Frans, ik herinner mij nog mijn eerste ontmoeting met de leden van PvdA. Het was een ledenvergadering over het verkiezingsprogramma in 2005. En ik was zo brutaal geweest om daar meteen een inhoudelijke opmerking bij te maken. Het was eerlijk gezegd een vrij onbelangrijke bijdrage. Ik wilde meer aandacht voor toerisme en recreatie. Maar toch werd ik met open armen ontvangen.

Je was toen lijsttrekker en je had grootse plannen met de afdeling. En dus moest er ook een goede en gedegen kandidatenlijst worden samengesteld. Volgens mij zag je wel potentie in mij, maar helemaal zeker was je nog niet. Ik moest daarom nog eerst even langs de ballotagecommissie. En dat was om precies te zijn één persoon: Pieter Venema. Iemand in wie jij veel vertrouwen had. Hij had de juiste mensenkennis. Belangrijk, want je wilde weten wat voor vlees je in de kuip zou halen.

Ik weet niet of ik met vlag en wimpel geslaagd was, maar ik werd wel onderdeel van de club. De rode club. Het voelde als een warm bad. En vanaf dag één heb je me ook onvoorwaardelijk gesteund, want zo was jij. Je zocht altijd de verbinding. Je bracht mensen bij elkaar en zorgde altijd voor een goede sfeer.

Al snel werd je opnieuw wethouder. In 2006. Ik weet nog goed dat ik tijdens mijn eerste raadsvergadering mijn ogen heb uitgekeken. Voor jou was het al lang gesneden koek. Je steunde me direct in mijn rol als raadslid en nam het voor me op toen ik bij mijn allereerste bijdrage over het hoofd werd gezien.

De jaren daarna heb ik je in allerlei functies, rollen en verantwoordelijkheden mogen meemaken. Je was iemand die ons altijd bij de les hield. Die ons weer op het juiste pad bracht als we dreigden af te dwalen. Bij jou ging het altijd om de mens en het collectief. We doen het samen was jouw credo. En rood was jouw kleur. Je stond ermee op en ging ermee naar bed.

Ook in de periodes met Robert Tops en later met Wim Meijberg heb je de club altijd uit de brand willen helpen. En zelfs in deze laatste raadsperiode heb je tot het laatste moment de PvdA op de eerste plek gezet. Dit was je levenswerk. Het was je lust en je leven.

Zelfs toen je lichamelijk al wat zwakker werd, stond je altijd paraat. Ik weet nog dat er 2 maanden terug een bijeenkomst was in Geldrop-Mierlo. We gingen samen daarheen. Er viel nooit een stilte en het was altijd gezellig. Met jouw praatjes en jouw eigen humor. Ja, ik mag wel stellen dat jij me het gedachtegoed van de sociaal-democratie behoorlijk in mijn hoofd hebt geprent. Ik ken de Internationale intussen wel uit mijn hoofd. Maar dat tekent jouw inzet, passie en gedrevenheid. Je was er 24 uur per dag mee bezig. En dat altijd in heel verzorgde kleding, want ijdel was je ook. Kleren maken de man.

Frans, ik kan toch wel stellen dat je een groot voorbeeld bent geweest. Niet alleen voor mij. Maar ik denk voor velen. Ik heb veel van je mogen leren. Jij hebt me het vak eigengemaakt. En ik vrees dat ik het virus van jou heb overgenomen. Ik vrees dat ik net als jij tot het eind zal strijden voor de mens. Voor meer solidariteit en gelijke kansen in deze wereld. Want verschillen zijn er om te overbruggen. Niet om meer afstand te creëren.

Iedereen heeft recht op een eerlijke kans en een gelijkwaardige behandeling. Een directeur is namelijk niet meer of beter dan een schoonmaker. En een manager is niet belangrijker dan iemand die het vuilnis ophaalt. Nee, we doen er allemaal toe. Iedereen is gelijk. Met respect voor elkaar. Dat zijn de kernwaarden van ons bestaan. Dat maakt de samenleving mooi. En dat was jouw visie. Jouw overtuiging.

Laten we hopen dat die visie ooit de werkelijkheid wordt.

 

Jeroen Rooijakkers