Lokaal Bestuur
Lokaal voedselbeleid: balanceren tussen betuttelen en de ongezonde, maar ‘vrije’ keuze

Bier en bitterballen of water en knapperige snackgroenten? Als je kijkt naar de gezondheidseffecten wil je het liefst dat mensen kiezen voor het laatste. Maar moet (en kan) je dat ook afdwingen? Het blijft een lastig dilemma. Kun je als politiek eigenlijk wel opleggen wat mensen eten? En als je je dan al wil bemoeien met de voeding: welke maatregelen zijn dan verstandig en hoe zorg je ervoor dat het gezonde eten voor iedereen betaalbaar is? 


‘Deugtrut uit Helmond’

Het moest vooral een prikkelende column zijn, zegt Nathalie Peijs, PvdA-fractievoorzitter in Helmond. En dat werd het. Want haar column op een lokale website met een oproep tot het weren van nieuwe fastfoodketens, deed online nogal wat stof opwaaien. ‘Ik dacht… laat ik maar eens de deugtrut uithangen, want ik schrok behoorlijk erg van de cijfers: 52% van de volwassenen en 20% van de jongeren heeft overgewicht.’

In Helmondse aandachtswijken gaan mensen gemiddeld zeven jaar eerder dood, zegt Peijs. ‘Vaak door hun leefpatroon. En ze leven ook nog eens gemiddeld zo’n vijftien jaar in een slechtere gezondheid dan mensen in andere wijken. Ik vind dat je dat niet mag negeren. Ik wist wel dat dit iets ging oproepen toen ik het opschreef, maar het verraste me toch wel hoe fel mensen online erop reageerden.’

Peijs: Moeten we wel meer fastfoodketens in onze gemeente willen?

‘Het is natuurlijk niet zo zwart-wit als ik in mijn column beschrijf,’ legt Peijs uit. ‘Natuurlijk weet ik dat niet iedere Helmonder met overgewicht dat heeft, omdat ie naar de McDonalds gaat en dat omgekeerd ook niet iedereen die bij de Burger King komt last heeft van overgewicht. En natuurlijk mogen mensen helemaal zelf bepalen wat ze allemaal in hun mond stoppen. Ik geloof ook meer in het belonen van goede keuzes en verleiding.’

Het gaat Peijs er dan ook om dat de gemeente de fastfoodketens niet ongebreideld moet laten groeien. ‘Helmond heeft al drie grote ketens. Moet er dan echt meer bij komen? Soms wordt het argument van werkgelegenheid erbij gehaald, maar ik zet liever mijn energie in voor lokale ondernemers, dan voor dit soort grote spelers. Want uiteindelijk levert dat ook qua werkgelegenheid meer op: de maatschappelijke én economische binding van die ketens met ons gebied is namelijk heel dun.’

‘Keuzevrijheid’ in Rotterdam

Natuurlijk is het Rotterdamse raadslid Narsingh Balwantsingh voor keuzevrijheid. ’Iedereen moet de keuze kúnnen maken om gezond of ongezond te eten. Dus als je er bewust voor kiest om een patatje te eten, is dat prima. Maar het probleem is dat die vrije keuze er in de praktijk helemaal niet is. Een kilo kipnuggets kun je voor een euro krijgen, terwijl je voor gezondere maaltijd meer moet betalen.’

Voor de groep met een lager inkomen is er dus helemaal geen keuze, stelt Balwantsingh. ‘Het is voor hen noodzakelijk om zo te eten. Gezond voedsel moeten we daarom betaalbaar maken. Waarom is er bijvoorbeeld ook geen “fastfoodketen” voor gezond eten? Zouden we subsidies kunnen geven voor groene ondernemers? Ik wil dat wel uitzoeken.’

Balwantsingh: ‘Ik wil niet de gewone Rotterdammer de hamburger uit de mond tikken’ 

Daarnaast vindt hij het een ‘goede discussie waard’ om met scholen te praten over gezonde schoolkantines. ‘Hoe verleid je die scholen daartoe? Daar moet toch ergens een prikkel vandaan komen. En hoe voorkom je dan dat de jongeren vervolgens niet dagelijks een Turkse pizza halen? Moet je die dan verbieden om open te gaan? Of iets met het bestemmingsplan doen? Ik wil niet de gewone Rotterdammer de hamburger uit de mond tikken, maar wil wel investeren in het onderwerp.’

