Lokaal Bestuur
Met Spreidingswet is het sollen met asielzoekers niet ten einde, integendeel

Het heeft een tijd geduurd, maar dan heb je ook niets. De Raad van State was even helder als vernietigend in haar oordeel over de Spreidingswet voor asielzoekers. Anders dan de naam doet vermoeden, lijkt het eerlijk verdelen van asielzoekers over de gemeenten met deze wet niet te gaan lukken. Nadat de rechter het kabinet eerder terugfloot om de gezinshereniging, is het de zoveelste tegenvaller in het asieldossier. Of zitten er in de Spreidingswet toch lichtpunten?


De bonusregeling voor gemeenten is contraproductief 

Hans Oosters

Commissaris van de Koning van Utrecht


Utrecht moet relatief veel meer mensen op gaan vangen dan nu volgens de bedachte verdeelsleutel in de Spreidingswet. Wat vind je daarvan?

‘De verdeling is op basis van de hoogte van het inwoneraantal. Er is eigenlijk geen logischer criterium denkbaar. In dat opzicht kunnen we ons achter die verdeling scharen.’

Maar?

‘Het laat wel zien dat er niet vanuit een gelijke positie wordt gestart en dat een aantal provincies een achterstand in te halen heeft. Dat effect lijkt vaak te worden vergeten. Het is belangrijk om te laten zien dat die inhaalslag de opgave in sommige provincies fors maakt.’

Bedoel je daarmee ook dat Utrecht meer had kunnen doen al?

‘Nee, want door de grote behoefte aan extra plekken gaan we pas sinds kort richting taakstellingen per gemeente en provincie. Daarvóór werd er door het COA gekeken naar locaties die beschikbaar waren en pasten bij de door het Rijk gehanteerde criteria. Dat ging vaak om grootschalige locaties, waarbij spreiding geen criterium was. Dat is nu pas. Dus het is wat dat betreft logisch dat de ene provincie nog wat meer te doen heeft dan de ander.’

Kan Utrecht de gestelde doelen halen?

‘Gemeenten en provincie zitten samen aan de provinciale regietafel. We hebben met zijn allen gezegd dat we dat moeten gaan proberen, zo simpel is het. Het zal alleen niet makkelijk zijn. En doordat er vanuit het Rijk nog veel onduidelijkheid is over de prognose van de cijfers is het nóg lastiger.’

Wat maakt dat dan lastig?

‘Het aantal asielzoekers kan altijd hoger uitvallen. Daardoor is het dus een beetje een bewegend doel. Daarom redeneren we nu dat elke goede opvangplek er een is. We zijn bezig om een duurzame voorraad aan opvangplekken te realiseren, die we ook beschikbaar houden op het moment dat de instroom wat minder is. Dat is toch wel de les die we hard geleerd hebben na de vorige crisis, dat die plekken te snel werden afgebouwd. We zoeken daarom naar duurzame plekken en we willen zo snel mogelijk uit de crisisachtige sfeer komen.’

Heeft de provincie voldoende instrumenten in handen?

‘Je moet een onderscheid maken tussen de wettelijke verplichting voor gemeenten om statushouders te vestigen en de provincie die interbestuurlijk toezicht houdt. Daarbij werken provincies met een escalatieladder. Bij het niet meewerken van een gemeente is de hoogste trede op de ladder de indeplaatsstelling, waarbij de provincie zelf gaat voorzien in plekken.’

Dat klinkt heftig.

‘Ja. Die optie is nog nooit gebruikt, mede omdat gemeenten vaak gewoon een goede reden hebben waarom het nog niet lukt. Bijvoorbeeld dat er een te gering aantal geschikte woningen beschikbaar is. Bij de Spreidingswet zal die escalatie voorlopig bij de staatssecretaris blijven liggen. In dit stadium vind ik dat terecht. We zitten nu in een situatie dat niet alleen de reguliere instroom moet worden opgevangen, maar er ook achterstanden ingehaald moeten worden. Iedereen moet dan doen, waar die het beste in is.‘

Waar is de provincie het beste in?

‘In overleg gaan met gemeenten. We hebben bijvoorbeeld afgesproken dat het asielzoekerscentrum in Leersum (in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, red.) met honderd plekken kan worden uitgebreid. Enkele tientallen statushouders, die de gemeente Utrechtse Heuvelrug zou moeten huisvesten, worden in ruil daarvoor opgevangen door de andere Utrechtse gemeenten. Dat lossen we dus in overleg solidair op.’

In het wetsvoorstel staat dat gemeenten, die op eigen initiatief buiten de officiële verdelingsmomenten om opvangplekken aanbieden, een financiële bonus krijgen. Wat vind je daar van?

