Lokaal Bestuur
De non-discussie over de opgepotte ‘€ 1,2 miljard’

Nadat het CBS bekend maakte dat gemeenten in 2015 maar liefst € 1,2 miljard voor ‘jeugd- en zorgtaken’ op de plank lieten liggen, wisten Tweede Kamerleden, ouderenorganisaties en de jeugdzorg niet hoe snel ze hun afschuw moesten uitspreken. Terwijl ouderen tevergeefs wachtten op huishoudelijke hulp, hingen wethouders de kille saneerders uit. Die reageerden op hun beurt fel: van de rekensom van het CBS klopt weinig[i] en met het oog op nieuwe kortingen in 2017 is een extra buffer voor de Wmo en jeugdhulp wel zo verstandig.

Ook Andries Ekhart kan zich er behoorlijk boos om maken. Over de beeldvorming, maar vooral over het feit dat het werkelijke probleem niet wordt gezien. ‘Ik vind het maar een non-discussie. Wat nu naar buiten komt, is verre van het hele verhaal’, zegt de wethouder zorg van Leeuwarden. Hoewel zijn stad wel alles uitgaf en er dus in de beeldvorming niet slecht vanaf kwam, hangt Ekhart niet de vlag uit. ‘Je moet het hele sociaal domein meenemen.’

En dan blijkt, dat Leeuwarden alleen met het nodige kunst- en vliegwerk de jeugdzorg overeind kon houden. Het opmaken van het geld was bittere noodzaak. ‘Ja, daar hebben we wat geld uit de Wmo-pot voor gebruikt. Volgend jaar kan dat niet meer en komen we € 9 miljoen tekort. Dat zal dan uit de algemene middelen moeten komen. Op de lange termijn is dat niet houdbaar, natuurlijk,’ aldus Ekhart. Met een zekere jaloezie kijkt hij dan ook naar gemeenten, die door nu te sparen wel kans zien om de klappen van de bezuinigingen in het sociaal domein op te vangen.

Ekhart: ‘Die hele verdeelsleutel van het gemeentefonds klopt niet.’

‘Kijk, het idee achter de decentralisaties is gewoon goed. Ik geloof echt dat de burger door de hulp dichterbij te brengen geholpen is. Maar transities kosten tijd en geld. Beide zijn ons eigenlijk niet gegund,’ stelt Ekhart. Dat en het feit dat de verdeelsleutel voor het sociaal domein van het gemeentefonds niet klopt, is het ware verhaal. ‘Hier in Friesland zijn er echt idiote verschillen. Heerenveen houdt miljoenen over, terwijl in Leeuwarden relatief gezien veel jongeren wonen die hulp nodig hebben. Dat is bekend, maar wordt nauwelijks meegenomen in de berekening van het Rijk. Je ziet dat grote steden met veel problemen structureel te weinig krijgen en de landelijke gebieden, die wat minder voorzieningen hebben, juist relatief meer geld ontvangen. ’

Gemeenten, die het goed doen, zien daar weinig van terug. ‘Eigenlijk is het een perverse prikkel. In Leeuwarden zijn we al ver voor de decentralisaties aan de gang gegaan met het aanpakken van misstanden in de armste wijken van Leeuwarden. Daardoor zijn zowel het aantal uithuisplaatsingen als het onder toezicht plaatsen van kinderen met 40% afgenomen. Prachtig, maar het gevolg is wel dat we minder uit het gemeentefonds krijgen. Heel vervelend, want die aanpak volhouden kost gewoon geld.’ Alleen meer geld richting het gemeentefonds is dus volstrekt onvoldoende volgens Ekhart. Het Rijk zal het geld ook anders moeten verdelen. ‘Denk daarbij bijvoorbeeld aan regiobudgetten.’

