Lokaal Bestuur
Accijnsverhoging op brandstof van de baan: de plussen en minnen in het land

Het plan de accijnzen op brandstof te verhogen is voorlopig van tafel. Een deel van Nederland haalt opgelucht adem, anderen plaatsen vraagtekens bij het besluit. Raadsleden en gedeputeerden over de voor- en nadelen van het terugdraaien van de accijnsverhoging. 


‘Duurzaamheid is belangrijk maar de mobiliteit van mensen is nog belangrijker,’ stelt Bart van Wijk, raadslid van SAM Waadhoeke, een lokale samenwerkingspartij van PvdA, GroenLinks en D66. 

Vanuit sociaal oogpunt vindt Van Wijk het een goede zaak dat het plan voor verhoging van de brandstofaccijns van de baan is. ‘Als je in onze gemeente in één van de kleine dorpen woont zoals Sint Annaparochie en je moet naar het gemeentehuis met het openbaar vervoer, dan ben je zo anderhalf tot twee uur onderweg.’

Hij vervolgt: ‘Het openbaar vervoer is hier niet zo geregeld als in de Randstad. Natuurlijk is duurzaamheid belangrijk, maar ik vind het essentieel dat mensen mobiel kunnen blijven. Bij ons betekent het dat veel inwoners afhankelijk zijn van hun auto.’

Vraagtekens

Raadslid in Steenwijkerland Steven Bunt zet zijn vraagtekens bij het loslaten van de accijnsverhoging. ‘Ik ben in principe voor het verhogen van de accijns, want we moeten echt stoppen met het subsidiëren van fossiele brandstoffen. Alleen dan moet er wel iets tegenover staan. Door de verhoging niet door te voeren, helpen we inderdaad de mensen met een kleine portemonnee en auto. Maar, we helpen de rijke automobilist nog veel meer. Mensen die meer geld te besteden hebben, kunnen vaak hun eigen werk makkelijker zelf indelen en deels thuiswerken bijvoorbeeld.’

De beslissing helpt volgens Bunt de mensen die afhankelijk zijn van hun auto een beetje om naar hun werkplek te gaan. ‘Ik denk dat we moeten kijken naar effectievere manieren om de koopkracht te versterken. Het is vreemd dat we in Nederland het openbaar vervoer niet veel beter benutten en betaalbaarder maken. Maar ook al zou je dat bij ons in de gemeente doen, dan ben je nog steeds heel lang onderweg van de ene naar de andere kant van de gemeente.’

‘Dan rijdt er af en toe maar een lege bus’

Dat er meer aandacht moet naar het OV in landelijk gebied, vindt ook Van Wijk. ‘De verschraling van voorzieningen in onze regio is enorm,’ zegt hij.

‘Mensen moeten de vrijheid hebben om naar hun familie te gaan, naar hun werk – ook als ze minder te besteden hebben. Er werd heel veel gekeken naar de economische waarde van het openbaar vervoer. Natuurlijk loont het niet om met een lege bus te rijden. Maar als je het platteland leefbaar wilt houden, dan betekent dat ook dat je niet alle buslijnen opheft. Dan rijdt er af en toe maar een lege bus. Dat is dan de consequentie.’

Noord-Holland heeft al te maken gehad met het terugbrengen van de frequentie waarop de bussen rijden. Gedeputeerde in Noord-Holland Jeroen Olthof: ‘Mensen worden ook niet verleid om met het openbaar vervoer te gaan. Het openbaar vervoer is behoorlijk prijzig en er is personeelstekort. Daarom rijden bij ons minder bussen. Ik vind het logisch dat we de fossiele brandstoffen gaan afbouwen, maar zoals het nu is, vind ik de beslissing de accijns niet te verhogen wel even goed. Mensen moeten overal kunnen komen en als we de prijzen op brandstoffen nog verder verhogen, dan sluit je een hele groep uit.’

Verschillen dorpen en steden

De verschillen tussen dorpen en steden erkent ook Stijn Smeulders, gedeputeerde in Noord-Brabant: ‘Wij hebben een provincie met kleine kernen en grote steden. In Helmond zijn bijvoorbeeld vier NS-stations en in Brabant zijn dorpjes met nauwelijks één bushalte. Die verschillen bestaan en dat niet elk gebied dezelfde voorzieningen heeft, moeten we ook deels accepteren. Het is niet reëel te verwachten dat een dorp dezelfde voorzieningen krijgt als een stad. In een dorp moet je soms een stuk fietsen voor je bij een bushalte bent, maar dan moet die bus wel een betaalbare optie zijn.’

