Lokaal Bestuur
Experimenteren met een minder strenge bijstand

Vijf gemeenten mogen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid experimenteren met de Participatiewet. Zij krijgen de vrijheid om in pilots te kijken wat er gebeurt wanneer je het strakke bijstandsregime wat laat vieren, of mensen intensiever begeleidt. Waar liggen de kansen om mensen effectiever en prettiger aan het werk te krijgen?

De Apeldoornse wethouder Johan Kruithof kon niet wachten op toestemming van het Rijk. ‘De discussie liep bij ons in de raad al een jaar. Aanvankelijk wilden we wachten op het ministerie, maar dat duurde te lang. Daarom zijn we aan de slag gegaan met een experiment dat binnen de grenzen van de Participatiewet valt. Maar we zoeken die grenzen wel op,’ vertelt Kruithof.

Apeldoorn werkt voor dit experiment samen met de gemeenten Oss, Epe en Geldrop-Mierlo*. De Universiteit van Tilburg begeleidt het experiment. ‘Met ons programma bieden we in Apeldoorn een groep van maximaal tweehonderd bijstandsgerechtigden een regelluw alternatief voor het reguliere re-integratieprogramma. Bij die groep mensen gaan we niet meer zo in de nek hijgen. Omdat we het verschrikkelijk belangrijk vinden dat mensen zo snel mogelijk naar de arbeidsmarkt gaan, hebben we hier een activerend re-integratieprogramma. Dat werkt in sommige gevallen prima, maar ik hoor steeds vaker dat mensen het als betuttelend ervaren. Ze worden onvoldoende aangesproken op hun eigen mogelijkheden, en hebben meer ruimte nodig.’

Kruithof: We zoeken de grenzen van de Participatiewet op

In het experiment krijgen mensen die instromen in de bijstand de vraag of ze mee willen doen met het re-integratieprogramma, of dat ze wat meer ruimte willen hebben. ‘Die mensen laten we een half jaar met rust. In die tijd hopen we dat mensen zelf initiatieven ontplooien om op de arbeidsmarkt te komen. We zien dat een deel van de mensen in die tijd al heel actief is met solliciteren, en soms ook aan het werk komt. Een andere groep neemt even een moment om uit te rusten. Zij hebben die mentale ruimte nodig om zich te verzoenen met het idee van de bijstand en om een plan te maken voor hun route naar de arbeidsmarkt. Natuurlijk zijn we in dat half jaar wel beschikbaar en bereid om iemand mee te helpen. Maar het initiatief ligt altijd bij bijstandsgerechtigde. Jij maakt een plan, als je iets nodig hebt, en je komt met goede argumenten, dan helpen we je.’

Experimenteren in het Hoge Noorden

Groningen is een van de gemeenten die met toestemming van het ministerie een experiment zijn gestart. ‘Vierhonderd bijstandsgerechtigden mogen meedoen aan het Groningse experiment. Zij worden ingedeeld in vier groepen: de eerste groep krijgt ruimte om wat bij te verdienen naast de uitkering, de tweede groep krijgt extra begeleiding, de derde heeft geen sollicitatieplicht en de vierde groep mag zelf kiezen bij welke van de drie groepen ze wil horen,’ legt raadslid Jan Pieter Loopstra uit.

In Groningen zitten ongeveer tienduizend mensen in de bijstand. ‘Daar zijn zoveel mensen bij die met wat meer vrijheid en meer ondersteuning wel aan het werk komen. Die mensen willen we kansen geven. De bijstand zou meer maatwerk moeten zijn, je moet kijken wat echt bij iemand past. Dat had wat mij betreft nog wat ruimer gekund, maar Klijnsma heeft hier al veel moeite voor moeten doen. Met de komst van een rechts kabinet zal het niet makkelijker worden, dus ik ben blij dat we dit geregeld hebben.’

Loopstra: Met de komst van een rechts kabinet zal experimenteren niet makkelijker worden

De stad experimenteerde al eerder op dit vlak; toen ging het om parttime ondernemen. ‘Dat was wel binnen de regelgeving van de Participatiewet. Mensen mochten ondernemen en hun inkomen werd aangevuld met bijstand. Ze mochten niet extra verdienen, maar werden wel gefaciliteerd en begeleid door de sociale dienst. Van de 120 deelnemers die daaraan hebben meegedaan, zijn er nu achttien mensen uit de uitkering geraakt. Veel anderen zijn nog steeds aan het ondernemen, met wat aanvulling vanuit de bijstand. Maar dat is ook mooi: ze zijn in beweging gekomen en aan het werk. Nu de economie groeit, kunnen ze wellicht stappen zetten.’

