Lokaal Bestuur
Nul-op-de-meter en goed voor de dieren

Isoleren, isoleren, isoleren. Dat is het credo op weg naar een nul-op-de-meterwoning. Je kunt nog zoveel duurzame maatregelen nemen als zonnepanelen en een warmtepomp, als je energie net zo hard weer je huis uitloopt, heb je er helemaal niets aan. Alleen, wat moet je nou doen als zich bijvoorbeeld een vleermuis in je spouwmuur heeft genesteld?


Dan komt de Wet natuurbescherming om de hoek kijken en is de geplande isolatie niet langer vanzelfsprekend uit te voeren. Een soortenmanagementplan kan daarbij helpen. Utrecht is koploper in het land.

De Raad van State oordeelde deze zomer dat een gespecialiseerd isolatiebedrijf het onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen niet goed had uitgevoerd. Het bedrijf had na een eerste ecologische quickscan eventueel een ecologisch onderzoek moeten uitvoeren, waarna het een ontheffing op de Wet natuurbescherming had moeten aanvragen bij de provincie.

Deze aanpak kost tijd en geld. Een quickscan waarbij de ecoloog vaststelt of er beschermde soorten in en om het gebouw te verwachten zijn kost tussen de 400 en 800 euro. De gehele procedure neemt ongeveer anderhalf jaar per woning in beslag. Volgens de VNG handelde het bedrijf zoals de meerderheid van de isolatiebedrijven.

Goed voor dieren en mensen

Om particulieren en bouwers op niet al te hoge kosten te jagen en om ervoor te zorgen dat er een plan voor een groter gebied is, kan de gemeente een soortenmanagementplan (SMP) opstellen. Het SMP is een ecologisch onderzoek voor een bepaald gebied, maar gaat ook in op de instandhouding van beschermde soorten. De provincie of omgevingsdienst geeft vervolgens een ontheffing voor het onderzochte gebied aan de gemeente.

Deze ontheffing kan iedereen in het gebied gebruiken om te isoleren. ‘En dat scheelt gedoe voor inwoners’, zegt verantwoordelijk GroenLinks-wethouder Linda Voortman – inmiddels ook lid van PvdA – uit Utrecht. Daarnaast kan een ontheffing de doorlooptijd van projecten van woningbouwcorporaties versnellen, omdat de maatregelen die de bouwers voor dieren moeten nemen eerder bekend zijn. Daarbij worden de risico’s voor projecten kleiner, omdat niet langer gewacht hoeft te worden op de uitkomst van het ecologisch onderzoek en ontheffingen.

‘Het klopt dat rechters bouwplannen met het SMP niet kunnen stilleggen, maar we willen vooral ook dat er plek is voor dieren in de stad. Zij wonen ook in Utrecht. Dit is dus goed voor dieren en voor de mensen die in de woningen wonen,’ aldus Voortman.

‘Begonnen met SMP voor het eigen en maatschappelijk vastgoed.’

Utrecht is begonnen met het opstellen een SMP voor het eigen en maatschappelijk vastgoed, zegt de wethouder. ‘In 2014 zijn we begonnen met het onderzoeken van alle gebouwen in de stad naar de aanwezigheid van beschermde gebouwbewonende soorten. Dat zijn onder andere de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Deze onderzoeken zijn we begonnen vanwege de vele losse bouwplannen, de lange doorlooptijd en omdat de losse onderzoeken weinig ecologisch inzicht gaven in de status van deze dieren op stadsniveau.’

De ontheffing op basis van het SMP werd in 2016 voor het eerst aangevraagd voor de gemeentelijke gebouwen. ‘Dit jaar hebben we een uitbreiding van de ontheffing aangevraagd voor woningbouwcorporaties en particulieren.’

De gemeente heeft daarbij op verzoek van de woningbouwcorporaties gevraagd aan de provincie of het bestaande SMP ook voor hen kan gelden. De aangevraagde ontheffing op de Wet natuurbescherming heeft een looptijd van tien jaar.

Het duurt ongeveer anderhalf tot twee jaar voordat een SMP is opgesteld. De gemeente probeert hier wel op in te spelen met de provincie, zegt Voortman: ‘Ter overbrugging van de onderzoekstijd en ontheffingsprocedure, werkt de provincie Utrecht met het pre-SMP. Hiermee kan toch – deels – worden geïsoleerd, gecombineerd met het aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen.’

