Lokaal Bestuur
De strijd om de schaarse publieke ruimte in de andermetersamenleving

Door het coronavirus kijken gemeenten nadrukkelijker naar het gebruik van wegen, fietspaden en voetgangersgebieden. Want hoe pas je de anderhalvemetersamenleving toe in het verkeer en wie krijgt voorrang? En wat doe je straks als het oude leven terugkeert?

De terrassen zijn sinds 1 juni open, middelbare scholieren fietsen weer naar hun les en mensen gaan vaker winkelen in de stad. Nederland gaat stap voor stap van het slot, en dat merken ze in de binnensteden. Dat zegt bijvoorbeeld raadslid Bülent Isik uit Utrecht: ‘Ik heb het gevoel dat het leven weer gaat normaliseren. Mensen gaan steeds meer winkels in, al komen ze dan wel met de fiets in plaats van voorheen tram of bus.’

Veel gemeenten proberen ook met meer publiek op straat en stoep de afstand van anderhalve meter te bewaren. In Amsterdam heeft een winkelstraat in Oost eenrichtingsverkeer voor voetgangers en laten verkeerslichten bij drukte meer fietsers door om ervoor te zorgen dat er niet te veel fietsers opeen gepakt staan. De stad Groningen maakte eind mei bekend dat het enkele drukke straten alleen nog openstelt voor voetgangers, omdat de fietsers te dicht langs andere weggebruikers zouden rijden. Fietsers worden bijvoorbeeld op de route van centraal station naar de binnenstad geweerd. 

Van Niejenhuis: ‘Ik zie het liefst meer ruimte voor de fiets’

Voor een fietsstad is dat laatste ‘best ingrijpend’, zegt Gronings raadslid Rik van Niejenhuis. ‘Mensen die met de fiets naar het centrum willen komen moeten die aan de rand van de binnenstad parkeren en dan lopend verder.’ Terwijl zijn stad zo graag het fietsen wil stimuleren. Ook in Groningen keert in de binnenstad langzaam de drukte van voor corona terug, ziet hij. ‘De mensen konden niet wachten om weer naar de horeca te gaan. Daar zie je ook meteen expliciet de strijd om de publieke ruimte. Terwijl we autovakken schrappen voor het fietsparkeren, roept de horeca op de Grote Markt dat de busbaan best dicht kan om de terrassen uit te breiden.’

‘Je ziet die discussie bij ons nadrukkelijk in de media gevoerd worden. De gemeente sluit nu bijvoorbeeld de weg voor het station geheel voor auto’s om ruimte te maken voor fietsparkeerplekken en meer bushaltes. Autobezitters vinden dat weer niet prettig. Dat is vanwege corona allemaal tijdelijk natuurlijk, maar wat mij betreft denken we nu ook na wat we na de crisis hiervan in stand houden. Ik zie het liefst meer ruimte voor de fiets.’

Prioriteit

Ook Utrecht is bezig om op drukke plaatsen loop- en fietsroutes op de weg aan te brengen, en wil tegelijkertijd op sommige plekken minder auto’s toelaten. ‘We zullen de ruimte tijdens corona eerlijk moeten verdelen’, zegt Isik. ‘De fietsers en voetgangers hebben wat mij betreft prioriteit. En nu we minder mensen in het openbaar vervoer zien, kunnen we misschien waar het kan de frequentie van het openbaar vervoer verlagen. Al is het nadeel natuurlijk meteen dat je dan toch weer grotere groepen in een bus of tram hebt.’

Isik: De taxichauffeurs worden vergeten

Isik wil dat de stad de crisis aangrijpt om ook straks andere strategische keuzes te maken. ‘Als PvdA willen wij deze kans pakken om de samenleving te herindelen. De crisis dwingt ons na te denken over welke samenleving we straks willen zijn.’ En ja, dan gaat het vooral om voorrang voor de fiets en voetganger.

Speciale aandacht vraagt Isik voor de taxichauffeurs, die hun omzet na de Covid-19-uitbraak dramatisch zagen kelderen. ‘In alle plannen horen we niks over hen. Het zijn vaak zzp’ers zonder inkomen. Is het niet handig om een taxi in te zetten om mensen die slecht ter been zijn van a naar b te brengen in plaats van het openbaar vervoer? Ik denk dat dat vooral op korte afstanden een mooi alternatief is, wat ook nog eens zorgt voor hun brood.’

