Lokaal Bestuur
Praktijklessen uit de opvangcrisis

Nee, de opvangcrisis is nog niet opgelost. En ja, de landelijke wetgeving laat nog even op zich wachten. Maar dat betekent natuurlijk niet, dat het lokaal allemaal stilstaat. Welke lessen kunnen we over de opvang en de integratie van asielzoekers trekken?


Trots op hoe het uiteindelijk samen gelukt is

Janny Klei

Fractievoorzitter in Het Hogeland


Doet Het Hogeland iets met de opvang van asielzoekers?

‘Wij deden en doen veel met de opvang van asielzoekers. Op dit moment hebben we nog op twee locaties Afghaanse mensen gehuisvest, in Winsum en Uithuizen.’

Oorspronkelijk ging het om evacués uit Afghanistan?

‘Klopt. Dat waren er op enig moment zo’n 500.’

En dat ging goed?

‘Dat ging heel erg goed. Ik denk dat daar verschillende redenen voor zijn. Het was een groep, waar positief tegenaan gekeken werd. Dat bleek heel belangrijk in de praktijk. Ze zaten in de Willem Lodewijk Kazerne en er was geen wanklank vanuit de groep – voornamelijk gezinnen – of de omgeving.’

En toen kwamen er ook anderen.

‘Ja, Oekraïners natuurlijk, dat zijn er ook een paar honderd, waarvan een deel via de gemeente wordt opgevangen en een deel door inwoners zelf. Toen de druk op Ter Apel te groot werd vorig jaar, kwam er nog een veel grotere groep. Wij werden een zogeheten voorportaal, waar mensen moesten wachten tot ze in Ter Apel geregistreerd konden worden.’

Hoe was dat?

‘Dat ging niet goed. Niet alleen kwamen er nog eens 600 extra mensen bij, daar zaten ook zogeheten veiligelanders bij. Omdat we al zoveel mensen opvingen, was de bevolking vooraf al niet positief.’

Is nog geprobeerd om die zorgen weg te nemen?

‘Ja. De gemeente heeft veel bijeenkomsten georganiseerd om mensen te informeren. Maar de zorgen van mensen konden niet worden weggenomen.’

Kwam er daadwerkelijk overlast?

‘Er was overlast, dat moet je niet ontkennen. Maar het was vaak ook meer de onderbuik dan iets anders.’

Waar lag dat aan?

‘Het grootste probleem was dat mensen niet binnen enkele dagen naar Ter Apel door konden stromen. De verwachting was dat dat zou gebeuren, maar dat bleek dus niet te kunnen. Daardoor werden de mensen zelf ongeduldig. Ze zochten winkels, maar die waren niet op het terrein zelf te vinden. Zij gingen daarom op pad, vaak in groepen. Dat leidde dan weer tot problemen. Het had veel gescheeld als die winkels dus vanaf het begin op het terrein te vinden waren.’

Welke lessen hebben jullie hier verder uit getrokken?

‘Je moet goed met de omgeving spreken over wat wel en niet mogelijk is. Tegelijkertijd moet alles op orde zijn bij de opvang: politie en boa’s, die als het misgaat snel kunnen interveniëren, voorlichting vanuit het COA over de gebruiken en normen in Nederland, en zorgen dat mensen genoeg te doen hebben op hun locatie, dat soort zaken.’

En voor inwoners zelf?

‘Winkeliers zelf hebben gaandeweg geleerd wat wel en niet werkte. Dat was echt een gezamenlijke oplossing. Dat we er samen uit zijn gekomen, maakt me heel trots. Met de hulp van vrijwilligers lukte het om asielzoekers te helpen met taalles en bij het inrichten van tijdelijke huizen.’

De noodopvang is in maart weer gesloten. Is er nog kans dat die opnieuw nodig is?

‘De locatie is afgebroken, zoals vooraf afgesproken, maar een nieuw verzoek vanuit het Rijk is niet ondenkbaar natuurlijk. Er ligt wel een brief waarin staat wat de provincie als geheel op kan nemen. Het wordt hoog tijd dat ook andere gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen. Ik zie in ieder geval niet gebeuren dat op dezelfde plek weer iets zou komen.’


Gewoon doen

Hetty Janssen

Lid Eerste Kamer & voormalig Statenlid in Fryslân


De provincie Fryslân trok vorig jaar € 1,5 miljoen uit om traineeships aan statushouders aan te kunnen bieden. Hoe is dat tot stand gekomen?

‘In Gelderland gebeurde het al, daar hebben we het van afgekeken. Ik heb vervolgens het voorstel gedaan om het daar ook te doen. Het gaat om een tweejarig traineeprogramma: gecombineerd werken bij de provincie en een opleiding. Die opleiding behelst niet alleen kennis over het werk bij de provincie, maar gaat ook om beheersing van de Nederlandse taal en bijvoorbeeld culturele aspecten.’

Waarom heb je er zo hard voor gemaakt?

