Column
Ernst de verlosser?

Eindelijk is het zover. Het heeft lang geduurd, erg lang, maar dan heb je ook wat. Twintig ministers en veertien staatssecretarissen om precies te zijn. Mensen met diverse achtergronden, van binnen en van buiten de politiek.

Dat de helft vrouw is, vinden we nog steeds heel bijzonder. En met alle bio’tjes, die overal zijn verschenen, weten we al best veel over deze mensen en hoe tevreden ze zijn. Alexandra van Huffelen mag bijvoorbeeld wel blijven, maar moet het doen met digitalisering. Teleurgesteld als ze is, meldde ze zonder ironie:  ‘En ik zal de toeslagenouders ook missen en alle mensen met wie ik heb samengewerkt om grote problemen op te lossen.’ De vraag of de ouders haar ook gaan missen, bleef uiteraard onbeantwoord.

Dan Carola Schouten, die geroemd wordt om haar kennis van sociale zaken, die ze kan inzetten bij de armoedebestrijding, het beschermen van pensioenen en bevorderen van participatie. Nu maar hopen, dat ze op deze onderwerpen iets meer besluitvaardigheid toont dan ze heeft gedaan bij stikstof. Ook de strijd tussen Wopke en Hugo duurt voort. Geen van beide mocht blijven zitten op de oude portefeuille. Dus nu kan Hugo na corona de wooncrisis gaan beteugelen en moet Wopke werken aan zijn relationele vaardigheden om nog iets van ons humane imago in het buitenland overeind te houden.

Maar de meeste aandacht ging uit naar de D66-ministers. Met Kaag op financiën en de wetenschapper Dijkgraaf op het hoger onderwijs, onderzoek, emancipatie en het mbo. Al was dat laatste ‘even’ vergeten in zijn bio op de D66-website.

Ook Ernst Kuipers gooit hoge ogen. De verwachtingen rond de man die de laatste twee jaar niet van de beeldbuis weg te denken is, zijn hooggespannen. Hij wordt geroemd om zijn uithoudingsvermogen, om het kunnen omgaan met stress en druk en om zijn kennis van de sector. Hij weet wat er speelt.

Ernst heeft opvattingen. Dat is fijn, want inhoudsloze ministers hebben we de laatste periode natuurlijk genoeg gezien. De nieuwe minister van VWS staat bekend als man van de academische ziekenhuizen. Een man die fusies niet schuwt, maar ze als heilzaam ervaart. En die schaalvergroting noodzakelijk acht om samenwerking in de ziekenhuizen en tussen de specialisten mogelijk te maken.

De technologische ontwikkelingen maken dit tot een pure noodzaak. Althans, dat vindt Ernst. Want hoe houd je de zorg anders betaalbaar? Ernst kijkt daarvoor graag naar het buitenland, waar de medische centra vaak veel groter zijn dan de grootste Nederlandse ziekenhuizen. Niet alleen wat betreft personeel, patiënten, behandelingen én zorgomzet, maar ook de regio, die wordt bediend, is veel groter.

In Finland kan dat tot wel 300 km. In ons kleine land zou dat betekenen dat we maar twee van deze centra nodig hebben. Misschien wat overdreven, maar Ernst smult wel van de gedachte erachter. Dus moeten we over onze weerstand tegen schaalvergroting heen stappen en accepteren dat ziekenhuizen zich specialiseren. Bovendien bieden grote medische centra met gespecialiseerde zorg betere mogelijkheden om een nieuwe pandemie te lijf te gaan, denkt Ernst. En als je als lid van het OMT en hoofd van het landelijk netwerk acute dagelijkse zorg regelmatig mag aanschuiven bij de talkshows, heet het al snel dat je een ware visionair bent.

De verwachtingen rond zijn ministerschap zijn dus hooggespannen. Maar de uitdagingen zijn ondertussen niet mals. Met een aantal heeft Ernst als medeverantwoordelijke voor het falende coronabeleid al wat ervaring. Dat de samenwerking op het ministerie en tussen de verschillende zorginstanties niet optimaal verloopt, mag een understatement heten. Zorgen dat in- en extern de juiste dingen worden gedaan, is de eerste taak. Hoe belanden we bijvoorbeeld bij de volgende boostercampagne in de top drie in plaats van ergens onderaan? 

Uitdaging nummer twee ligt in de maatschappij. En dan wordt het echt lastig. Want is het efficiency-denken van schaalvergroting en enorme medische centra wel zo wenselijk? Of is het een eufemisme voor het idee dat veel streekziekenhuizen zullen moeten sluiten? Je kunt vanuit bedrijfseconomisch perspectief wel allerlei ideeën hebben over efficiënte zorg, maar het sluiten van streekziekenhuizen heeft verstrekkende gevolgen. Een uur langer reizen om een gebroken been te zetten bijvoorbeeld. Of nog voor de eerste weeën moeten vertrekken om te voorkomen dat je in de auto bevalt. En hoe beangstigend is het als de ambulance bij een hartaanval niet op tijd in het ziekenhuis is? Nee, het sluiten van streekziekenhuizen is niet populair en al helemaal niet gewenst. Zeker omdat je nu al kan uittekenen waar de klappen terecht komen: in de niet-stedelijke gebieden. Verschraling van de zorg in de landelijke gebieden vergroot de toch al groeiende tegenstelling tussen stad en ommeland.

Modernisering van de zorg vergt een andere benadering dan alleen die van efficiency en kostenbeheersing. In de Kamer, in overleg met de gemeenten, met de media, en in het contact met mensen. Dat vergt politieke vaardigheden en allereerst een antwoord op de politieke vraag wat we dan wel willen. Nu maar hopen dat we ons laten horen in Den Haag, want daar is het al een poosje akelig stil.


Afbeelding: Robin Utrecht | ANP