Lokaal Bestuur
Het raadsbrede akkoord: einde politiek of medicijn tegen versplintering?

De collegeonderhandelingen zijn weer in volle gang. Vaak een spannend steekspel met een ongewisse uitkomst. Maar het kan ook anders. Het zogeheten raadsakkoord maakt namelijk school. Hierbij sluit de raad als geheel een akkoord en staat er dus in theorie niemand buitenspel. Is dit model het antwoord op de toenemende versplintering in het lokale bestuur? Of betekent het raadsbrede akkoord het einde van de lokale politiek?

Gevoel voor timing hebben ze wel bij de Raad voor het Openbaar Bestuur. De dag voor de verkiezingen braken de onderzoekers in een rapport een lans voor het lokale raadslid dat zich in vrije tijd ‘met hart en ziel’ inzet voor zijn gemeente. Vooral het pleidooi voor een hogere vergoeding in kleinere gemeenten leidde tot veel media-aandacht. De onderzoekers hadden nog een advies aan raadsleden: beperk je tot de hoofdlijnen, zoek verbinding met de wijk en hou je bij de controlerende taak. En laat het besturen over aan de wethouders met hun vakinhoudelijke kennis.

Het laatste lijkt naadloos aan te sluiten bij wat zich al voltrekt in een klein aantal gemeenteraden: de omarming van de raadsakkoorden. Volgens dagblad Trouw werken gemeenten als Castricum, Bergen, Heerhugowaard, Utrechtse Heuvelrug en Gorinchem aan een akkoord dat niet langer door een (nipte) meerderheid van de partijen is dichtgetimmerd, maar door (vrijwel) alle raadsfracties wordt gedragen. Wethouders mogen in het ideaalbeeld solliciteren op basis van dat akkoord. Niet langer is dan enkel van belang van welke partij je bent, maar vooral wat je aan kennis en kunde brengt. De raad controleert.

Blase: ‘Ik vind het heel goed dat deze vorm onderzocht wordt’

Bert Blase kan zich in het ROB-advies vinden. De PvdA-burgemeester van Heerhugowaard ondersteunt dit jaar de gemeenten Vlaardingen, Bergen en zijn eigen gemeente bij de formatie van nieuwe colleges. Deze gemeenten zoeken allemaal een breed gedragen akkoord. Dat heeft alles te maken met de fragmentatie die er in veel gemeenten is ontstaan, legt hij uit. ‘Met veel kleine partijen zie je vaak sterke polarisatie. In sommige gemeenten stonden de verhoudingen tussen coalitie en oppositie zo op scherp, dat gemeenten nu uit een ander vaatje tappen voor een zo breed mogelijk draagvlak.’

De onderhandelingen in de meeste gemeenten lopen nog en dus valt er nog niets over specifieke uitkomsten iets te zeggen. ‘Veel is mogelijk. Of je legt 80% van alle afspraken vast en laat 20% over aan de raadsvergadering of leg je neer in een separaat coalitieakkoord.’ Wat de uitkomst ook wordt, volgens Blase is het interessant om hier ervaring mee op te doen. ‘Je kan niet op voorhand zeggen of deze formule tot een succes leidt. Maar ik vind het heel goed dat deze vorm wordt onderzocht.’

Politiek in de raad

Hoogleraar politicologie Tom van der Meer ziet echter ook risico’s bij een raadsakkoord. ‘Het gaat om de uitvoering van een dergelijk akkoord. In ons dualistisch stelsel is het belangrijk bij wie dan de macht ligt: bij de raad of bij het college.’ In het laatste geval verdwijnt de politiek uit het debat, waarschuwt hij. ‘De raad is dan slechts nog controleur en voert vier jaar geen enkel wezenlijk debat meer. Terwijl het juist belangrijk is dat je het politieke terugziet in het lokale debat. Dat kan ervoor zorgen dat de gemeentepolitiek weer herkenbaarder wordt voor de bewoners. Nu zijn gemeenteraadsverkiezingen nog wat we noemen tweede orde verkiezingen. De opkomst is lager dan bij Kamerverkiezingen en de mensen stemmen vaak op basis van landelijke voorkeuren.’

In een ver verleden hadden veel gemeenten brede akkoorden als afspiegeling van de raad, aldus Van der Meer. ‘Juist een partij als de PvdA wilde er toen vanaf om het politieker te maken. Ik denk dat dat ook goed is voor deze partij. Want als mensen zich niet meer herkennen in de politiek, komt vooral het politieke midden verder in het gedrang.’

