Lokaal Bestuur
Als deze boeren het voor het zeggen zouden hebben, was het landbouwakkoord duurzaam én allang gesloten

Een jaar na de door iedereen goed ontvangen adviezen van Remkes zitten de onderhandelingen over het landbouwakkoord muurvast. Ondertussen woekert de stikstofcrisis voort en verschijnt de ene na de andere alarmerende rapportage over de afname van de biodiversiteit. Hoe komen we uit de impasse? Gaan boer en natuur samen? En wat moet het sociaal-democratische verhaal zijn? We vroegen het aan twee boeren, die toevallig ook PvdA-lid zijn. 


Mansholt zei het 51 jaar geleden al 

Jan Schrijver

Biologisch-dynamische ondernemer in Sint Maarten (Noord-Holland)


Je bent ondernemer in de biologisch-dynamische land- en tuinbouw. Wat houdt dat in?

‘Biologisch-dynamisch wil zeggen dat je de bodem centraal stelt. Die moet gevoed worden met organisch materiaal. We gebruiken geen chemische middelen en geen kunstmest. Je probeert de plant zo gezond mogelijk te laten groeien.

Daarnaast zijn we bezig met biodiversiteit, zoals het werken met akkerranden, groenbemesting en het eens in de zeven jaar voor een periode van twee jaar rust geven van de grond.’

Twee jaar niets verbouwen klinkt rigoureus?

‘Dat valt wel mee hoor. Op die manier komt de grond weer tot rust en blijft het vruchtbaar.’

En de stikstof?

‘Als je biologisch werkt, probeer je het stikstofprobleem te ondervangen door stikstof uit de lucht te halen en die weer onder de grond te brengen. Daar is weinig aandacht voor, maar dat is een belangrijk punt.’

Je werkwijze kan dus meehelpen met stikstofreductie?

‘Zeker. Als je vee houdt, mag je in vergelijking met een gangbare boer, maar de helft van de hoeveelheid stikstof gebruiken. In vergelijking met de gangbare landbouw verminderen de biologisch-dynamische bedrijven de stikstofuitstoot uit zichzelf al met 50%.’

Hoe kijken boeren die actief zijn in de veeteelt naar jullie?

‘Er is een grote middenmoot van boeren in Nederland, die ook bezig is met agrarisch natuurbeheer en geen overdreven grote veehouderij hebben. Zij werken grondgebonden en vormen geen onderdeel van het probleem.’

Wie zijn dat dan wel?

‘Boeren die een grote megastal hebben en dus een economisch bedrijf houden. Zij zorgen voor de grootste uitstoot, maar krijgen veel subsidie om bijvoorbeeld stikstofinnovaties door te voeren. Er blijft geen kievit of scholekster meer in leven, want hun maaiprogramma’s maken hen in het broedseizoen al kapot. De grote mestinstallaties zorgen er verder voor dat er qua biodiversiteit niks meer overblijft.’

Je bent best fel.  

‘Ja, je ziet in de veehouderij dat boeren uit elkaar groeien. Je hebt de groep die met aandacht voor de biodiversiteit bezig zijn tegenover de mensen, die echt alleen op economische basis werken. Dat laatste vind ik heel verontrustend. Terecht dat ze dat willen uitkopen.’

Is de uitkoopregeling die er nu ligt een goede?

‘Ja, ik vind dat het ministerie een zeer goed aanbod doet. Wel hoop ik dat er meer geld voor boeren beschikbaar gesteld wordt, die om willen schakelen naar een biologische bedrijfsvoering. Dat biedt bestaande boeren de kans hun bedrijf te behouden en 50% stikstof te besparen.’

Tot nu toe is de reactie vrij lauw en lijken alle boeren boos. Hoe verklaar je dat?

‘Doordat álle boeren last hebben van zeer bureaucratische regelgeving.’

In het buitenland zie je minder boosheid, daar speelt dat toch ook?

‘Nou nee, in andere landen zijn minder regels, omdat de stikstofproblemen veel kleiner zijn. Dat komt doordat Nederland zo uit de pas is gaan lopen.’

Hoe is dat zo ontstaan?

‘Heb je even? Ik herinner me nog een brief van Sicco Mansholt uit 1972. Hij was natuurlijk een belangrijke partijgenoot en hij gaf aan dat de biologische kant van het vak meer aandacht verdiende. Anders zou de vruchtbaarheid van de bodem terug lopen en zouden chemische middelen noodzakelijker worden. Daar is 51 jaar later nog steeds te weinig mee gebeurd. Die brief is nog heel actueel. Ons stikstofprobleem had veel kleiner kunnen zijn.’