Meer instrumenten dan alleen strenge regelgeving

Ook in Deventer is een experiment van start gegaan met vier onderzoeksgroepen. Eén groep houdt de huidige situatie, een tweede groep heeft dezelfde verplichtingen, maar meer begeleiding. De derde groep krijgt minder verplichtingen en vooral begeleiding op afstand. De vierde groep krijgt minder verplichtingen en begeleiding naar behoefte. Mensen in deze groep hebben minstens eens per halfjaar een gesprek met de gemeente. Het experiment is net gestart en de aanmeldingen komen goed op gang. Fractievoorzitter Jurgen Goejer is benieuwd naar de uitkomsten. ‘Gelijktijdig met dit experiment loopt een onderzoek van onze Rekenkamer naar de huidige uitvoering van de Participatiewet. We hopen met dit onderzoek en het experiment een goed beeld te krijgen van de beste manier om mensen in de bijstand te helpen.’

Goejer: Wat voor de een werkt, pakt voor de ander slecht uit

Daarbij verwacht Goejer dat er niet één methode uitrolt. ‘Ik kan me voorstellen dat voor de ene groep meer begeleiding goed kan werken, terwijl voor een andere groep meer ruimte en eigen regie goed is. Het zou mooi zijn als dit experiment helpt om te bepalen bij wat voor soort bijstandsgerechtigde welke aanpak goed werkt. Als je ziet dat dit te maken heeft met specifieke kenmerken, kun je de werkconsulenten handvaten bieden om een goede methode te selecteren. Er zijn meer en betere instrumenten om mensen aan het werk te krijgen dan alleen strenge regelgeving.’

Levenservaring en aandacht

‘Om mensen naar de arbeidsmarkt te begeleiden moet je kijken waar ze vandaan komen, en niet alleen waar ze naartoe willen,’ stelt Thomas Kampen, universitair docent aan de Universiteit voor Humanistiek. ‘Mensen die in de bijstand zitten, hebben vaak al het een en ander achter de rug; een scheiding, gezondheidsproblemen of schuldenproblematiek. Zoiets moet vaak nog een plek krijgen. Je moet oog hebben voor hun geschiedenis, niet alleen voor hun werkervaring, maar ook voor hun levenservaring. De lessen die mensen hebben getrokken dragen ze graag over op anderen.’

Vrijwilligerswerk kan daarbij helpen, maar Kampen zag in zijn onderzoek dat dit niet altijd het gewenste effect heeft. ‘Mensen kunnen zich verliezen in vrijwilligerswerk. Ze vinden dat zo fijn en nuttig, dat ze zich eraan hechten en afscheid nemen van het idee dat ze aan betaald werk kunnen komen. Dat komt ook omdat betaald werk steeds vaker wordt omgezet in vrijwilligerswerk. De eisen worden steeds hoger, het lijkt meer op betaald werk.’

Kampen: Aandacht is essentieel

Volgens Kampen is het niet goed om mensen lange tijd met rust te laten. ‘Dat werkt ondermijnend. De meeste mensen willen aandacht voor hun wens om weer aan het werk te gaan. Niet iedereen weet wat hij wil op het gebied van werk, sommige mensen hebben daar hulp bij nodig. Het hangt ook af van hoe je het gesprek voert. De gemeente Amsterdam begint met de vraag “hoe gaat het met je?”. Je moet interesse en aandacht hebben voor mensen, en dan pas kijken naar de mogelijkheden om aan het werk te gaan. Ik denk dat de oplossing ligt in maatwerk: de wensen van mensen bekijken in het licht van hoeveel werk er op dat gebied is. En je moet meenemen dat tegenwoordig veel functies vrijwillig worden; de overheid verandert de arbeidsmarkt. Het is tegenstrijdig om dan van mensen te verwachten dat ze allemaal betaald werk te doen. Als je dat wilt, moet je de arbeidsmarkt actief terug veranderen; bijvoorbeeld door meer gesubsidieerd werk dat uitmondt in een vast contract.’

 

Afbeelding: Werry Crone | Hollandse Hoogte

 

* In de gemeente Geldrop-Mierlo zijn de experimenten inmiddels stopgezet. De VVD en lokale partijen waren namelijk tegen