Lokaal Bestuur
Met nationaal programma voor achterstandswijken voorkomen dat kloof onoverbrugbaar wordt

De burgemeesters van 15 steden luiden de noodklok voor de achtergebleven wijken van hun stad. Ze willen een nationaal programma voor de bewoners van verwaarloosde wijken die van generatie op generatie kampen met hardnekkige sociale problemen en dringen daarom aan op extra investeringen en wettelijke ruimte om te pionieren.


Toekomstperspectief bieden: daar gaan de investeringen naartoe 

Ahmed Marcouch

Burgemeester van Arnhem


Je bent een van de burgemeesters die de oproep deden. Jullie vragen € 500 miljoen per jaar, waar gaat dat geld precies heen?

‘De investering gaat naar de vergeten bewoners in barre omstandigheden. De groep die nauwelijks kan lezen en schrijven, waar het inkomen van de bijstand komt en waar de wekker alleen nog afgaat voor de schoolgaande kinderen. Hier zijn de beste meesters en juffen nodig in kleine klassen, die met alle aandacht voor hun leerlingen de beste lessen kunnen verzorgen.

Daarnaast zetten we acties op touw om jongeren in de wijk die het in zich hebben om rolmodel te worden goed op de rails te zetten, zodat zij hun leeftijdsgenoten de weg kunnen wijzen en moed kunnen geven. Zij springen bij en vullen pedagogisch aan wat laaggeletterde of werkloze ouders hun kinderen graag willen, maar niet kunnen geven. Toekomstperspectief bieden: daar gaan de investeringen naar toe.’  

Welke rol heeft woningaanpak in het plan?

‘We moeten tochtige en vochtige woningen renoveren tot leefbare huizen. Samen met de bewoners gaan we kijken hoe wij kunnen bijdragen aan de verduurzaming. Daarbij praten we meteen door met hen als ouders, over hoe het gaat met hun gezin. Contact leggen en dan gaan bouwen aan de woning en de hun hele manier van leven, dat is de weg.’

Het nationaal programma is geïnspireerd door het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Daar hoor je echter ook over mensen die weg moeten uit hun wijk vanwege renovatie of sloop van woningen: zij kunnen de vernieuwde woningen niet betalen. Hoe moet je daar mee omgaan?

‘De woningnood is even urgent als de klimaatcrisis. Dit gaat om mensenrechten. Alles begint met een betaalbaar en kwalitatief goed dak boven je hoofd. Ik kom nu mensen tegen van een jaar of dertig die aangewezen zijn op het huis van hun ouders en zo geen eigen leven met een eigen gezin kunnen opbouwen. Corporaties moeten dus meer gaan bouwen. In Amsterdam zijn teveel sociale huurwoningen verkocht: dat verbetert weliswaar de leefbaarheid in de wijk, maar leidt ook tot verdrijving van mensen zonder geld naar nieuwe buitenranden vol ellende. We moeten organiseren dat fatsoenlijk wonen te betalen is. Daarom moet de verhuurdersheffing voor corporaties van tafel, in elk geval voor de achterstandswijken.’

Het begint met een huis, maar horen werk en opleiding horen ook bij de plannen?

‘Zeker. Leren, daar gaat het om. Thuis, op school, bij de sportclub en op straat. In Arnhem-Oost hebben we recent acht straatcoaches ingezet die jongeren aanspreken. Een pedagogische benadering dus, waarbij je niet de politie op jongeren afstuurt, maar een helpende hand biedt. De straatcoaches leren de jongeren kennen, leggen contact met hun ouders, docenten of wie dan ook en zoeken naar aanknopingspunten voor de beste opleiding. Het is de mentor die gelooft in de leerling, de stage die er toe doet, of de baan die de juiste vooruitzichten biedt, waarmee je het verschil kan maken. Dat is mensenwerk, maar juist die inspanning is erg belangrijk. Je moet immers laten zien aan de bewoners van deze wijken dat voor hen een beter leven mogelijk is en daar hulp voor is.’

Het voorbeeld van de straatcoaches gaat over een preventieve en pedagogische inzet. Er zijn ook steden waarin wat rechtsere partijen in het bestuur zitten. Is er dan ook kans dat in die steden bijvoorbeeld juist meer repressieve maatregelen worden genomen?

‘De repressieve kant is net zo goed nodig. Zolang het makkelijk is om via drugstransporten snel geld te verdienen, is er geen gehoor voor de ouder, de onderwijzer of welke opvoeder dan ook. Het moet onaantrekkelijk worden gemaakt om dat pad op te gaan.

Daarnaast krijgen we aan de voorkant veel signalen van basisschoolleraren die in groep 6 of 7 al zien dat leerlingen de verkeerde kant op gaan. Bijvoorbeeld door het taalgebruik. Dat heb ik zelf ook meegemaakt: dat kinderen niet aan mij vragen wat een burgemeester zoal doet, maar wat “het doet” en of ik ook in een Lamborghini rijd. Dat zijn signalen waardoor wij de noodzaak beseffen om scholen formatief ruimte bieden voor de persoonlijke vorming die zij van huis uit ontberen en in de hele omgeving niet te vinden is. Een miljoen Nederlanders leven zo. Eeuwig zonde. Wij kunnen niet anders dan dit oppakken.’


De ene kant van de stad negeert de andere kant 

Paul Depla

Burgemeester van Breda


Wat is de kern van de oproep?