Wat zou het sociaal-democratische verhaal op de landbouw moeten zijn?

‘Ik denk dat we oog moeten hebben voor de natuur en dat de agrarische sector daar medeverantwoordelijk voor moet zijn. Alleen op die manier kom je tot een evenwicht tussen natuur en landbouw.’

Klinkt goed, hoe doe je dat?

‘Allereerst zou ik er voor willen pleiten dat een boer straks meer natuurbeheer op zich moet nemen en tegelijkertijd ook meer grondgebonden moet gaan denken. Alles wat je doet en wat je aan stikstof produceert, moet je ook weer terugbrengen naar je bodem. Dus meer kringlooplandbouw, maar dan wel met een verdienmodel. En noem het gewoon wat het is: biologisch.’

Is er wel een gelijk speelveld?

‘Nee, gangbare bedrijven hebben nu veel meer voordelen. Het speelveld ten opzichte van de biologische boeren moet verbeterd worden. Als je de kringlooplandbouw een eerlijke kans wilt geven.’

En de grootschalige veeteelt?

‘Dat past totaal niet meer in Nederland. Dat moet je niet willen.’

Welke taak ligt er voor de PvdA?

‘De PvdA moet een eerlijk verhaal houden: je komt niet onder de stikstofreductie uit, want anders wordt de bodemvruchtbaarheid en daarmee de biodiversiteit simpelweg steeds slechter. De verontreiniging moet worden aangepakt.’

Maar zonder boeren geen eten, staat er op spandoeken.

‘Dat is complete onzin. Er is voedsel genoeg in Nederland. 80-85% van wat er geproduceerd wordt, gaat de grens over. Voedselveiligheid en voedselzekerheid zijn ontzettend belangrijk, maar beiden zijn gewoon in orde.

Bied boeren tegelijkertijd wel perspectief. Kijk dus hoe je beter in samenwerking met de natuur kunt werken en zorg voor het juiste verdienmodel. Werk genoeg en als het rendabel wordt, is de bestaanszekerheid ook in gegarandeerd.’

De onderhandelingen over het landbouwakkoord zitten ondertussen muurvast. Wat moet er volgens jou inkomen?

‘Dat verdienmodel voor duurzaam boeren opzetten dus en veel aandacht voor het Groenboerenplan, dat door veel biologische boeren gepropageerd wordt. Dan kan de natuur eindelijk herstellen en het levert stikstofruimte op voor bijvoorbeeld het bouwen van nieuwe woningen.’

Is het een goede zaak dat BBB en de PvdA in verschillende provincies gaan samenwerken?

‘Je moet nooit op voorhand nee zeggen: de PvdA is altijd een bestuurderspartij geweest. Maar ik denk wel dat je op je hoede moet zijn. Voor je het weet word je meegezogen in het frame van de zielige boeren, die niets willen veranderen. Ik vind dat ze dat voor een deel aan zichzelf te danken hebben. Veel boeren beseffen wel dat bodemvruchtbaarheid iets is waar je niet omheen kan. Zelfs Van der Plas weet dat er wat moet veranderen.’

Waarom zegt ze dan niet?

‘Daar zit mijn grote twijfel: hoe eerlijk zijn ze nu? Zit er niet een grote adder onder het gras? Ze hebben zich erg laten beïnvloeden door de vleesverwerkende industrie. Die belangen zijn ongelooflijk groot, dat is een miljardenindustrie.’


Met polarisatie kom je nergens 

Ton Spijkerman

Biologische melkveehouder in Wasperveen (Drenthe)


Hoe moet de sociaal-democratie zich opstellen: meer leunen richting GroenLinks en PvdD of meer richting de BBB?

‘Ik heb niks met de PvdD, maar ik geloof ook niet in de hype van de BBB. Ze hebben geen rechtomlijnde visie. Ze vechten tegen beleid, maar hun eigen koers is niet duidelijk.’

Bij de PvdD lijkt het ontbreken van een visie niet zo’n probleem te zijn.

Nee, maar de PvdD wil elke vorm van landbouwdieren uitbannen, daar kan ik niks mee. Daar geloof ik ook niet in, want ik ben melkveehouder. Mijn visie voor de PvdA is: een eigen koers varen.’

En die is?

‘Al wat gebaseerd is op meer gebruik aan grondstoffen dan noodzakelijk, zou je moeten belasten. Je zult het belastingsysteem anders moeten inrichten. Niet arbeid belasten, maar de grondstoffen. Daarom zit ik ook bij de PvdA, omdat dat wat mij betreft de juiste richting is.’