‘Dat vind ik heel onverstandig. Er is ook niemand buiten het kabinet te vinden die daar anders over denkt volgens mij. De kritiek van gemeenten, provincies en Raad van State is helder. Zo’n bonusregeling werkt contraproductief. Je wordt als gemeente zo in feite aangemoedigd om niet aan de regietafel deel te nemen. En daarbij: gemeenten geven aan het ook helemaal niet nodig te hebben.’

Hoe moet het dan wel?

‘Als het kabinet extra geld heeft om meer plekken op korte termijn te realiseren, bijvoorbeeld in de vorm van portocabins, dan is dat wel een goed instrument. Ook is het nodig dat het Rijk het COA financieel in staat stelt kleinere opvanglocaties in gemeenten in te richten. In Utrecht zijn er veel mogelijkheden voor locaties van vijftig à honderd plekken. Daar is ook draagvlak voor in de samenleving en het geeft vluchtelingen een veel betere kans op een goede start in ons land. De wijze waarop gemeenten de opvang voor Oekraïense vluchtelingen heeft opgepakt is wat mij betreft het goede voorbeeld.’

Kan de chaos van vorig jaar in ter Apel worden voorkomen?

‘Niemand kan dat in dit stadium garanderen. We zien nu al dat de afbouw van de crisisnoodopvang per 1 april niet door kan gaan. Alle tijdelijke plekken die nu zijn gecreëerd, blijven nodig. Ik verwacht dat dit nog een lange periode noodzakelijk is. De druk staat er enorm op. Ik ben er niet gerust op.’

Wat is er op de lange termijn nodig?

‘Ik denk dat de flexibilisering van de asielketen in ieder geval doorgezet moet worden. Duurzame locaties, verspreid over het land dus, die ook een bufferfunctie hebben. In tijden van geringe toestroom moeten die beschikbaar kunnen zijn voor andere doelgroepen.’

Andere doelgroepen?

‘We hebben ook een enorm woningmarktvraagstuk. Wij kiezen hier steeds meer voor combinatieoplossingen. In Houten kunnen we honderd asielzoekers, zeventig statushouders en iets van 75 andere spoedzoekers huisvesten, bijvoorbeeld arbeidsmigranten of mensen die lang op wachtlijsten staan. Juist in die combinatie doe je iets aan de woningbehoefte. Zeker als je daarbij kiest voor meer kleinschaligheid die past bij de omvang van de gemeente.’


Aantallen in de Spreidingswet voor Zuid-Holland niet haalbaar 

Rosalie Bedijn

Statenlid in Zuid-Holland


In het wetsvoorstel voor de Spreidingswet staat onder andere dat gemeenten, die op eigen initiatief opvangplekken bieden een financiële bonus krijgen. Wat vind je daar van?

Het is altijd heel goed als gemeenten net wat meer willen doen, maar dit voorstel klinkt best wel vreemd eigenlijk. Geld geven als je meer mensen opneemt. Je creëert een soort markt voor mensen. Ik vind dat elke gemeente een fair share moet nemen. Dat betekent dat we gemeenten juist moeten aanspreken als ze te weinig doen.’

Wat doen jullie verder als provincie?

‘We ondersteunen gemeenten bij het huisvesten van asielzoekers en statushouders met het helpen van geschikte locaties, flexwoningen en het ombouwen van bestaande panden. Verder vind ik dat de provincie de regie moet nemen. We kunnen gemeenten makkelijker aanspreken dan als je dat als buurgemeente doet.

De Raad van State stelt dat de conceptwet niet duidelijk maakt hóe de verdeling van asielzoekers over gemeenten en provincies precies tot stand komt, terwijl het juist de kern van de Spreidingswet is om hierin inzicht te geven. Wat had het kabinet moeten doen?

‘Dat weet ik niet zo goed. Waar ik vaak tegenaan loop met dit kabinet, is dat ze vaak denken dat de provincies net als de gemeenten min of meer gebruikt kunnen worden als uitvoeringsorganisaties. Net als met de decentralisaties van gemeenten proberen ze steeds meer taken aan ons te geven, zonder de juiste instrumenten en financiën daarvoor.

Ook met de Spreidingswet?

‘Ja, als wij uitvoering zouden moeten geven aan de Spreidingswet, horen daar ook gespecialiseerde ambtenaren en instrumenten bij. Onze ambtenaren op wonen zitten hartstikke vol nu. Die kunnen dat er niet bij hebben. Als je met vijftig gemeenten afspraken moet gaan maken, vereist dat veel inzet, zelfs als je dat in regioverband doet. Dat is echt niet makkelijk. Ik zeg geen nee tegen de taak. We moeten asielzoekers en statushouders een dak boven hun hoofd bieden, maar als provincie moeten we dan wel in staat worden gesteld om dit te regelen.’

De rollen van provincies en COA als huidig uitvoerder van de asielopvang zijn niet duidelijk gedefinieerd in de Spreidingswet. Ook daar de vraag: hoe zou het volgens jou geregeld moeten worden?