‘Dat er een nationaal programma nodig is voor kwetsbare wijken, waarbij wordt geïnvesteerd in onderwijs, bestrijding van vroegtijdig schoolverlaten, het versterken van kansen op werk en het oog hebben voor gezondheid. Het gaat over veiligheid, maar niet alleen daarover. Want een veilige wijk zonder perspectief op werk heeft net zo weinig toekomst als een wijk, waar de woningen goed zijn, maar een carrière in de criminaliteit het enige perspectief is.’

In welke mate heeft Breda kwetsbare wijken?

‘In Breda-Noord sterven mensen zeven jaar eerder dan in Breda-Zuid. Het aantal mensen met schulden ligt 2,5 keer zo hoog als in de rest van de stad. Het aantal vroegtijdig schoolverlaters is twee keer zo hoog als in de rest van de stad. Er is een concentratie van mensen met problemen. Mensen voelen zich niet meer verbonden met elkaar. De ene kant van de stad negeert de andere kant. En de andere kant verliest snel het geloof in democratische en maatschappelijke instituties. Er is een onzichtbare scheidslijn die messcherp de sociale tegenstellingen blootlegt. Dat is een ontwikkeling waar ik me niet bij kan en wil neerleggen.’

Onderwijs, werk, gezondheid, wonen, veiligheid: er is erg veel nodig. Ben je niet bang dat er door verschillende gemeenten zal worden gevochten om de beschikbare middelen en de inzet kan verwateren?

‘Het ministerie van Binnenlandse Zaken werkt eindelijk weer aan een serieus ruimtelijke ordeningprogramma. Een programma dat de aanpak van woningnood bevat middels woningdeals, de aanpak van wijken middels meerjarige programma’s en ondersteuning voor krimpgebieden door middel van regiodeals voor grensgebieden. Bij ieder programma kun je de vraag van de verdelende rechtvaardigheid stellen.’

Of?

‘Of je kunt ervoor zorgen dat er focus wordt aangebracht. Dat laatste lijkt me behulpzamer dan alles gelijkmatig over het land verdelen zonder oog te hebben voor de doelstellingen. En ja, dan krijgt de ene gemeente een deel van de krimpgelden, bijvoorbeeld Oost-Groningen, krijgt een andere gemeente gelden uit een woningdeal, bijvoorbeeld Nijmegen, en krijgen weer andere gemeenten geld uit dit programma.’

Is het de bedoeling dat die middelen uit het gemeentefonds komen of juist niet?

‘We willen geen geld afromen van andere gemeenten. Dat is een discussie die speelt bij de herverdeling van het gemeentefonds. Daar is hiervan geen sprake. We claimen dus extra geld boven op de bestaande begrotingen.’

Nog even over wonen: hoe voorkom je dat mensen die weg moeten uit een te slopen woning naar plekken moeten waar ze niet heen willen? Zoals bijvoorbeeld bij de Tweebosbuurt in Rotterdam gebeurt?

‘Sloop- en nieuwbouwprojecten heb ik als wethouder in Nijmegen meegemaakt. Dat was daar onderdeel van de klassieke stadsvernieuwing: verouderde woningen die gewoon niet goed genoeg meer waren. Je kunt mensen niet in krotten laten wonen. Je moet dan wel een terugkeergarantie geven voor mensen die in hun oude buurt willen blijven. Er zijn ook mensen die het prima vinden om weg te gaan naar een plek met een betere woning. Met een terugkeergarantie vang je veel problemen op.’

En wat als niet iedereen terug kán, omdat er minder sociale woningen terug komen?

‘Elk antwoord heeft een keerzijde. Er zijn ook mensen, die een wooncarrière willen maken, maar dat in hun eigen wijk niet kunnen. Bij nieuwbouw of renovatie kan dat wel. Daardoor krijg je ook een lagere concentratie van mensen met problemen. Maar het is heel complex, want het kan inderdaad ook om een wijk gaan met veel sociale cohesie, ondanks bijvoorbeeld lage inkomens.’

Is dat in Breda aan de orde?

‘Nee, de opgave in Breda-Noord is niet zozeer dat er verpauperde woningen zijn. Bij ons zitten de problemen vaak achter de voordeur. En de instroom in kwetsbare wijken is van mensen met een laag inkomen en soms ook geen werk. De oplossing voor Breda-Noord ligt ook in andere wijken in de stad, door daar sociale woningen te bouwen. Dat gaat om lotsverbondenheid: je leert elkaar zien, elkaar begrijpen, terwijl je misschien uit heel verschillende werelden komt.’

In welke mate heeft corona impact gehad op kwetsbare wijken?

‘In Breda zeker. Corona is een soort contrastvloeistof die de bestaande verschillen heeft uitvergroot. Thuis leren klinkt leuk, maar als er thuis geen computers of internet zijn of je zit met vier kinderen in een kleine flat, gaat het niet werken. Je ziet daarnaast dat juist mensen in zzp-constructies als eerste hun werk verloren. Die wonen vaak in die kwetsbare wijken. Veel inwoners van Breda-Noord hebben ook geen kantoorbanen, zij moesten de deur uit. En hadden dus ook meer kans om besmet te worden.’

Verwacht je dat er in de formatie gehoor zal zijn voor de oproep? Of ligt dat heel erg aan de vraag welke partijen met elkaar in zee gaan?

‘Als je kijkt naar de breedte van onze coalitie en de maatschappelijke partners die er achter staan, dan denk ik dat het kansrijk is. Het gaat niet alleen om stenen stapelen, maar ook om werk en inkomen, om veiligheid en om onderwijs. En daarmee is het voor meer politieke partijen relevant om stappen te zetten.’


Afbeelding: Ton Toemen | ANP