‘Weelde’ in Breda

Zo’n tweehonderd kilometer verderop hebben ze aan geld geen gebrek. Volgens het CBS hield de gemeente Breda in 2015 maar liefst € 38 miljoen van de beschikbare € 160 miljoen over. ‘Ja, dat klopt niet,’ zegt de verantwoordelijk wethouder Miriam Haagh. ‘Als je naar de Wmo en jeugdhulp kijkt is dat € 15,3 miljoen.’ Nog steeds een flink bedrag beaamt Haagh. ‘Maar dat geld gaan we niet ineens aan lantaarnpalen en asfalt uitgeven. We hebben een reserve voor het gehele sociaal domein aangelegd: bij de participatiewet komen we bijvoorbeeld € 6 miljoen tekort. En bovendien vangen we daarmee de kortingen van 2017 op.’

Maar toch, ook in 2016 blijft er geld over. ‘Tja, als dat zo blijft, moet het Rijk wel gaan sleutelen in de verdeling van het geld. In onze regio hebben we voldoende, maar van collega’s in het land hoor je een ander geluid.’ Een eventuele korting voor Breda moet dan kunnen, want de Wmo en jeugdhulp is nu goed op orde. ‘Ik weet natuurlijk niet hoe het voor de decentralisaties ging, maar als ik kijk naar de cliënttevredenheid over onze Wmo zijn er geen redenen tot zorg. Op een schaal van 10 tussen de 7 en 8. En ook uit de honderden steekproeven, die we het afgelopen jaar hielden, bleken geen grote misstanden.’

Het lijkt er volgens Haagh op, dat Breda de juiste manier van werken gevonden heeft. ‘Bij de Wmo wordt er niet van tevoren massaal ingekocht, maar kijken we eerst naar wat er nodig is. We gaan met cliënten om tafel zitten. En dan blijkt het vaak net anders te liggen. Zo zijn veel ouderen die huishoudelijke hulp aanvragen eenzaam. Zij hebben dan eerder behoefte aan een luisterend oor van vrijwilligers, mantelzorgers of familie dan hulp in de huishouding.’

Haagh: ‘Als we in Breda structureel geld blijven overhouden, moet het Rijk wel naar de verdeling kijken, ja.’

Deze nuldelijnszorg is kern van Haagh’s beleid. ‘Door de vraag achter de vraag te stellen, kom je erachter wat er echt leeft. Begrijp me niet verkeerd, van verdringing is geen sprake: het echte zorgwerk wordt nog steeds door professionals gedaan. Maar in onze Brabantse gemeenschap bestaat veel behoefte om iets terug te doen. Naast je baan één dag week boodschappenmaatje zijn, is dan een mooie optie.’

Breda koopt dus resultaatgericht in. In september publiceerde de FNV een rapport over deze manier van werken. ‘Resultaatgericht indiceren’ is volgens de vakbond een eufemisme voor het korten in het aantal beschikbare uren in de thuishulp. Hoewel Haagh die kritiek niet onderschrijft, erkent ze dat het altijd beter kan. ‘We waren te onnauwkeurig in de terugkoppeling met cliënten. Zorgverleners en cliënten stelden samen een plan op. Wij als gemeente kregen dan van de zorgverleners te horen wat er afgesproken was. Dat ging teveel op basis van wederzijds vertrouwen. Door aan cliënten te vragen of zij ook tevreden zijn, is het beter in balans.’

‘Bovendien verloopt de samenwerking met de huisartsen bij de jeugdhulp en Wmo nog niet optimaal. Zeker wanneer er binnen een gezin meerdere problemen zijn, kunnen we nog behoorlijk wat stappen zetten.’ En ja, je kan nooit uitsluiten dat mensen om wat voor redenen dan ook zorg mijden. ‘Als wethouder is het lastig om daar de vinger achter te krijgen. Het blijft onzichtbaar. Als gemeente zal je zo laagdrempelig moeten zijn. Maar zonder de kracht en het netwerk van de vrijwilligers in de buurt te gebruiken, ben je nergens. Daar geloven we hier in Breda heilig in.’

 

Heeft jouw gemeente ook geld over? Lees hier hoe je dat overschot verstandig kan investeren. 

 

Afbeelding: Shutterstock 

[i] Zie www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/betrouwbaarheid-cijfers-oversc…