Waar zou het sociaal-democratische verhaal zich op moeten focussen: het oplossen van stikstof, bestaanszekerheid voor de boer, voedselzekerheid, betaalbaarheid van gezond voedsel, biodiversiteit/klimaat?

‘Het moet een verbintenis zijn tussen al deze zaken. Als je alleen op stikstof focust, dan krijg je elders weer een ander probleem, dat ineens onopgelost blijkt. Je moet het holistisch bekijken en zo moeten we het dus zien. Laat dat het PvdA-verhaal zijn.’

Wat betekent dat voor de provinciale onderhandelingen?

‘Ze kunnen daar natuurlijk het belastingsysteem niet veranderen. Ik zit zelf in Drenthe en daar ben ik heel mild over. De provincie heeft altijd geprobeerd de harmonie te zoeken, ook op het gebied van landbouw. Daar wordt altijd alles in samenspraak geprobeerd.’

Met pappen en nathouden zijn we toch in de huidige problemen gekomen?

‘Vind ik niet. Elk probleem moet opgelost worden, maar dat kan alleen als je samenwerkt.’

Hoe zouden provincies de stikstofproblematiek te lijf moeten gaan?

‘Het politieke dilemma is dat ze niet weten wat ze moeten. Het Rijk moet gewoon dwingen, want ze gaan er in de provincie niet uitkomen. We hebben in het verleden gezien dat veel taken vanuit het Rijk naar de provincies werden overgeheveld. Maar als iedereen zijn eigen gang gaat op dit soort dossiers, verlies je de samenhang en regie.’

Wat vind je van de uitkoopregeling?

‘De uitkoopregeling is een eerste stap. Eindelijk is nu duidelijk wanneer je een piekbelaster bent. Namelijk, wanneer de totale uitstoot op naturagebieden meer dan 2500 mol is per jaar. De nog te nemen stappen zullen veel meer invloed hebben.’

Ja? Wat zou je graag in het landbouwakkoord terug willen zien?

‘Ik heb hele goede hoop dat onze vertegenwoordiger vanuit de biologische sector een goed verhaal neerzet. De grondgebonden landbouw moet gestalte krijgen, dat is de hoofdboodschap, die Adema zal moeten brengen. Als je dat doet, kun je stikstof reduceren en met natuurherstel meer biodiversiteit krijgen. Je houdt meer stikstofruimte over voor de woningbouw en allerlei andere projecten.’

Gaat dat ook gebeuren?

‘Goede vraag. Die boodschap krijgt ontzettend veel weerstand, want het betekent dat de mestuitstoot naar beneden moet en je dus simpelweg minder dieren kunt houden.’

Je hebt zelf een biologische melkveehouderij. Hoe is dat anders dan gangbare veeteelt?

‘We maken geen gebruik van kunstmest en niet-biologische bestrijdingsmiddelen. Al het veevoer, dat we aankopen, is biologisch of ecologisch geteeld. Dat kost wat meer geld.’

Hoe zorg je er dan voor dat het winstgevend is?

‘Als bioboeren hebben we ook te maken met de markt. Er is vraag naar een bepaalde hoeveelheid biologische melk in de markt. Daar kun je een meerprijs voor krijgen. Dan heb je het over zo’n 13 cent per liter.’

Klinkt niet echt als een aantrekkelijke markt voor nieuwelingen.

‘Ja, het verdienmodel tot nu toe is dat er pas nieuwe boeren bij kunnen als er ruimte is in de markt. Stel dat je de productie ineens met 50% zou verhogen, dan overspoel je de markt, dalen de prijzen en maak je geen winst meer. Zolang de markt het toelaat, geven coöperaties ruimte aan nieuwe biologische boeren.’

Merk je dat onderscheid tussen biologisch en gangbaar in de praktijk ?

‘Ik leef in een dorp met twaalf gangbare boeren. Wij zijn nu 25 jaar biologische boer. Ik wil hier graag normaal kunnen leven, niet in de polarisatie die er nu overal is. Tussen boeren onderling is er snel ruzie tussen voor- en tegenstanders van de vraag of er minder vee gehouden zou moeten worden.’

Hoe houd je je daarbuiten?

‘Dat polariseren en elkaar tegenwerken en mopperen heeft geen enkele zin. Daar kom je niet verder mee. Je geeft dan niemand perspectief. Zelf probeer ik ondertussen in ieder geval de veehouderij op biologische wijze te runnen. We weten dat we daar financieel mee uitkomen en dat het goed is voor natuur en milieu. Ik hoop dat meer boeren die stap weten te maken.’


Afbeelding: Jeffrey Groeneweg | ANP