Lokaal Bestuur
Zorg via Skype: allang geen sciencefiction meer

Maar weinig mensen weten wat het is en hoe het werkt: eHealth. Toch is het gebruik van technologie ter ondersteuning of verbetering van de gezondheid en de gezondheidszorg in opkomst. De technische hoogstandjes volgen elkaar in rap tempo op. Vorige week was het eHealth week en maakte minister Schippers bekend 20 miljoen euro beschikbaar te stellen voor initiatieven van Nederlandse bodem. Lokaal Bestuur sprak met staatssecretaris Martin van Rijn, lector zorginnovaties Erik van Rossum en wethouder Nieske Ketelaar over de vraag wat gemeenten met eHealth doen of zouden kunnen doen.

‘eHealth ontlast en ondersteunt mantelzorgers’

nieske ketelaar

 Wie: Nieske Ketelaar
 Wat: Wethouder Smallingerland

Nederlandse gemeenten blijken het belang van digitale toepassingen voor  zorg, preventie en maatschappelijke ondersteuning te onderkennen, maar  voeren nauwelijks beleid op dit gebied. Herken je dat beeld?
‘Niet direct. De rol van de gemeente bij zorginnovaties is vaak relatief klein. De regie zit vaak bij zorgorganisaties, wij zitten als gemeente al snel meer op het preventieve vlak. Maar daarbij streven we er wel al een aantal jaar naar om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Dan heb je het qua eHealth over toepassingen in en rond het huis en over het in brede zin preventief bezig zijn met leefstijl en participeren.’  

Wat doet Smallingerland dan concreet op dit gebied?
‘We zijn al lang bezig om zo vroeg en laagdrempelig mogelijk hulp aan mensen te bieden die zij in het kader van de Wmo nodig hebben. In 2015 zijn we bijvoorbeeld gestart met een pilot leefstijlmonitoring. Hierbij worden sensoren in en rond woningen aangebracht die bewegingen van mensen met beginnende dementie volgen. Je kunt dan zien of iemand opvallend vaak naar het toilet gaat, of dat een voordeur bijvoorbeeld twee uur open blijft staan. Mantelzorgers krijgen dan een signaal van de software en zoeken dan contact.’

Werkt dat goed?
‘Het ontlast en ondersteunt mantelzorgers. Ze hoeven er niet steeds te zijn om een gerust gevoel te hebben.’ 

Heeft de pilot Smallingerland aangezet tot het ontwikkelen van beleid op eHealth?
‘Ons beleid bestaat voor een groot deel uit aanjagen, relaties leggen, projecten steunen. Een regiefunctie dus. Ons beleidsdoel daarbij is “het voorkomen van” en we proberen daar instrumenten bij te zoeken die zelfredzaamheid kunnen bevorderen.’

Welke lessen heeft Smallingerland geleerd over eHealth?
‘Betrek patiënten, familie en andere mantelzorgers bij het ontwikkelen van producten en beleid. Ze staan open voor experimenten en goede ideeën. Dat moet je als gemeente dus ook doen.’

Moet menselijke hulp eigenlijk wel worden vervangen door techniek?
‘Nee, maar ik geloof wel dat techniek de onderlinge relaties en het zorgen voor elkaar op een goede manier kan ondersteunen. Je moet je daarbij altijd blijven afvragen: met welk doel zet je dit soort middelen in? Daar gaat het om. Het middel moet geen doel worden.’

 ‘P

erik van rossum Wie: Erik van Rossum
 Wat: Bijzonder lector zorginnovaties voor kwetsbare ouderen bij Zuyd Hogeschool

Hoe bekend is eHealth eigenlijk?
‘Het is een nieuw domein, het gebruik van eHealth is nog niet heel groot. Consumentenelektronica zoals wearables,  stappentellers en apps zijn zaken die consumenten vaak zelf aanschaffen. Maar zorg en monitoring op afstand worden slechts mondjesmaat ingezet door bijvoorbeeld huisartsen en specialisten. Dat komt deels doordat zorgverzekeraars lang niet alles vergoeden. eHealth is nog niet zo ingebed in de zorgwereld als je zou hopen.’

Hoe kunnen gemeenten meer inzetten op eHealth toepassingen?
‘Gemeenten kunnen helpen in het aanjagen van eHealth toepassingen. Denk aan toepassingen die helpen bij het aanpassen van woningen, dagbesteding, vervoer en begeleiding op afstand. Je kunt zo stimuleren dat mensen zoveel mogelijk zelfstandig kunnen functioneren en eigen regie kunnen houden.’

