Column
Rechter als onderdeel van de politieke strijd

Het is inmiddels een gewoonte van dit kabinet. Je slaat alle adviezen van verstandige raadgevers in de wind, maakt slechte wetten of past de wetgeving helemaal niet aan, en wacht af. Tot iemand of iets gaat piepen en de gang naar de rechter maakt. Of het nu gaat om de klimaatzaak van Urgenda of de inmiddels niet meer te tellen rechterlijke uitspraken over de stikstof: elke keer krijgt het kabinet van Rutte van de rechter een veeg uit de pan. Nederland doet niet wat het moet doen en schendt (inter)nationale afspraken en regels.

Zo ook bij de asieldeal. In dat kader heeft de rechter bepaald dat de beperking op gezinshereniging van asielzoekers die hier mogen blijven, in strijd is met de wet. De half jaar wachttijd voor een Syrische werd door de rechter van tafel geveegd. Precies zoals was voorspeld door vele politici, door ambtenaren, door politicologen, door rechtsgeleerden. Eigenlijk door iedereen behalve de VVD. Bij D66, CDA en CU wisten ze best dat deze kunstgreep niet houdbaar was, maar om de liberalen binnenboord te houden werd gekozen voor dit lelijke compromis.

Want lelijk is het. Die wachttijd is onfatsoenlijk en inhumaan. Je komt als vluchteling naar Nederland, met alles wat daaraan vooraf is gegaan. Komt in Ter Apel aan, met alle ellende van dien. Gaat een lange procedure in, en als je dan eindelijk mag blijven, mag je je kinderen niet laten komen. Ja, wel als je een huis hebt. Hoe zuur is het om je dan te realiseren dat hetzelfde kabinet Rutte en haar voorgangers er zelf voor hebben gezorgd dat die huizen er niet zijn?

Gelukkig heeft de rechter hier nu een streep doorgezet. Maar daarmee is de kous nog niet af, want alsof het nog allemaal niet beschamend genoeg is, interpreteert het kabinet de uitspraak op geheel eigen wijze. Volgens staatssecretaris Van den Burg gaat het om een individueel geval en komt de asieldeal niet in gevaar. Dat de rechter oordeelde dat de nareismaatregel in zijn geheel in strijd is met de wet, wordt voor het gemak vergeten.

Het is ook om een andere reden niet eind goed al goed. De gang naar de rechter lijkt een ‘gewone’ route te worden. We zien het bij de stikstofprocedures, bij de vergunningverlening aan boeren, rond Schiphol, bij het klimaat. Telkens is er een rechterlijke uitspraak nodig om te bepalen dat iets, wat het kabinet heeft bedacht, niet mag. Dat is niet ongevaarlijk. Op het moment dat de rechtspraak onderdeel wordt, of tot onderdeel wordt gemaakt van het politieke spel, wankelt het idee van scheiding der machten. Zeker als je dan ook nog de rechterlijke uitspraken naast je neerlegt. Of het nu gaat om de asieldeal, Wob-verzoeken die niet worden gehonoreerd (ondanks de uitspraken van de rechter), of een ministerie dat liever een dwangsom betaalt dan openheid van zaken geeft. Het deugt allemaal niet.

Net zo min als het deugt dat Schiphol stikstofrechten koopt door boeren uit te kopen. We zien alweer een nieuwe rechtszaak aankomen. Je kunt kiezen uit de varianten: boeren in Limburg slepen ministerie voor de rechter, omdat ook zij willen worden uitgekocht door Schiphol; Rijk klaagt Schiphol aan vanwege het recht van eerste koop; of Urgenda sleept Rijk en Schiphol voor de rechter, omdat de stikstofuitstoot blijft groeien.

Zo zijn er nog tal van mogelijkheden. Die arme rechters zijn al zo overbelast. Maar anders dan dit kabinet maken de raadsheren en -vrouwen zich er niet makkelijk van af. Elke uitspraak wordt uitvoerig gewogen en nauwgezet onderbouwd. Het is te prijzen dat ze zich niet laten leiden door de gemakkelijke keuzes van de praktische oplossingen, waar het kabinet zo prat op gaat.


Afbeelding: Bart Maat | ANP

Bijschrift afbeelding: staatssecretaris Eric van der Burg staat de pers te woord na de uitspraak van de rechter