Lokaal Bestuur
Het hardnekkige probleem van de zorgmijders

10% van de Nederlanders mijdt zorg. Deze mensen stoppen met het innemen van medicijnen, gaan niet meer naar de dokter of breken belangrijke behandelingen af. Gemeenten kunnen zorgmijders maar moeilijk bereiken. Omdat ze niet in beeld zijn, de voordeur niet opengaat of omdat ze in de war zijn.

Vaak hebben deze zorgmijders psychische problemen. Eind vorig jaar luidde korpschef van de landelijke politie Erik Akerboom de noodklok. Het aantal incidenten met verwarde personen is volgens hem in de afgelopen vijf jaar met 20% gestegen. In de gemeente Heerenveen komen echter weinig tot geen incidenten voor met deze groep zorgmijders. ‘Die zie je denk ik vaker in grote steden als de G4,’ zegt wethouder Jelle Zoetendal. ‘Er zijn wel mensen die een behandelingstraject bij de ggz of verslavingszorg hebben afgerond en die na bemiddeling een woning huren en daar weer in de problemen raken. Die zien we dan weer afglijden en uiteindelijk op straat terecht komen.’

Maar deze mensen gaan dan meestal naar Leeuwarden waar de dak- en thuislozenopvang is, geeft Zoetendal aan. ‘Een handjevol blijft achter in Heerenveen. Die hebben wij, samen met het Leger des Heils en Zien, goed in beeld. Het blijft lastig om daar oplossingen voor te vinden, maar dat zijn er dus maar een paar.’

Ook de fractievoorzitter in Leeuwarden, Lutz Jacobi, geeft aan dat de opvang vaak goed geregeld is. ‘Het stikt hier van de daklozenopvangen en dergelijke. Die groep wordt van straat gehaald en krijgt onderdak.’ Maar zegt Jacobi: natuurlijk zijn in Leeuwarden ook zwaardere problemen met verwarde mensen. ‘Die vallen nu in het domein van veiligheid. Voor deze groep moeten we nieuwe vormen van zorg zien te vinden en dan vraag ik mij af, waar is de zorgverzekeraar?’

Jacobi: De gemeente kan het niet alleen

Jacobi kent veel mensen die werken met dak- en thuislozen. ‘Die zeggen tegen mij: “Waarom regel je niet dat er op een paar plekken in de provincie voorzieningen komen waar deze mensen tot rust kunnen komen? Hou op met gezeur over politie, veiligheid en dergelijke, maar doe zelf iets.” Op dit moment mag de gemeente het zelf oplossen. Dit gaat over innovatie van de zorg. En dat kunnen wij als gemeente niet alleen.’

‘Deze problemen spelen al jaren en we scharen ze nu onder veiligheid, maar waarom proberen we al die ellende niet te voorkomen?’ Het gaat voortdurend over geld, maar daar zit uiteindelijk niet het probleem, denkt Jacobi. Het probleem van zorgmijden raakt de samenleving als geheel. ‘We moeten eerlijk durven kijken naar de echte oorzaken en daar samen met gemeente, zorgverzekeraar, zorgverleners en andere instanties goede oplossingen voor zien te vinden. Dat zet denk ik pas echt zoden aan de dijk, anders blijven we maar zwemmen.’

Het eigen risico en de kracht van de buurt

Jacobi maakt zich eveneens zorgen om de groeiende groep die niet direct bereikt wordt. ‘Daarom vlieg ik dit probleem aan vanaf de andere kant: vanuit de wijk. Hoe krijg je zicht op alle mensen in een wijk? Vooral op mensen die dreigen verward te worden of zwaar eenzaam zijn. Dat zijn ook zorgmijders.’ Daar zitten veel ouderen tussen, zegt Jacobi. ‘We weten dat er veel armoede is, dat er schulden zijn en er veel eenzaamheid is.’

Eén van de redenen is het stijgende eigen risico en de eigen bijdrage bij de Wmo. Inmiddels heeft een aantal grotere gemeenten ervoor gekozen om die eigen bijdrage te verlagen of deze mensen op een andere manier te helpen. Ook in Heerenveen breekt Zoetendal zich het hoofd over oplossingen. ‘De drempel voor deze mensen ligt meestal bij de eigen bijdrage die ze niet kunnen betalen.’