Zijn er al goede voorbeelden?
‘Domotica (apparatuur die op afstand kan worden bestuurd, red.), alarmering en leefstijlmonitoring worden al ingezet op het gebied van wonen. Soms gaat het verder. In Heerlen werken we met de gemeente samen aan digitale wijkportalen. Die maken het mogelijk informatie te vinden over wat er speelt in de wijk, bij wie je kunt aankloppen, onderlinge hulpverlening tussen buurtbewoners, enzovoorts.’

Commerciële applicaties als Nextdoor doen toch hetzelfde?
‘Slechts ten dele: integrale wijkportalen kunnen vanuit één omgeving ook toegang verlenen tot informatie en diensten van de gemeente en zorginstellingen. Denk aan beeldcontact met een hulpverlener. Het is wel lastig om instanties aan te laten haken, hun organisatie is vaak niet ingericht op dit soort platforms. Die van de gemeente ook niet trouwens.’

Hoe kijken ouderen naar eHealth? Zien ze het als kans of als bedreiging? 
‘De dekkingsgraad van internetgebruik onder ouderen is heel hoog. Ze staan er positiever tegenover dan vaak wordt gedacht. De professional heeft eerder aarzeling dan de eindgebruiker zelf.’

Neemt eHealth verzorgers werk uit handen?
‘Het is ideaal voor routinematige zaken, zoals het inplannen van afspraken. Daardoor houd je meer tijd over voor het echte menselijke contact. Ook vinden mensen begeleiding via beeldcontact en e-mail soms een prettige manier van ondersteuning. Ze kunnen dan beter zelf bepalen wanneer ze reageren en ze hoeven niet thuis te blijven. Het biedt dus ook meer vrijheid.’

Welke tip kun je gemeenten geven?
‘Trek zoveel mogelijk samen op met eindgebruikers, bedrijven en zorginstanties. Dat lijkt simpel, maar wat je vaak ziet is dat verschillende groepen die iets met eHealth willen elkaar niet opzoeken. De gemeente kan daar de regie in nemen.’

‘eHealth is niet eng’

Martin van Rijn Wie: Martin van Rijn
 Wat: Staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport

 Hoe groot is het belang van eHealth?
 ‘De grootste vraag in de ouderenzorg is: hoe stellen wij mensen in staat zo lang mogelijk hun eigen leven te leiden? Tegenwoordig leven mensen gemiddeld nog maar twee jaar in een verpleeghuis. Bij goede ondersteuning thuis moet je dan ook aandacht hebben voor vaak heel simpele dingen die hun leven makkelijker maken.
Bij eHealth moet je niet zozeer denken aan robots en camera’s. Het is je vader die niet meer drie keer per dag thuis hoeft te wachten om geprikt te worden, maar een nieuwe soort pleister krijgt die aangeeft hoeveel insuline je nodig hebt. Het is een deur die je dicht trekt waarna automatisch het gas wordt uitgeschakeld. Simpele dingen die er al zijn en die ouderen minder afhankelijk maken.
eHealth is niet eng. Het is geen hobby van een paar techneuten op een campus. Het is een extra instrument dat we kunnen en dus moeten gebruiken om ondersteuning thuis beter te maken.’ 

Herken je dat gemeenten het lastig vinden om hier beleid op te ontwikkelen?
‘Ik kan me heel goed voorstellen dat gemeenten de laatste jaren vooral bezig zijn geweest om de dozen te verhuizen en ervoor te zorgen dat de ondersteuning thuis op orde kwam. eHealth zal niet bovenaan het lijstje hebben gestaan.
Nu de verhuizing is afgerond kunnen moeten we doen waar het om begonnen is: persoonsgerichte ondersteuning thuis bieden. eHealth hoort daar zeker bij. Ik verwacht de komende jaren een stille revolutie die niet alleen vanuit de overheid en gemeenten, maar zeker ook vanuit de consumentenmarkt op gang zal komen. Heel grote technologische bedrijven vragen zich nu af hoe zij in kunnen springen op het gegeven dat we de grootste, welvarendste en gezondste generatie ouderen ooit hebben.’

Hoe kunnen gemeenten dit aanpakken?
‘Je zou moeten beginnen met om je heen kijken: wat is er allemaal al? Hoe kan dat de mensen in mijn gemeente helpen? En hoe kan ik daar vervolgens in mijn hulpaanbod op inspringen, bijvoorbeeld bij de inkoop van de Wmo? Het is niet alleen belangrijk en nodig, maar ook gewoon leuk en inspirerend om te zien hoe eHealth het leven thuis beter kan maken.’

Foto: Hollandse Hoogte/Frank Muller