Column
Hoe nu verder?

Staatssecretaris Eric van der Burg heeft de aantallen bekendgemaakt. Elke gemeente weet nu hoeveel extra plekken er moeten worden gerealiseerd voor de opvang van asielzoekers. Bij sommige gemeenten slaat dit bericht in als een bom, logisch als het gaat om gemeenten die tot nu toe (te) weinig of geen asielzoekers opvingen. Andere gemeenten gaan rustig door met wat zij al deden, namelijk hun verantwoordelijkheid nemen en weer andere kijken wanhopig speurend om zich heen naar mogelijkheden voor nieuwe opvanglocaties die zij eerder niet konden vinden.

En af en toe lees je een verhaal waar je heel blij van wordt, zoals dat over Putte, over een kleinschalige opvang. Waar de mensen elkaar kennen, groeten, de nationaliteiten van de bewoners met vlaggen kenbaar zijn gemaakt en waar de mensen zelf kunnen koken. Het klinkt zo vanzelfsprekend, maar dat laatste is echt heel vaak niet zo. Terwijl eten voor zoveel staat: voor troost, voor thuis, voor samen zijn. De opvang in Putte is in handen van de gemeente en niet van het COA.

Tot nu toe heeft het COA het nooit zo op gehad met kleinschalige opvang. Nee, liever heel veel mensen op een en dezelfde locatie, want dat is voor de logistiek gemakkelijker. Op papier klopt dat ook en gelet op het tekort aan medewerkers, lijkt het ook een logische aanpak, bij voorkeur grote AZC’s. Alleen kleven daar ook nadelen aan. Voor de vluchtelingen zelf én voor de omgeving. Heel veel mensen, elk met hun eigen geschiedenis en trauma’s, op dezelfde plek is niet eenvoudig. Juist niet voor mensen die wellicht meer gebaat zijn bij rust en ruimte om te verwerken wat hen is overkomen en wat zij onderweg hebben meegemaakt.

Nu alle gemeenten weten hoeveel asielzoekers ze moeten opvangen, zal er opnieuw en nog meer worden gespeurd naar locaties. Ondertussen zal er ook een heel circus worden opgetuigd van bewonersbijeenkomsten, informatieavonden, voorlichtingsbijeenkomsten, participatieworkshops en ga zo maar door. In de meeste gevallen moedige pogingen om aan de voorkant meer draagvlak te organiseren voor de opvang. In sommige gevallen om vooral te laten zien dat ‘iedereen’ ertegen is en dat ‘we’ moeten luisteren naar ‘het volk’. Een enkele gemeente haalt de nationale media met de manier waarop zij met haar bewoners in gesprek gaat over de voorwaarden waaraan een locatie zou moeten voldoen. Locaties worden dan later gezocht op basis van de voorwaarden die uit die gesprekken zijn voortgekomen. Dat klinkt heel democratisch en heel participatief. Alleen zijn er zoveel voorwaarden en die zijn zo omvangrijk, dat er nooit een locatie kan worden gevonden die aan al die voorwaarden voldoet. Dat wordt dan weer een reden om niets te doen; je wilt je bewoners die zo goed hebben meegedacht niet passeren als blijkt dat dé ideale locatie er niet is.

En dat klopt. Er zijn geen ideale locaties, er zijn geen ideale oplossingen. Misschien moeten we dat accepteren en in ieder geval voorkomen dat participatie wordt ingezet om gelegitimeerd niets te doen en NIMBY-gedrag te faciliteren. Daarmee help je niemand, niet de mensen die wonen in Ter Apel of Budel, niet de vluchtelingen die naar ons land komen en niet de inwoners die straks toch te maken krijgen met nieuwe buren.

In Putte hebben ze er niet zo’n gedoe van gemaakt, die zijn vooraf aan de invoering van de spreidingswet gewoon aan de slag gegaan. Volgens het Rode Kruis is dat de juiste weg: ‘Je kunt als gemeente meteen zeggen dat het niet kan, maar je kunt het ook proberen.’

Laten we dat gewoon doen. Bij voorkeur met kleine locaties waar mensen eerder verbonden zijn, met elkaar én met ons.


Afbeelding: Ton Toemen Fotografie | ANP