Lokaal Bestuur
Weekendscholen, ongelijkheid en een falend stelsel

Zo op het oog passen de weekendscholen prima in het aloude verheffingsideaal. Naast het basis- of middelbaar onderwijs ook nog eens drie jaar op zondag naar school. Het doel is om de leerlingen een bredere kijk op hun mogelijkheden te geven en ze de bagage mee te geven om zelfstandig keuzes te kunnen maken voor een vervolgopleiding of beroep.

Het lesprogramma bestaat uit vakken als journalistiek, politiek, kunst, ondernemen, geneeskunde en recht en wordt gegeven door gedreven vrijwilligers. Daarnaast leren kinderen discussiëren, debatteren, presenteren en conflicten oplossen. De leerlingen – een paar duizend in totaal – zijn tussen 10 en 14 jaar oud en worden geworven op basisscholen in achterstandswijken in grote steden. Omdat het aantal plekken beperkt blijft, is selectie noodzakelijk. Daarbij wordt vooral gekeken naar hoe groot de kans is dat een leerling het drie jaar durende programma voltooit. In de afgelopen jaren waren dat rond de 1800 leerlingen.

 

De IMC Weekendscholen

Ondanks al deze mooie cijfers roept het bestaan van deze scholen een aantal vragen op. Bijvoorbeeld over de financiering, die volledig uit fondsenwerving komt. De grootste organisatie van weekendscholen in ons land is het IMC dat een ANBI-status voor erkende goede doelen heeft. Volgens hun jaarverslag ontvingen zij in 2014-2015 zo’n 2,5 miljoen euro van partners als de Nationale Postcodeloterij, ING, Deloitte, Achmea en Delta Lloyd.

De vraag rijst dan hoe onafhankelijk je vervolgens bent van deze partijen. Welke invloed hebben zij op het lesprogramma? ‘In principe geen’, zegt Kim van de Wetering, pr-coördinator van IMC Weekendscholen. ‘Sommige partners vinden het wel leuk om bij te dragen aan de lessen door medewerkers als gastdocenten te laten optreden. Voor de lessen recht is er bijvoorbeeld een advocatenkantoor dat medewerkers levert. Zij kunnen als geen ander over hun vakgebied vertellen en kinderen enthousiasmeren.’ 

Leerlingen van weekendscholen hebben later meer kansen

Een andere kwestie is hoe effectief de weekendscholen zijn. De leerlingen krijgen na drie jaar een diploma, maar welke waarde heeft dat papiertje? Hoogleraar Herman van de Werfhorst van de UvA onderzocht het in 2013. De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat leerlingen van de weekendscholen ten opzichte van ‘reguliere’ leerlingen meer zelfvertrouwen ontwikkelen, een helderder toekomstperspectief hebben, meer inlevingsvermogen kennen en meer algemene kennis meekrijgen.  

 

Een dubbel gevoel

De weekendscholen kunnen ook onder politici rekenen op veel sympathie. Volgens Kim van de Wetering zijn er contacten met gemeenten en zijn veel lokale politici ambassadeurs van de weekendscholen. Hoewel ook deze sympathie te begrijpen valt, blijven er vragen. Waarom pakt het reguliere onderwijs dit niet op? Bieden gemeenten deze kinderen bijvoorbeeld zelf wel voldoende kansen?

Het Rotterdamse PvdA-raadslid Co Engberts zegt dat hij daar een dubbel gevoel bij heeft. In zijn stad zijn verschillende weekendscholen: twee van IMC en diverse anderen zoals van de organisatie ‘Petje af’. ‘Als je het afzet tegen het aantal kinderen in achterstandswijken dan doen we als gemeente veel te weinig. Maar zet je het af tegen het geld dat we ervoor hebben dan leveren we een enorme prestatie. Hoewel de PvdA zich in de Tweede Kamer hard heeft gemaakt voor een rechtvaardige verdeling van onderwijsgeld voor achterstandswijken en daar wat mij betreft in is geslaagd, blijft het te weinig.’

