Lokaal Bestuur
Met Speaking Minds bepalen praktisch opgeleide jongeren de lokale politieke agenda

Er zijn weinig politici te vinden die tegen serieuze inspraak voor burgers en breder maatschappelijk gedragen besluitvorming zijn. Maar tussen wens en werkelijkheid staat de ingewikkelde praktijk. Hoe zorg je ervoor dat niet alleen de participatie-elite haar stempel drukt? Hoe bereik je alle bevolkingsgroepen? En wat kan je doen om ook de zeggenschap van jongeren bij de lokale democratie te vergroten?


Speaking Minds van Save the Children is een methode die gemeenten niet alleen helpt met het vergroten van jongerenparticipatie bij beleid, maar ook speciaal gericht is op praktisch opgeleide jongeren, vertelt trainer Marjolein Weidema. In eerste instantie werden de jongeren betrokken bij de besluitvorming rond kinderarmoede, maar inmiddels zijn daar onderwerpen als klimaatbeleid en veilig opgroeien bijgekomen. ‘Vanuit onze organisatie lobbyden we veel op armoede en schulden. We merkten daarbij dat jongeren vaak niet meegenomen werden in beleidsprocessen. Vanuit dat idee zijn we begonnen met de methode.’

Weidema is nu zes jaar trainer voor Speaking Minds en heeft ook gewerkt aan de ontwikkeling van de methodiek: ‘We werken vanuit de vraag van gemeenten. Zij zijn dan ook onze opdrachtgever, zodat we zeker weten dat zij intrinsiek gemotiveerd zijn en dat er geen schijnparticipatie ontstaat.’

De methodiek

De methode is opgedeeld in een aantal stappen. Het traject start met een vraag aan leerlingen van praktische scholen. Vervolgens krijgen de leerlingen uitleg over dit thema van experts, komt er een ervaringsdeskundige langs op school en gaan ze op werkbezoek in de wijk. Nadat de leerlingen geïnformeerd zijn, gaan ze zelf onderzoek doen. Uiteindelijk leidt dat tot een advies, dat met de wethouder op een slotbijeenkomst wordt gedeeld. ‘Dat gebeurt met een fotoposter, waarin de plannen zowel in taal als met beeld worden gepresenteerd.’

Weidema: Jongeren worden intensief begeleid

De gemeente heeft vervolgens drie maanden de tijd om met de adviezen aan de slag te gaan, legt Weidema uit. ‘Daarbij moedigen we de gemeenten aan om jongerenwerkers actief te betrekken, zodat zij kunnen worden opgeleid tot trainers. Op die manier zet je de methode echt blijvend neer. De trainers kunnen dan ook in het vervolg zelf aan de slag met de methode.’

Volgens Weidema is die methode heel waardevol. ‘Praktisch opgeleide jongeren doen in de besluitvorming zelden mee. Door hen mee te laten denken over voor hen belangrijk beleid brengen we daar verandering in. Het thema is dan haast ondergeschikt. De methode is leidend. We werken vanuit de kracht van jongeren en zorgen ervoor dat hun input serieus wordt meegenomen.’

De praktijk

Wouter Struijk, wethouder in de gemeente Nissewaard, was direct enthousiast over het project. Hij kwam er via zijn ambtenaren in aanraking mee: ‘Het is een mooie kans om jongerenparticipatie op de agenda te zetten. Het is een beetje een open deur, maar de jongeren zijn de toekomst. Zij zullen Nissewaard een stukje mooier maken. Het is heel waardevol als zij ons nieuwe inzichten kunnen geven.’