Het OV is vaak niet betaalbaar, meent Olthof. ‘Ga maar eens als gezin met drie kinderen met de bus en de trein. Dat is een heel duur uitstapje. Wat op de lange termijn een oplossing zou zijn, is in mijn ogen het openbaar vervoer op maat maken. Dus aangepast aan de regio en de behoeften die daar liggen. Het OV moet zichzelf vernieuwen. Denk aan flextaxi’s (taxi’s die naar een ophaalpunt rijden), buurtbussen, deelfietsen en deelauto’s. Tot slot moet voor bepaalde doelgroepen het openbaar vervoer aantrekkelijker gemaakt worden, zoals gratis reizen voor kinderen onder de 12 jaar. Het moet een prioriteit zijn dat we geen groepen buitensluiten. Ook met een kleine beurs moet je overal kunnen komen.’

Op de lange termijn moet er volgens Olthof wel meer accijns komen op fossiele brandstoffen, mits er alternatieven zijn zoals betaalbaar openbaar vervoer. Maar ook dat is niet zo makkelijk.

Het rijk kwam tijdens de coronacrisis met een beschikbaarheidsvergoeding, waarmee tot 95% van de kosten werd afgedekt en het OV beschikbaar bleef voor mensen met cruciale beroepen. Deze beschikbaarheidsvergoeding stopt in 2024. ‘Wij compenseren dat dan wel vanuit de provincie, maar met de loonstijging en energieprijzen zien vervoerders zich genoodzaakt om de prijzen van kaartjes te verhogen tot wel 12 procent. Dan bied je geen alternatief.’

Busvervoer onder druk

Dat met name busmaatschappijen het moeilijk hebben, zien ze ook in de provincie Noord-
Brabant. Smeulders maakt zich daar zorgen over. ‘Het busvervoer staat onder grote financiële druk en de vraag is: Hoe houd je het dan betaalbaar? Als we het busvervoer in stand willen houden en zelfs laagdrempeliger willen maken, dan hebben we daar echt de hulp van het Rijk bij nodig. Het is immers de taak van de rijksoverheid om dat te reguleren.’

Los van het alternatief voor de auto, blijven de prijzen bij de pomp hoog. In Steenwijkerland begrijpt raadslid Bunt de weerstand tegen de hoge prijzen aan de pomp wel. ‘Uiteindelijk moeten we deze pijnlijke stappen wel zetten, want ik denk dat we met het oog op onze toekomst hier niet meer mee wegkomen. Het is aan onze partij om te zorgen dat de transitie eerlijk en rechtvaardig uitpakt en dat niet alleen de rijke mensen – zoals we nu steeds zien – mee kunnen in de duurzame maatregelen.’ Hij vervolgt: ‘Wij als sociale partij moeten ervoor zorgen dat groen en duurzaam leven voor iedereen haalbaar is. Als we dat niet doen dan verliezen we het draagvlak voor verduurzaming. Een draagvlak dat nu al wankelt. Het is onze taak als politici om dit gesprek aan te gaan.’

‘Groen en duurzaam moet voor iedereen haalbaar zijn’

Hoewel de eerste verantwoordelijkheid ervoor in Den Haag ligt, is Steenwijkerland in gesprek met de provincie Overijssel over het openbaar vervoer, maar ook over goede fietspaden. ‘Wat wij kunnen doen, is aangeven hoe verschillend de situatie per regio kan zijn. In landelijk gebied zijn mensen echt meer afhankelijk van de auto dan in de stad. Maatregelen zoals een accijnsverhoging op brandstof raakt mensen hier meer dan op andere plaatsen.’

Toekomst

‘Het verlagen van de belasting op fossiele brandstoffen is niet de weg naar de toekomst,’ zegt Smeulders. ‘En we hebben onze bedenkingen bij de dekking, want dat er een greep in het groeifonds wordt gedaan, zou lachwekkend zijn als het niet zo triest is. Het groeifonds helpt ons met bijvoorbeeld Brainport Eindhoven. Ik ben het eens met Steven Bunt. Volgens mij zijn er andere en betere mogelijkheden om mensen te ondersteunen in deze dure tijd. Deze maatregel helpt vooral de automobilisten, maar er zijn natuurlijk veel meer mensen die de gevolgen van de hoge prijzen voelen. Het is een hele lastige kwestie, ook binnen de partij.’


Afbeelding: Richard Brocken | ANP