Lokaal Bestuur
Weer naar school: opgelopen achterstanden, maar ook meer persoonlijke aandacht door halve klassen

De scholen zijn na twee maanden eindelijk weer open. Verliep alles op rolletjes? Gaat iedereen weer naar school? En hoe zit het met de tijdens de lockdown opgelopen achterstanden van sommige leerlingen?

Het schoolmaatschappelijk werk moet terug

portret_van_es.jpegHarriët van Es

Raadslid in Assen

Hoe is de heropening in Assen gegaan?

‘Over het algemeen heel goed. Het was vooraf natuurlijk een heel gepuzzel en ook wel spannend, maar er zijn geen grote problemen geweest. De leerlingen zijn blij en leerkrachten, pedagogische medewerkers en ondersteuners zijn ook tevreden.’

Dus alles ging goed?

‘Wat ouders waren gefrustreerd, omdat er niet getrakteerd mocht worden. Maar dat is toch wat kleiner leed. Ik vind het wel ontzettend vervelend voor de kinderen in groep 8, die nu het kamp en de eindmusical moeten missen.’

En waren de kinderen onwennig?

‘Niet echt. Het is natuurlijk niet het begin van een nieuw schooljaar met een nieuwe juf of meester en een nieuwe klas. De ouders vonden het, denk ik, spannender dan de kinderen zelf.’

Draaien de scholen meteen het reguliere programma?

‘Nee, het is in fasen opgedeeld. De eerste zorg op dit moment is het pedagogisch gedeelte: hoe zijn de kinderen uit de lockdown gekomen? Is er een achterstand in de sociale ontwikkeling? Voelen kinderen zich veilig?

Pas daarna wordt er gekeken naar de didactische status. Daar hebben we nu dus nog geen compleet beeld van. Maar kinderen, die al voor de lockdown een achterstand hadden, kregen de afgelopen weken ook al extra aandacht. Daarmee is geprobeerd achterstanden of problemen te voorkomen.’

Wat kan je als gemeente doen als kinderen nu nog thuis blijven of als er achterstanden zijn?

‘In principe zijn de scholen nu aan zet, maar zij kunnen het niet alleen. Kinderen die thuis al problemen hadden, op achterstand stonden en vaak laaggeletterd zijn, zijn extra hard geraakt door de coronacrisis. Om deze groep te helpen is echt meer nodig. De druk op docenten en interne begeleiders moet weg. We willen daarom dat het schoolmaatschappelijk werk terug komt. Dat is eerder wegbezuinigd, maar nu is het echt noodzakelijk om extra ondersteuning en zorg te bieden.’

Verwachten jullie steun?

‘We zitten in de oppositie, maar we hebben goede hoop. Het terugkeren van het schoolmaatschappelijk werk wordt wat ons betreft ook echt permanent onderdeel van het zorgaanbod, als een samenspel tussen zorgaanbieders, ouders en leerkrachten. Het is een goede manier om problemen en achterstanden bij leerlingen vroegtijdig op te sporen.’

Heb je geen bredere lobby nodig? Dit lijkt iets wat in heel Nederland een (deel)oplossing kan bieden?

‘We doen graag een oproep aan het kabinet om schoolmaatschappelijk werk breed te herintroduceren. Het Rijk moet ook met geld over de brug komen.’

We hebben vanaf het begin alles afgestemd

portret_struijk_1.jpgWouter Struijk

Wethouder in Nissewaard

Hoe is het in Nissewaard?

‘Het gaat eigenlijk boven verwachting goed. Deels komt dat doordat we aan het begin de juiste stappen hebben gezet als gemeente. De dag voordat Rutte met de lockdown kwam, zaten we met de scholen en kinderopvang bij elkaar om voor te sorteren op de verwachte maatregelen. Daaruit ontstond een kernteam onderwijs en kinderopvang dat daarna elke week twee keer bij elkaar is gekomen. Daardoor zetten we elke stap gezamenlijk en werd niemand verrast. Alle scholen doen hetzelfde nu en alles is afgestemd met de kinderopvang.’

Wat is de rol van de gemeente daarin?

‘Ik ben de trekker van het kernteam.’

Vooral een regiefunctie dus?

‘Ja, maar inhoudelijk hebben we uiteraard meegedacht. Wij zijn natuurlijk ook verantwoordelijk voor de kwetsbare kinderen. Vanuit onze wijkteams hebben we de zorg en de scholen bij elkaar gebracht. Het schoolmaatschappelijk werk heeft daarbij aangegeven welke kinderen in aanmerking kwamen voor de noodopvang. Dat is voortdurend in het kernteam besproken: hoe dat liep, of het om grote aantallen ging en of de begeleiding goed was.’

Je noemt het schoolmaatschappelijk werk. Dat was bij jullie dus nog wel intact?

‘Zeker. En zij waren bij ons ook echt de spin in het web bij het bepalen van wie wat nodig had.’

