Column
Column Jacqueline: Beter laat dan nooit

Integriteit. Voor een aantal mensen blijft het een moeilijk onderwerp. Zo heeft de door mij zeer gewaardeerde Eerste Kamer toch een behoorlijke tijd met het onderwerp geworsteld. De weerzin was groot en een gedragscode opstellen lastig. Maar sinds kort is er witte rook. Ook de Eerste Kamer heeft een gedragscode integriteit.

Niet iedere senator had het er even moeilijk mee. Het verzet zat vooral bij de rechtse partijen: de PVV, het CDA en de VVD. En dat is vreemd. Het is vreemd dat juist de Eerste Kamer – waar politiek een minder grote rol speelt, het lidmaatschap op zich al een nevenfunctie is, en de leden over het algemeen evenwichtige en maatschappelijk geslaagde mensen zijn – zo veel moeite heeft met het stellen van regels over integriteit, terwijl dat voor de andere bestuurslagen de normaalste zaak van de wereld is.

Het is begrijpelijk dat je niet graag over je eigen integriteit praat. Zeker in de politiek lijkt het regelmatig eerder een wapen dan een uitwisseling van normen over gewenst en ongewenst gedrag. Een integriteitsonderzoek is hoe dan ook een smet op je naam en leidt vaak het einde van een politieke carrière in. En zelfs als je van alle blaam gezuiverd wordt, verschijn je in de jaarlijkse politieke integriteitsindex van de Volkskrant. Daarnaast raakt elke verwijzing naar je eigen integriteit aan je zijn, aan je identiteit. Nergens is het zo lastig om je tegen te verdedigen als tegen het verwijt dat je niet integer zou zijn.

En natuurlijk zijn er voorbeelden die heel duidelijk zijn: steekpenningen aannemen is strafbaar, je mobiele werktelefoon gebruiken voor 2 ton privébelletjes is ook niet de bedoeling, en werknemers seksueel lastig vallen is in geen enkel geval geoorloofd. Maar als het over nevenfuncties gaat, is het al wat complexer. En wanneer de schijn van belangenverstrengeling het onderwerp is, is het beeld vaak al helemaal niet eenduidig. Al was het maar omdat er over de normen over wat wel en niet gewenst is verschillend gedacht wordt. Het is niet voor niets dat de partijen in de Eerste Kamer, die zo’n protocol allemaal niet zo nodig vonden in de rechterhoek van het politieke spectrum zaten.

Maar gelukkig is de Eerste Kamer er uitgekomen. De Senaat kiest nu ook voor een werkwijze, waarin het oordeel over kwesties niet meer alleen aan de fractie van de persoon in kwestie is,  maar waarin de Kamervoorzitter en de ondervoorzitters met hulp van de griffie onderzoek kunnen doen. En wellicht nog veel belangrijker: het oordeel wordt openbaar gemaakt.

Neem de kwestie Anne-Wil Duthler. De VVD heeft dat onderzoek zelf opgepakt. En dat moet ook, politieke partijen hebben bij integriteitkwesties een eigen verantwoordelijkheid. Maar in de toekomst gebeurt er meer en zal de Eerste Kamer zelf ook naar de kwestie gaan kijken en een oordeel gaan vellen. Daarmee is het allemaal veel transparanter.

Transparanter wordt het ook door het vooraf helder maken welke nevenfuncties iemand heeft, wat deze functies inhouden en of dit betaalde functies zijn. Dat is niet in de laatste plaats in het belang van de senatoren zelf. Het is gewoon te belangrijk om de schijn van belangenverstrengeling niet op je te laden. Ook omdat het daarbij niet alleen om jezelf gaat, maar om de gehele politieke wereld. Is de een in opspraak, dan heeft dat zijn weerslag op je collega’s. Daarom, hulde aan de Eerste Kamer! Het heeft even geduurd, maar dan heb je ook wat.

Afbeelding: Jaco Klamer | Hollandse Hoogte