Het sluiten van de buurtbibliotheken heeft verstrekkende gevolgen

Volgens Engberts heeft ook de afbraak van wijkvoorzieningen, iets waar de PvdA als coalitiepartner tot 2014 aan heeft meegewerkt, desastreuze gevolgen gehad. ‘Zo is in Rotterdam de bibliotheek uit de wijken wegbezuinigd en gecentraliseerd. Dat was geen goed idee. Van buurtwerkers op Rotterdam-Zuid, Delfshaven en Spangen hoor ik dat veel kinderen een groot gedeelte van de dag, na schooltijd, min of meer op straat leven. Ze wonen vaak met te grote gezinnen in te kleine huizen waar geen mogelijkheid is om fatsoenlijk huiswerk te maken. Wat mij betreft gaan we weer veel dichter bij de mensen in de buurt staan. Wijk- en buurtwerk moeten een nieuwe impuls krijgen. Kleinschaliger voorzieningen zoals een buurthuis of een bibliotheek in de wijk zijn gewoon keihard nodig.’

 

Toenemende ongelijkheid

Hoe kijkt het regulier onderwijs naar het verschijnsel weekendscholen en welke alternatieven zijn er? Saskia Grotenhuis is directeur van de Open Scholengemeenschap Bijlmer in Amsterdam en publiceert regelmatig (o.a. in Trouw en S&D) over de kansenongelijkheid in het onderwijs. Zo pleit zij al jaren voor een stelselwijziging in het onderwijs: een gemengde twee jaar durende brugklas, waarin alle niveaus bij elkaar zitten.

Een pleidooi waarvoor zij zowel in de politiek als bij de scholen de handen niet voor op elkaar lijkt te krijgen. Een gemiste kans wat haar betreft en een vorm van bestuurlijke luiheid: ‘Ik heb er met Paul Rosenmöller (voorzitter van de VO-raad) en anderen over gesproken. Zij vinden dit een “interessant” voorstel, dus ik heb een heel klein beetje hoop. Toch zie ik het nog niet zo snel gebeuren. Ze zeggen wel dat ze iets voor kinderen met een achterstand willen doen maar een systematische stelselwijziging is een brug te ver.’ Ook de scholen zelf zijn wat haar betreft debet aan de huidige situatie. ‘Scholen zien elkaar vooral als concurrenten en verschuilen zich al snel achter wat ouders willen.’

Ongelijkheid kan je alleen bestrijden met een stelselwijziging

Grotenhuis ziet de weekendscholen overigens niet als een factor van grote betekenis. ‘Elk kind dat in het weekend verder kan kijken dan de vier muren van de eigen woning is natuurlijk mooi meegenomen. De weekendscholen zijn er al heel lang en het vergt van het bedrijfsleven minimale inspanning om daar geld in te steken. Het gaat vooral om mensen die iets willen doen. Goodwill kweken. Prima, maar we moeten er niet meer van maken dan het is. Ik denk dat de PvdA, als het niet lukt om een stelselwijziging te realiseren, toch meer kan doen voor kinderen uit achterstandswijken. Ik zou willen zeggen, kijk daarnaar en kom in actie!’

 

Naast intellectuele, ook sociale verdieping

Wat Engberts betreft zijn de weekendscholen een initiatief waar je als sociaal-democraat op zich niets op tegen kunt hebben. ‘Verheffing van kinderen uit achterstandswijken. Prachtig, maar tegelijkertijd ook een soort wake-up call voor ons als politici, omdat ook zij niet alle problemen van alle kinderen kunnen oplossen.’

Bovendien valt de frequentie van het woord ‘ambitie’ op de website van IMC op. ‘Bijna om de alinea. Daar heb ik ook een dubbel gevoel over. Mijn vraag is dan, gaat het alleen om individuele ambitie, om de beroepen en de individuele prestaties en vaardigheden, of ook om een sociaal maatschappelijke ambitie? Dat je met elkaar leert samenleven. Die vind ik misschien nog belangrijker. Hoe beweeg je je in de samenleving? Dat is iets wat kinderen in achterstandswijken niet altijd meekrijgen.’ Het bepaalt echter minstens zo vaak de achterstand. ‘En dan denk ik, gaat het alleen om het winnen? In de jaren tachtig had je de gevleugelde uitspraak “meedoen is belangrijker dan winnen”. Die mentaliteit is helemaal verdwenen. Vanuit sociaal-democratisch gezichtspunt zou ik willen zeggen, als het om ambities en winnen gaat, meedoen is ook belangrijk.’

 

Tijdens de wethoudersdag van 26 augustus aanstaande zullen onder meer minister Jet Bussemaker en oprichter van IMC-Weekendscholen Heleen Terwijn hun visie op verheffing geven. Meer info vind je hier

 

Bijschrift afbeelding: Burgemeester Aboutaleb geeft een gastles bij de Rotterdamse verstiging van de IMC Weekendscholen 

Afbeelding: Frank de Roo/ Hollandse Hoogte