Zoetendal: ‘Als gemeente wil je achter de voordeur kijken’

Maar met het wegnemen van financiële obstakels ben je er niet. Het gaat niet alleen om de hoogte van de eigen bijdrage. ‘Het zijn vaak mensen die de hulpvraag niet eens durven te stellen,’ zegt Zoetendal. ‘Als gemeente wil je achter de voordeur kijken om te kijken wat je wat voor ze kan betekenen. Misschien is het met een paar kleine aanpassingen mogelijk om de kwaliteit van leven te verbeteren.’

Sinds 2016 experimenteert de gemeente Heerenveen daarom met bemoeizorg. ‘Het gaat hier vooral om mensen van wie we, bijvoorbeeld uit de buurt, signalen krijgen dat ze aan het afglijden zijn. Bij deze groep zijn we net iets dwingender en nemen we ze aan de hand.’ De gemeente werkt daarvoor samen met instanties en woningbouwcorporaties. ‘We bouwen een afkoelingsperiode in om ervoor te zorgen dat ze wat vertrouwen krijgen en bieden hulp om hun leven weer op de rails te krijgen.’

Een betrokken buurt is bij deze aanpak dus essentieel, zegt Zoetendal. In Heerenveen wordt er dan ook veel gedaan om de buurtbewoners te bereiken. ‘Elke buurt heeft een zogenaamde “meitinker” (meedenker, red.).’ Deze medewerkers van de gemeente zijn heel benaderbaar: ‘Veel van de meitinkers zijn inmiddels bekende namen. Buurtbewoners weten dat ze er met vragen en problemen terecht kunnen. De meitinkers zetten ze op het spoor van bijvoorbeeld kerken of andere instanties.’

In onze participatiesamenleving mag de kracht van de buurt en maatschappelijke organisaties niet onderschat worden, vindt het Enschedese raadslid Arja ten Thije. Ook in haar stad is er een groep verslaafden, dak- en thuislozen die zorg mijdt. Terwille, een instelling voor verslavingszorg, heeft daarom samen met de kerken € 40.000 opzijgelegd om het eigen risico van patiënten te betalen. Ten Thije ziet dat als een goede ontwikkeling. Ze vindt dat organisaties als Terwille en het Leger des Heils zich het beste kunnen ontfermen over deze groep zorgmijders. ‘De gemeente heeft uiteraard intensief contact met deze organisaties en steunt hen waar mogelijk.’ Maar benadrukt ze, het onderwerp is al zeker vier jaar niet langsgekomen tijdens raadsvergadering. ‘Dat is wat mij betreft een goed teken.’

Jacobi: Het hoeft niet superspecialistisch te zijn, zolang het maar laagdrempelig is 

In de Friese hoofdstad kiest Jacobi voor de vlucht naar voren. Om de geïsoleerde groep zorgmijders te bereiken is meer nodig dan het ondersteunen van professionals, vindt ze. ‘We moeten toe naar een mix van vrijwilligers en professionals. Het oude opbouwwerk weer in ere herstellen, zodat je laagdrempelig iets voor mensen kan betekenen.’

De sociale gebiedsteams bereiken volgens Jacobi op dit moment te weinig mensen. ‘Ook als we kijken naar multiprobleemgezinnen (gezinnen met diverse problemen, waaronder vaak zorgmijden, red.). Die zorg hoeft niet superspecialistisch te zijn, als het maar laagdrempelig is.’ Natuurlijk gebeurt er wel het een en ander, bijvoorbeeld vanuit levensbeschouwelijke organisaties, maar die werken vaak langs elkaar heen. Daarom moet je de schotten tussen vrijwilligers en professionals weghalen. ‘Vrijwilligersorganisaties willen graag samenwerken met professionals in de wijk. Daarbij kan je lichte vormen van dagbesteding aanbieden, samen eten en andere gemakkelijk toegankelijke activiteiten organiseren. Met elkaar krijg je meer voor elkaar dan je denkt.’

 

Afbeelding: Nationale Beeldbank