‘De provincie zou een regierol kunnen nemen. Als tussenpartij verbind je en kun je gemeenten soms ook streng aanspreken. Onderling bestaat tussen gemeenten wel eens onmin als de ene wel veel mensen opvangt en de ander niet. Dan is het fijn als de provincie daar wat van zegt.’

Zijn daar ook andere bevoegdheden voor nodig?

‘Ja, want een strenge brief sturen of een gesprek voeren is zeker niet altijd voldoende. Er zit nu te weinig ruimte tussen een boze brief en een aanwijzing geven over een bestemmingsplan bijvoorbeeld. Dat kan al door te sturen op het aantal opvangplekken in bestemmingsplannen of een locatie.’

Met de nieuwe verdeelsleutel moeten tien keer meer asielzoekers worden opgevangen in Zuid-Holland. Wat vind je daar van?

‘Zuid-Holland moet absoluut en procentueel de meeste statushouders huisvesten: 132% van wat gevraagd is. Ik snap best dat als je meer inwoners hebt je meer moet doen. Asielzoekers worden nu te vaak richting Drenthe of Friesland gestuurd. We willen de hete aardappel niet doorsturen, maar het is gewoon niet haalbaar om dat daadwerkelijk binnen een jaar te realiseren. Dan heb je het echt alleen over een papieren werkelijkheid. Ik wil wel dat de provincie en de gemeente gaan doen wat ze kunnen. Dat is misschien niet tien keer zoveel.’

Gaat de Spreidingswet het halen?

‘Ik ben heel benieuwd. Als de Raad van State al zo vernietigend oordeelt, dan vraag me af hoe de Kamer erin staat. Als de wet het wel haalt, krijg je dus de praktijk. De uitvoering gaat heel lastig worden, maar ik vind dat onze provincie zijn best moet doen.’


Nog veel onduidelijk 

Sam Meerhoff

Wethouder in Heemstede


Is er asielopvang in Heemstede?

‘Nee, momenteel niet. We werken in de regio Kennemerland samen met meerdere gemeentes aan een transitieplan. De voorbereiding van het aandragen van locaties voor asielhuisvesting is dus in volle gang.’

Gaat het dan om grootschalige huisvesting?

‘Heemstede is negen vierkante kilometer groot. Voor onze begrippen is het al snel grootschalig. We zouden blij zijn als we iets kunnen vinden voor maximaal honderd asielzoekers.’

Is er veel discussie in de politiek in Heemstede over asielopvang?

‘Ja en nee. Over het algemeen is er draagvlak voor asielopvang in de regio. De discussie gaat over bevoegdheden, de Spreidingswet en de kritische reactie van de Raad van State daarop: lopen we niet te hard? Het helpt niet mee dat de wet nog niet af is. Sommige raadsleden hebben daardoor het gevoel dat we misschien beter even kunnen afwachten.’

Wat vind je van de Spreidingswet zoals die nu voorligt?

‘Ik vind het goed dat we in het land een gezamenlijke verantwoordelijkheid krijgen voor opvang. Maar ik heb er ook vragen bij. De wet neemt veel onduidelijkheid niet weg.’

Zoals?

‘Sommige zaken moeten nog uitgewerkt worden. Ook begrijp ik niet dat het COA gaat decentraliseren (veel kleinere locaties openen, verspreid over het land), terwijl ze capaciteitsproblemen hebben. Daar zitten grenzen aan. En de verdeelsleutel is niet logisch.’

Waarom niet?

‘Het kabinet gaat ervan uit dat de meeste opvangplekken moeten komen in de gemeenten met de meeste inwoners. Ik ben blij dat ik niet de wethouder in Amsterdam ben, zeg maar. In heel Noord-Holland moeten er vijf keer zoveel asielzoekers worden opgevangen. Dat lijkt me niet mogelijk.’

Denk je dat de wet er wel snel komt?

‘Dat weet ik niet. De Raad van State vindt dat er wel wijzigingen nodig zijn. Ik ben dat met ze eens.’

Welke stappen zou het kabinet moeten zetten om asielopvang beter te regelen?

‘Ik vind het belangrijkste dat er goede opvang en inburgering komt van statushouders. Je hebt nog steeds gemeenten die geen of weinig statushouders huisvesten, waardoor statushouders in de asielzoekerscentra blijven zitten. Dat moet eerst goed worden georganiseerd.’

Denk je dat de chaos van vorig jaar te voorkomen is?

‘Ik hoop het. Dat is voor ons de belangrijkste reden om mee te denken en in onze regio te zoeken naar plekken waar we mensen structureel op kunnen vangen. Juist om een herhaling van vorig jaar te voorkomen.’


Afbeelding: Ton Toemen | ANP