig.’

Je weet er dus alles van. Wat is je belangrijkste les geweest?

‘Dat je altijd moet voorkomen dat inwoners in de knel tussen de regels en financiën komen. Daarbij is er eigenlijk te weinig geld beschikbaar. Het is echt passen en meten om alles draaiende te houden. In de jeugdzorg hebben we hier in een paar jaar tijd een paar miljoen moeten bijplussen, bijvoorbeeld.’

En bij de Wmo?

‘De Wmo is een open eindregeling. Bij huishoudelijke hulp rijzen de kosten de pan uit, dat is hulp die gewoon geleverd moet worden. Maar dat betekent dat aan de andere kant bezuinigd moet worden: bijvoorbeeld op bibliotheken, op preventie, of op het lokale zwembad. Dat zijn zaken, die inwoners echt raken, en die er voor zorgen dat je in het sociaal domein mínder hulp nodig hebt.’

Welke gevolgen heeft de invoering van het Wmo-abonnementstarief in 2020 gehad?

‘Dat heeft bij ons een enorme aanzuigende werking gehad. Vóórdat het abonnementstarief, de eigen bijdrage, in ging, draaide het bij ons best goed. Daarna ging het juist mis. Ineens kwamen er mensen die normaal gesproken hun huishoudelijke hulp zelf betaalden ook om hulp vragen. Die dachten natuurlijk ook: “€ 19 per maand voor huishoudelijke hulp, dat lijkt me wel wat.”

Het heeft echt ongewenste effecten gehad. De Wmo was bedoeld om mensen in hun eigen kracht te zetten, met dit tarief laat je mensen juist leunen op de gemeente. En de gemeente mag niet meer naar draagkracht en draaglast kijken, wat bepaald niet handig is.’

Het tarief gaat verdwijnen. Helpt dat?

‘Het regeerakkoord stelt dat het abonnementstarief in 2025 verdwijnt, maar dat de minister niet gaat handhaven op gemeenten, die nu al gaan sturen op draagkracht. Het zal echt helpen, want we kunnen als gemeente dan veel beter sturen en zorgen dat hulp op de plekken terecht komt waar het voor bedoeld is. Dan dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten weer.’

Zijn er nog andere zaken die je niet goed vindt aan de Wmo?

‘De knip die er is gemaakt tussen de Wmo en een stuk begeleiding is ook niet handig. De zorgverzekeringswet is bedoeld voor mensen die thuiszorg krijgen en de gemeente is verantwoordelijk voor andere zaken, zoals hulp bij maaltijden. Soms zijn mensen die in de thuiszorg zitten niet in staat dat zelf te regelen, maar de gemeente betaalt dat niet, want vindt dat iets voor de thuiszorg. Als gemeente mochten we dan bijvoorbeeld drie keer per week een maaltijd betalen. Dan denk je toch: “Tja, eet iemand maar drie keer per week?”

Het is steeds de vraag of iets bij de zorg of bij de Wmo hoort. En om het nog wat ingewikkelder te maken is wat op papier bij het ene staat, in de praktijk toch soms bij het andere zit. Dan krijg je vaak discussies over wie wat moet vergoeden.’

Hoe zou dat opgelost moeten worden?

‘Dat soort begeleiding moet gewoon weer naar de zorgverzekeringswet worden overgeheveld. Daar zitten ook de mensen, die er het meest professioneel mee om kunnen gaan. Daar moet je je als gemeente helemaal niet mee willen bemoeien.’

Welke tips zou je nieuwe wethouders en raadsleden willen meegeven?

‘Investeer vooral in wat goed is voor grote groepen mensen. Denk aan preventie, sportcoaches en meer van dat soort zaken. Verlies je niet in het woud van regels. Kijk concreet wat een nieuwe beleidsregel in de praktijk betekent.’

Hoe doe je dat?

‘Dat doe je door in contact te komen met mensen van de werkvloer. Ga met medewerkers van de sociale dienst praten. Met mensen die dagelijks in de weer zijn. Niet alleen met beleidsmakers dus, maar juist ook met mensen uit de praktijk. Alleen zij kunnen aangeven of iets een slimme optie is of niet. Wees ook niet bang om echt in te zetten op transformatie.’

Wat kan beter?

‘Je ziet dat mensen die in de zorg werken, die indicaties stellen of in een sociaal team zitten, graag willen zorgen. Er mag best een klein stukje zakelijkheid in die zorg komen. Je moet natuurlijk oog houden voor de menselijke maat, maar we hebben hier bijvoorbeeld bewust iemand aangenomen die van de politie komt. Dat is iemand die de verantwoordelijkheden daar durft neer te leggen waar ze ook liggen. Niet alle apen op je schouders nemen dus, wees duidelijk.’


Meer weten over de Wmo? Het CLB schreef er een handreiking over voor raadsleden en wethouders. Je kan de handreiking hier downloaden.


Afbeelding: Werry Crone | ANP

Bijschrift afbeelding: inloopochtend voor dementerenden en hun familie