Column
Een beroerde erfenis

Het blijft tobben met deze regering. Wij tobben met hen en zij tobben met hun opdracht, namelijk het besturen van het land. Al vanaf 2017 hebben we te maken met een regering – deze en de vorige zijn in dit opzicht hetzelfde –  die geen besluiten durft te nemen, geen verantwoordelijkheid neemt, en die de kool en de geit probeert te sparen. En dat op alle dossiers. Geen wonder dat het vertrouwen in de regering zo laag is.

Voor kinderen en jeugdigen, die zorg nodig hebben, maken ze het wel heel, heel bont. Bij het aantreden van Hugo de Jonge in 2017 waren de verwachtingen nog hooggespannen. Als wethouder had hij de decentralisaties aan den lijve meegemaakt. Hij wist dat er te weinig geld was en had verder een prima reputatie. Maar helaas: ondanks zijn Rotterdamse mentaliteit, waar hij o zo trots op is, volgden op de vele plannen heel weinig daden.

De jeugdzorg was volgens Hugo dermate complex dat alleen een feitenonderzoek inzicht kon geven. En toen dat feitenonderzoek er eenmaal lag, bleek er nog heel wat uit te zoeken. Onderzoek na onderzoek volgde om uiteindelijk te eindigen met een arbitrage tussen Rijk en gemeenten, waar de laatsten in het gelijk werden gesteld. Hugo vertrok ondertussen met stille trom naar wonen en liet zijn inboedel onbeheerd achter. Kort samengevat is die erfenis voor zijn opvolgers van Ooijen en Weerwind: te weinig geld, te weinig professionals, meer kinderen in de jeugdzorg, enorme wachtlijsten, complexe problematiek, een stapel aan onderzoeken en een niet al te joviale verhouding met de gemeenten.

O en vlak voor Hugo de deur achter zich dicht deed, had hij nog wel met de Kamer en de gemeenten afgesproken dat er een hervormingsagenda jeugd komt. Officieel is de opdracht om te komen tot betere hulpverlening en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel. Belangrijk en urgent, maar de uitwerking liet hij aan zijn opvolgers. Succes ermee, beste Maarten en Franc. En omdat het Rijk niet over de brug komt met geld en zelfs al een forse bezuiniging heeft ingeboekt, zitten de onderhandelingen over de hervormingen in de jeugdzorg weer muurvast.

Gezien de voorgeschiedenis is het misschien niet onverwacht, maar treurig blijft het wel. Terwijl alle onderzoeken van Hugo en de arbitrage glashard hebben aangetoond, dat er te weinig geld is, er niet genoeg jeugdbeschermers zijn en jongeren met de zwaarste problemen niet goed worden geholpen, zijn we sinds 2017 niets opgeschoten. De ogen sluiten kan niet. We weten het uit Jojanneke en de jeugdzorgtapes, Kinderen van de staat en sinds deze maand uit Betrek mij gewoon.

De Kamer zit Weerwind en Van Ooijen daarom terecht op de hielen: maak haast met een nieuwe jeugdwet. Maar die lijken vooral bezig met anderen. Volgens Van Ooijen ligt een belangrijk probleem bij de gemeenten. Zij zouden te veel zorg aan jongeren met lichte problemen verlenen, waardoor jongeren met complexe problemen op de wachtlijst terechtkomen. Even los van of dit waar is, is dit natuurlijk veel te kort door de bocht en ondermijnt een dergelijke opvatting het idee van preventief werken volledig.

Ook Weerwind is de weg kwijt. Vanuit pure armoede bedenkt hij dan maar dat gemeenten de kinderen, die onder toezicht staan, voorrang moeten geven als zij die vorm van hulp nodig hebben, waar wachtlijsten voor bestaan. Wel is Franc bang, dat ouders dan zelf een Onder Toezicht Stelling (OTS) gaan aanvragen om versneld hulp te kunnen krijgen. Hoe gek kan het worden dat dit een risico zou zijn? Nog even los van de vraag dat kinderen en jeugdigen recht hebben op de voor hen goede zorg: hoeveel ouders zouden vrijwillig een OTS voor hun eigen kinderen willen?

Er gloort geen licht aan het einde van de tunnel. Weerwind weet het niet en Van Ooijen zoekt een zondebok. Alleen zoekt hij op de verkeerde plek. Die zondebok is niet de gemeente en ook niet de jeugdzorg. Als je die rol al aan iemand kunt toewijzen, is het aan Hugo, die als minister niets anders heeft gedaan dan onderzoek na onderzoek te laten uitvoeren. Dit is zijn erfenis. Kinderen en jeugdigen zijn daar de dupe van. Als ouders er een potje van hebben gemaakt, kun je als kind de erfenis weigeren. Bewindspersonen kunnen dat niet, zij nemen de verantwoordelijkheid over. Juist als je verzakende voorganger in hetzelfde kabinet zit.


Afbeelding: Bart Maat | ANP