Is al duidelijk of en welke leerachterstanden er zijn?

‘Sommige schooldirecteuren denken dat het meevalt. Waar onderwijsachterstanden zijn, wordt volop ingezet op het inhalen daarvan. We denken nu actief mee over mogelijkheden, zoals een zomerschool voor kinderen die opgelopen achterstanden in willen lopen.’

Kun je afdwingen dat kinderen daar heen gaan?

‘Nee, maar we merken dat er ook door ouders, die geen vitaal beroep hadden, gretig gebruik werd gemaakt van de noopopvang. Ik denk daarom dat ouders wel mee willen werken als dat nodig is.’

Kijken jullie ook eerst naar het pedagogische deel en dan pas naar het didactische?

‘Nee. Het onderwijs focust zich juist meteen op rekenen en taal. Er is natuurlijk maar half opgestart: je hebt maar de helft van de tijd. De klassen zijn wel veel kleiner, dus leraren hebben meer tijd voor persoonlijke aandacht en begeleiding.

Het is verder interessant om te achterhalen hoeveel kinderen thuis juist veel meer hebben geleerd dan op school de laatste tijd. Daar zullen de scholen de komende tijd ook naar kijken.’

Valt daar na de eerste week nog niks over te zeggen?

‘Nou, leraren merkten hier op dag één al, dat de extra persoonlijk aandacht enorm helpt. Maar alle aandacht moet nu natuurlijk naar de kinderen, die om welke reden dan ook een achterstand opgelopen hebben. Dat vraagt om maatwerk.’

Na de aankondiging van het kabinet was er wat onduidelijkheid

portret_steijn.jpgMarianne Steijn

Wethouder in Velsen

Wat hebben jullie gedaan toen de aankondiging van de heropening van de scholen kwam?

‘Bij ons in Velsen was het vooral de vraag hoe het Rijk wilde dat het een en ander ingevuld zou worden. Halve of hele dagen naar school, dat soort vragen. Vlak voor de meivakantie hoorden we dat één schoolbestuur voor halve dagen koos. Dat leek ons onverstandig, omdat de nood- en kinderopvang daardoor in de knel zouden kunnen komen en omdat het verkeer daardoor extra belast wordt. We hebben daarom geprobeerd om het bestuur op andere gedachten te brengen.’

Wat kwam daar uit?

‘Niet zoveel. Het schoolbestuur bleef bij de halve dagen. De tien scholen die voor dat halve dagen model gekozen hebben, waren al voor het definitieve groene licht begonnen met de voorbereidingen. Daarin waren ze er vanuit gegaan dat de scholen maar halve dagen open zouden mogen. Dat was ook al gecommuniceerd met de ouders. Dus toen het kabinet meldde dat het hele dagen model sterk de voorkeur had, was het eigenlijk al te laat. Alles was in gang gezet.’

Dat was dus wel vervelend?

‘Ja, maar gelukkig ging het eigenlijk heel goed deze week. Daarbij hadden de scholen ook wel een inhoudelijke onderbouwing: ze willen leerlingen liever vier keer per week dan twee keer per week zien. Hoe meer contactmomenten hoe beter. Het thuisonderwijs is bijvoorbeeld niet altijd even goed van de grond gekomen, waardoor sommige leerlingen verder op achterstand raakten.’

Zijn er ook kinderen nog steeds uit beeld?

‘Nee, gelukkig niet. Iedereen is in beeld. Wel zijn er om diverse redenen ongeveer 50 van de 5000 basisschoolleerlingen niet naar school gekomen tot nu toe.’

Ligt de komende weken de focus op didaktiek of pedagogiek?

 ‘We hebben hier gekozen voor een mix. Hoe het nu gaat met de leerlingen is een belangrijke vraag die je wil beantwoorden. Wie is er met een klein trauma uit de lockdown gekomen? Het is extra spannend om na zoveel tijd weer met de helft van de kinderen in de klas te zitten. Maar daarbij is het didactische natuurlijk ook belangrijk: welke leerlingen hebben een achterstand opgelopen en zijn er ook leerlingen die geprofiteerd hebben?’

Hoe is de lockdownperiode ervaren?

‘Het was zwaar, zeker. Maar we horen vanuit de scholen ook dat de afgelopen periode het beste in de leerkrachten naar boven haalde. Iedereen dook helemaal in de uitdaging. Het is niet alleen negatief. Je hebt ook leerlingen die dankzij het digitale lesgeven enorm tot bloei zijn gekomen. Dus ik hoop dat het digitale onderwijs in een aangepaste vorm blijft bestaan.

Verder zie je dat de halve klassen echt werken. Je boekt er enorm veel winst mee. Zo ben ik ervan overtuigd dat je dure jeugdhulp kan vermijden.’

 

Afbeelding: Arie Kieviet | Hollandse Hoogte