Alternatieve verblijfplaatsen

Alternatieve verblijfsplaatsen zijn bijvoorbeeld kasten voor gierzwaluwen, mussen en vleermuizen die in de muren gemetseld kunnen worden. In het SMP plant de gemeente waar ze deze kasten en nesten plaatsen. ‘We kijken met elkaar wat we aan renovaties en bouw gaan doen in een wijk in een jaar. Dan bepalen we met elkaar hoeveel nesten er dus weggaan en hoeveel nesten er terug moeten komen voor mussen, vleermuizen. Die nesten kunnen we ook verspreiden. Ze hoeven niet per se bij het project te hangen. Dus als er bij bouw van het ene project zes nesten weggaan, kunnen we er ook voor zorgen dat we bij een ander plan acht extra nesten maken.’

Niet elk bedrijf mag overigens gebruikmaken van het pre-SMP. ‘Alleen door de provincie gecertificeerde isolatiebedrijven kunnen het gebruiken. De gemeente Utrecht heeft een ontheffingsaanvraag voor een definitief SMP ingediend bij de provincie. De proceduretijd loopt tot eind van het jaar.’

Daarbij geldt het SMP voor particulieren alleen voor spouwmuurisolatie: ‘Andere isolatiezaken, zoals nieuwe daken, vallen er voor deze groep niet onder. Hiervoor moeten mensen een reguliere ontheffingsaanvraag indienen en wel onderzoek doen.’

Provincie kan gemeenten helpen met opstellen SMP

Lang niet elke gemeente heeft een ecoloog in dienst. Voortman tipt dat de provincie Utrecht gemeenten helpt bij het opstellen van een SMP. ‘De provincie kan ook helpen bij de uitvraag voor het ecologisch onderzoek en informeren over subsidiemogelijkheden.’

Daarnaast merkt de gemeente op dat een SMP niet voor iedereen even voordelig is: ‘Om een SMP rendabel te maken, moeten er voldoende ontwikkelingen in je stad spelen. Is er weinig sloop en nieuwbouw dan loont het voor een gemeente niet om het onderzoek stadsbreed uit te zetten.’

Citizen science

Utrecht heeft daarbij ook nog andere ervaringen: ‘Met citizen science, burgerwetenschap, zijn de gegevens over de gierzwaluw en huismus te verzamelen. Voor vleermuizen is dit lastiger. Hiervoor wachten we landelijke ontwikkelingen af. Ook zien we dat ecologisch onderzoek en de bescherming van de leefgebieden van de zeldzamere vleermuissoorten zinvoller lijkt op regionaal niveau dan op gemeentelijk niveau. Deze soorten hebben een leefgebied dat gemeente-overstijgend is.’

Inmiddels is de gemeente ruim anderhalf jaar bezig met een tijdelijke ontheffing waarmee particulieren hun woningen kunnen isoleren zonder dat hier vooraf ecologisch onderzoek voor nodig is. Het isolatiebedrijf hoeft alleen te melden dat zij gaat isoleren en te voldoen aan voorwaarden. Voorwaarden zijn bijvoorbeeld het tijdelijk ongeschikt maken van nest- en verblijfsplaatsen bij de woning en het creëren van nieuwe nestplekken. Andere voorwaarde is dat de isolatiewerkzaamheden buiten het broedseizoen en het overwinteringsseizoen worden uitgevoerd. Dit valt onder de provinciale aanpak natuurvriendelijk isoleren.

‘De aanpak is wel pionieren’

‘De aanpak is wel pionieren’, signaleert de wethouder. ‘De rechter heeft er nog geen uitspraak over gedaan.’ Mocht de rechter uitspreken dat deze manier van isoleren niet kan, dan is de provincie hiervoor verantwoordelijk, benadrukt Voortman: ‘Niet de eigenaren van de woning. Als de rechter de aanpak niet steunt, gaan we terug naar de oude werkwijze waarbij particulieren worden geïnformeerd over een natuurvriendelijke manier van isoleren. Woningeigenaren moeten dan jammergenoeg weer een individuele ontheffing op basis van de onderbouwing uit het SMP bij de provincie aanvragen.’


Afbeelding: Sijmen Hendriks Fotografie | ANP