Struijk: Jongeren moeten het doen

In Nissewaard kwamen een viertal ideeën naar voren: meer voorlichting op scholen, een jongerenloket, een podcast en een kledingruil op school. Met de eerste twee gaat de gemeente aan de slag. ‘De jongeren gaven aan dat ze weinig weten van geld en hoe ze dit verstandig kunnen besteden. Als gemeente organiseerden we rondom de Week van het Geld wel voorlichting en informatiebijeenkomsten, maar de jongeren hadden behoefte aan een verankering van deze lessen. We proberen dat nu te borgen in de schoolstructuur. Daarnaast is een ambtenaar momenteel een jongerenpunt aan het inrichten. Hier kunnen jongeren zich dan melden als ze vastlopen. Uiteraard worden de jongeren bij de totstandkoming hiervan intensief betrokken.’

Niet alleen inhoudelijk nuttig

In Delft worstelde wethouder Karin Schrederhof met de vraag hoe ze de stem van jongeren beter kon laten doorklinken in het armoedebeleid. Met Speaking Minds kreeg die wens concreet vorm. In 2019 boog een groep leerlingen zich over de vraag wat kinderen met ouders die weinig geld nodig hebben. ‘Echt vanuit het perspectief van de kinderen zelf dus.’ Het beviel dusdanig goed, dat er inmiddels een tweede traject is ingezet. ‘Ook voor mijzelf waren die trajecten ontzettend leerzaam. Door hun verhalen krijg je hun perspectief mee.’

Schrederhof: Niet alleen inhoudelijk zaken geleerd

Schrederhof vertelt dat de adviezen niet alleen inhoudelijk van waarde waren. ‘Hele praktische dingen die voor ons normaal leken, zijn dat niet voor hen. Op welke jongeren hun informatie zoeken en wat ze daarbij begrijpelijk vinden, verschilt bijvoorbeeld van onze insteek.’ Weidema vult daarop aan dat de adviezen in verschillende gemeenten erg overeenkomen. ‘Informatiewinning is er inderdaad eentje die vaak terugkomt. Jongeren begrijpen de informatie niet en gemeenten zijn vaak niet te vinden op sociale media, terwijl jongeren juist daar zoeken.’

Volwaardige partners

In Amsterdam Zuidoost stond het thema ‘Veilig Opgroeien’ centraal. ‘Dat is een mooie casus, omdat we de stad veiliger willen maken voor jongeren,’ vertelt Dagelijks Bestuurder Tanja Jadnanansing. De jongeren gingen daar aan de slag met de vraag: ‘Hoe kan ervoor gezorgd worden dat jongeren in Amsterdam Zuidoost thuis veilig kunnen opgroeien?’

‘Als bestuurder heb ik ook veel geleerd op gebied van participatie,’ vertelt Jadnanansing. ‘Niet hap-snap in gesprek gaan, bijvoorbeeld.’ Het is belangrijk dat jongeren zich niet alleen gehoord voelen, maar ook gelijkwaardig zijn. ‘Ze zitten echt fysiek aan tafel en praten mee over verschillende thema’s. Laatst ging het bijvoorbeeld over racisme en zaten jongeren zij aan zij met de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Rabin Baldewsingh. De jongeren konden toen hun verhaal vertellen en belangrijke input leveren.’

Jadnanansing benadrukt wel dat het niet vanzelf gaat. ‘De jongeren krijgen een intensieve training, maar ook van ons als bestuurders vraagt het wat. Je moet ontzettend veel van jongeren houden en geduld hebben. En dat is vaak niet ons sterkste punt. We zijn ontzettend druk en willen snel verder. Die vasthoudend maakt het voor jongeren niet makkelijk.’

Jadnanansing: Makkelijk is het niet

‘De leerlingen mochten hun adviezen presenteren in het raadhuis,’ zegt Schrederhof. ‘Je merkt in het begin dat dat wel even wennen is. Voor leerlingen is zo’n vreemde omgeving best lastig. Maar als je dan iemand – een nationaal figuur bijvoorbeeld hebt die het ijs kan breken en de samenwerking echt op gang komt, is dat niet alleen heel waardevol, maar vooral ook heel mooi om te zien.’


Afbeelding: Speaking Minds in Amsterdam Zuidoost