Liever auto dan ov

Zolang het coronavirus rondwaart, heeft de overheid als devies: werk zo veel mogelijk thuis, en als je op pad gaat blijf dichtbij huis, liefst per fiets of lopend. Voor fietsers geldt ook anderhalve meter afstand, ook bij stoplichten. En voetgangers mogen niet in groepen over de stoepen. Volgens de overheid mogen we alleen gebruik maken van het ov als het echt nodig is en zoveel mogelijk buiten de spits. Gebruik liever de auto als je ergens heen moet, zegt de landelijke overheidssite.

‘We moeten een evenwicht zoeken voor al die gebruikers van de openbare weg’, zegt het Bredase raadslid Rob Sips hierover. Ook in zijn stad ziet hij het drukker worden, en zeker het autoverkeer neemt toe. ‘Nadat het landelijke protocol bekend was gemaakt, heb ik meteen raadsvragen gesteld. Hoe ziet het college dit voor zich? Wat doen we extra voor kwetsbare groepen, die bijvoorbeeld slecht ter been zijn? We hebben al een aantal maatregelen als eenrichtingsverkeer in smalle stegen en parkeervakken die zijn opgeheven. Ik vraag me af hoever we met alle maatregelen willen gaan. Je wilt ook niet de hele stad op zijn kop zetten.’

Sips: ‘Ik zie het op drukke plekken nu al fout gaan’

Op drukke routes zou de gemeente markeringen kunnen plaatsen en fietsers en voetgangers voorrang kunnen geven, geeft Sips als concreet voorbeeld, maar zover is het nog niet. ‘Nu is er nog niet zo’n grote druk op het verkeer is. Mocht die er wel komen, dan overweegt de stad maatregelen zoals een betere doorstroom bij oversteekplaatsen. Maar of de mensen straks nog steeds afstand houden, hangt vooral af van het draagvlak onder de mensen. Zij moeten immers afstand houden. Of dat lukt? Ik zie het op drukke plekken nu al fout gaan.’

Lastige knoop

In Amsterdam is het intussen relatief rustig. Nu toeristen uit het buitenland wegblijven ontstaat er ruimte op wegen en paden. Raadslid Dennis Boutkan zegt dat het minder druk is op straat, er minder opstoppingen zijn en mensen meer fietsen en lopen. ‘In onze stad was het altijd al woekeren met de openbare ruimte. Amsterdam heeft veel smalle straten en trottoirs, waar ook nog eens reclameborden en terrassen te vinden zijn. Met corona kunnen we nadenken over alternatief gebruik van plekken. Zo kan je door het verplaatsen van reclameborden meer ruimte creëren op trottoirs om voetgangers veilig te kunnen laten passeren.’

De gemeente bracht begin mei een zogeheten menukaart naar buiten hoe stapsgewijs om te gaan met het toenemende verkeer – de raad buigt zich daar deze dagen over. ‘Wij vinden het erg belangrijk dat de buitenruimte haar sociale functie behoudt. Dus als commerciële uitbaters hun terrassen willen uitbreiden, vinden we dat buurthuizen dat ook mogen.’

Boutkan: ‘Het virus heeft ons heel bewust gemaakt van de schaarse ruimte’

Tijdens de coronacrisis zouden voetgangers wat hem betreft soms gebruik mogen maken van de rijbaan. ‘Dan heb je het over woonwijken waar lage snelheden gelden.’ Hij erkent dat het een lastige knoop is om mensen die geen gebruik van het ov maken en de auto pakken toch in de stad toe te laten. ‘Zeker nu we verwachten dat deze zomer veel Nederlanders in eigen land blijven en een dagje naar de hoofdstad komen. Ze kunnen nu aan de rand bij een P+R waar je een bus kan pakken. Wat ons betreft komen daar meer deelfietsen, want die zijn er nu niet genoeg. Ik denk dat dat na corona ook een goed alternatief is.’

Boutkan verhuisde in de jaren 80 naar Amsterdam. ‘Toen was de auto dominant in ons denken. Nu zijn we kritischer: hebben we die in de stad wel nodig? De voortschrijdende techniek speelt daarbij een rol. Mijn partner fietst tegenwoordig met de snelle pedelec naar zijn werk in Hoofddorp.’

De coronacrisis opent het debat over de herverdeling van de publieke ruimte in zijn stad, vindt Boutkan. ‘De openbare ruimte is van ons allemaal, dus we moeten eerlijk delen. Vanwege Covid-19 geven we voetgangers meer ruimte op straat en heffen we tijdelijk parkeerplekken op. Waarom houden we dat niet zo? Het virus heeft ons heel bewust gemaakt van de schaarse ruimte.’

 

Afbeelding: Desiree Schippers | Hollandse Hoogte