Van der Meer: ‘Als mensen zich niet meer herkennen in de politiek, komt vooral het politieke midden in het gedrang’

Carine Bloemhoff is fractievoorzitter in de stad Groningen en is faliekant tegen: ‘Ik vind het helemaal niks, om het maar netjes te zeggen. Met raadsbrede akkoorden trek je alle politieke debat uit de lokale bestuurslaag weg,’ vindt de ambassadeur van het Van Waarde project. ‘Je maakt eenheidsworst en je krijgt eenheidsworst. Het wordt een zakenkabinet uit oorlogstijd, alsof er zich een ramp voltrokken heeft.’ Of je het eens bent met de versplintering of niet, dit is de lokale democratie, zegt ze, met lokale partijen in een lokale verkiezing. ‘Als je dat anders wil, kan je de democratie wel sluiten.’

Bloemhoff noemt nog een reden. ‘Als je niet oppast krijg je met een raadsakkoord een pakket dat geheel door de ambtenaren is geschreven. Terwijl ik vind dat politici eerst zelf met elkaar tot een visie moeten komen. Daar begint het mee. Onze resolutie van Van Waarde zegt ook dat de politiek terug moet komen in de lokale politiek.’

Bloemhoff: ‘Het wordt een zakenkabinet uit oorlogstijd, alsof er zich een ramp voltrokken heeft’

En is een raadsakkoord praktisch wel werkbaar, vraagt ze zich af. ‘Het gevaar bestaat dat je in de raad elkaar in ieder debat met het akkoord om de oren slaat. Je kan als raadslid dan niks meer.’ Ja natuurlijk, ook coalities sluiten aan het begin van een termijn akkoorden, maar ‘daar nemen de partijen in de loop van de tijd afstand van. Niets blijft natuurlijk hetzelfde in vier jaar.’

Vernieuwing wel nodig

Martien Louwers, fractievoorzitter in Arnhem en eveneens ambassadeur van het Van Waarde is ietwat gematigder. Ja, er moet volgens haar soms iets veranderen in de cultuur van de raad als er veel fracties zijn. ‘Ook bij ons zijn er veel kleine partijen met alle gevolgen van dien.’ Na strubbelingen in de vorige periode kwam hoogleraar Frissen tot de conclusie dat de Arnhemse bestuurscultuur te weinig ruimte liet voor de oppositie. Daarom heeft PvdA Arnhem dit keer gepleit voor een akkoord op hoofdlijnen, waarin de raad ‘maximale ruimte’ krijgt. ‘Zo creëer je ook onder de bewoners een breed draagvlak. En een wethouder moet voor ieder plan draagvlak zoeken in de raad.’

Louwers: de PvdA Arnhem heeft gepleit voor een akkoord op hoofdlijnen, zodat de raad maximale ruimte krijgt

Naast alle nadelen zitten er ook voordelen aan een raadsbreed akkoord, zegt de Almelose PvdA-fractievoorzitter Arjan de Vries. In deze gemeente kwam vier jaar geleden een breed programma tot stand. Pas daarna leverden partijen, waaronder de PvdA, wethouders en als proef mocht halverwege de periode een neutrale wethouder van buiten solliciteren. De Vries was gezien de versnippering van 14 partijen op 35 Almelose zetels te spreken over het brede akkoord: ‘Ook kleine partijen zien er echt iets in terug.’ En hoewel het volgens tegenstanders ogenschijnlijk een “vrij verdund programma” werd, wist de raad ook zaken te bereiken. ‘Zoals een jongerenraad. In een versnipperd landschap blijkt samenwerking opeens mogelijk.’

Nu, vier jaar later, hebben grote partijen er zonder de PvdA voor gekozen om niet verder te gaan op de ingeslagen weg. Er komt weer een traditioneel coalitieakkoord. Zonde om de proef bij het oud vuil te zetten, meent De Vries, die ziet dat 12 fracties het de komende 4 jaar met elkaar moeten rooien. ‘Natuurlijk zal een raadsbreed akkoord nooit een geprofileerd programma zijn, maar geef het alsjeblieft de tijd.’

 

Van der Meer stelde in november vorig jaar tijdens de Wibautlezing dat als er al een crisis in de democratie is, dat dat eerder door te weinig dan door te veel politiek komt

Afbeelding: Ger Loeffen | Hollandse Hoogte