‘Het is een model om goed opgeleide statushouders ook bij de overheid aan het werk te krijgen. Qua taal en cultuur gaapt een enorm gat tussen het werken bij de overheid en het kennisniveau, waar statushouders mee binnen komen. Dat willen we helpen overbruggen.’

Was het lastig om het te regelen?

‘Het kost best veel geld. Mensen die kritisch zijn, vragen dan of je wel zoveel moet investeren in zo weinig mensen.’

Op zich geen gekke vraag toch?

‘Vind ik wel. De provincie Fryslân is een tamelijk witte organisatie, daar mag letterlijk en figuurlijk wel wat meer kleur in. Bovendien: op de korte termijn mag het dan aardige investering lijken, op de lange termijn is het altijd beter om mensen aan het werk te hebben. Dat verdient zich vanzelf wel terug.’

Wat zijn de lessen die je aan andere gemeenten en provincies mee zou willen geven?

‘Het kost dus best veel tijd om het te ontwikkelen en door de politieke molen te krijgen. Maar het argument dat je als overheid het goede voorbeeld moet geven werkt en is belangrijk. Kom gerust bij ons kijken om te zien hoe we het geregeld hebben en laat je niet uit het veld slaan door kosten of andere belemmeringen. Het is een investering in de toekomst. Zowel van de eigen overheidsorganisatie als van de statushouders die graag aan het werk willen.’

Hebben jullie vanuit de provincie verder veel betrokkenheid bij asielzoekers of statushouders?

‘Nee, dat ligt voornamelijk bij de gemeenten. Maar je moet gewoon het goede voorbeeld geven.’

Wanneer beginnen de eerste mensen?

‘De eerste zes starten in november.’


Werk integraal 

Shermin Amiri

Senior adviseur bij Radar Advies 


Jij bent gevraagd in Almere als programmamanager, wat moet je doen?

‘Mijn taken omvatten het beheer van het programma voor opgevangen vluchtelingen, ondersteuning bij de uitvoering van wettelijke taken en het waarborgen van een goede implementatie van de inburgeringswet en integratie in de samenleving.’

Wat doet Almere?

‘Almere biedt opvang van Oekraïners en er is een groot asielzoekerscentrum. De taakstelling voor dit jaar is groot: er moeten 600 mensen gehuisvest worden.’

Wat was de grootste uitdaging?  

‘Met de komst van Oekraïense vluchtelingen en de crisis in Ter Apel ontstond er een extra uitdaging: hoe kunnen we op een eerlijke en toekomstbestendige manier en met respect voor gelijkwaardigheid omgaan met de opvang? We hadden dus te maken met een breed scala aan uitdagingen, waarbij we met een integrale aanpak alles in samenhang wilden organiseren.’

Wat zijn de lessen die je daar uit kunt trekken?

‘Het vraagstuk is complex. Neem bijvoorbeeld de huisvesting van statushouders: je kunt een team samenstellen dat zich daarmee bezighoudt, maar daarmee los je het probleem van de schaarste aan woningen niet op. Er zijn verschillende doelgroepen die recht hebben op een woning en net zo urgent zijn als statushouders. Daarom moet je een meer flexibele werkwijze hanteren, waarbij je samenwerkt met stakeholders. De verwevenheid tussen de kwesties is zo groot dat een integrale aanpak noodzakelijk is. We moeten de complexiteit omarmen en ons er niet door laten afschrikken.’

Dit is de theorie, hoe ziet dat er dan uit in de praktijk?

‘De praktijk kan per gemeente verschillen, dus ik kan niet voor andere gemeenten spreken. Het belangrijkste is dat er sprake is van een adaptieve aanpak, waarin je samenwerkt met andere partijen.

Ik probeer daarom vanuit de belangen van alle stakeholders te kijken, zodat we niet alleen bezig zijn met de huidige wetgeving, maar ook al rekening houden met de langetermijneffecten van onze beslissingen. Het is essentieel om in een vroeg stadium een goede organisatie op te zetten, om problemen op de lange termijn te voorkomen. Daarbij moeten we kijken naar de capaciteiten en het menselijk kapitaal van mensen. We moeten die kans benutten.’

Wat zijn valkuilen bij het organiseren van goede opvang?

‘Gaat deze vraag alleen over goede opvang, of gaat het breder en omvat het ook inburgering en participatie? In feite kun je niet slechts één onderwerp selecteren; je moet rekening houden met zorg, onderwijs, dagbesteding, omdat alles met elkaar verweven is. Een valkuil is dus mogelijk het onvoldoende rekening houden met die samenhang.’

Enkele weken geleden trok de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan de bel over de impact van de instroom op bestaande infrastructuur in gemeenten, zoals schaarste in zorg, onderwijs en woningen. Hoe organiseer je bijvoorbeeld het onderwijs voor kinderen van nieuwkomers? Dit zijn zaken die integraal aangepakt moeten worden voor zowel Oekraïners als statushouders.’


Afbeelding: Vincent Jannink | ANP