Ook maatschappelijk levert een preventieve aanpak winst op, denkt Balwantsingh. ‘Het zorgsysteem wordt bijvoorbeeld minder overbelast.’ In een stad als Rotterdam is het daarbij wel van belang om het culturele aspect in acht te nemen. ‘Ik heb zelf een hindoestaanse achtergrond. In de hindoetempel gebruiken we offerspijzen die voor 90% uit suiker bestaan. Als je mensen daarop aanspreekt, zeggen ze: “Ja, maar dit móet ik opeten, anders is het heiligschennis.” In dat geval moet je dus met de priester in gesprek gaan om die trend te doorbreken.’

Niet op de stoel van de huisarts in Wageningen

In Wageningen ziet raadslid Petra van Amersfoort leerlingen in hun lunchpauzes naar de supermarkt gaan om een broodje en een flesje drinken te kopen. ‘En heel eerlijk, ik vind ook niet dat je het als politicus kunt maken om te zeggen dat iemand dat niet meer mag doen. Dan ga je je echt te veel bemoeien met de persoonlijke levenssfeer.’

‘Als politicus ben je geen arts en op die stoel moet je ook niet willen zitten,’ vindt Van Amersfoort. ‘Maar het is wel goed om een gezonde levensstijl te stimuleren. Daar doen we ook veel aan in Wageningen. Zo geven de sociale wijkteams cursussen.’

Lokaal zijn je sturingsmogelijkheden echter beperkt: ook Wageningen blijft afhankelijk van Haagse wetgeving. ‘Het is heel erg stom geweest om de btw op gezond voedsel te verhogen. Je hebt mensen die best gezonder zouden willen eten, maar het geld er niet voor hebben. Dat is belachelijk. Waarom kan alleen iemand die meer verdient gezonder eten?’

Gezond leven in Assen

De Assense fractievoorzitter Cindy Vorselman-Derksen plaatst gezonder eten in een breder perspectief. ‘Natuurlijk moet het gaan over gezond eten, maar je moet mensen ook motiveren en verleiden om in beweging te komen. Dat doen we in Assen in een van de wijken waar een grote sociaal economische ongelijkheid is. Daar is onder begeleiding van een sociale organisatie een wandelgroep gestart. Na de wandeling drinken ze samen nog even een bakje koffie.’

De wandelgroep is onderdeel van een bredere preventieve aanpak, zegt Vorselman. ‘We richten ons uitdrukkelijk op de jeugd. Zo hebben we Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG), hebben we sportakkoorden voor gezonde sportkantines gesloten en kent Assen een eetteam voor kinderen met eetproblemen. Dit team is zowel voor kinderen met overgewicht als met ondergewicht. En tot slot hebben we een preventieakkoord voor gezonde leefstijlinterventies.’

Vorselman: Bekijk het in het bredere perspectief van gezond leven 

Ook Vorselman stelt dat het makkelijker is om gezonde keuzes te maken als je genoeg geld hebt. ‘Wat mij betreft maken we het als politiek makkelijker om een andere keuze te maken: verleiding en nudging in de juiste richting. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je makkelijker op de fiets dan met de auto naar de stad kan. En dat je overal sportclubs in de buurt hebt zitten. Zo maak je het gemakkelijker om die keuze te maken, maar ben je niet betuttelend bezig.’

Daarnaast ziet Vorselman nog een ander probleem: ‘Er moet een brede aanpak zijn met het sociaal domein, dus ook in samenwerking met de afdelingen werk en bijstand. Mensen met schulden kun je stimuleren om de gezonde keuze te maken, maar dat is lastig. Niet alleen omdat het duurder is, ook omdat ze met andere dingen bezig zijn. Het is dan moeilijker om de stap naar een gezond leven te maken.’

Fruitdag in Coevorden

In een naoorlogse wijk van Coevorden zit een supermarkt, waarvan de eigenaar precies weet wanneer de kinderen fruit mee naar school moeten nemen. ‘Alleen op die dagen verkoopt hij fruit,’ vertelt wethouder Joop Brink. Het is illustratief voor het bredere maatschappelijk probleem van ‘overdraagbare armoede’. Dit bestrijden gaat over meer dan een gezonder dieet alleen, stelt Brink. ‘Het is alleen effectief als je het aanpakt in combinatie; alleen gezonde voeding stimuleren, lukt niet als mensen bezig zijn met overleven.’

Daarbij is het een probleem dat niet van vandaag op morgen is opgelost: ‘Je moet er een lange adem voor hebben. Het kost twee tot drie jaar om het fundament voor deze aanpak te leggen, na vijf jaar zie je misschien de eerste resultaten, maar pas na vijftien of twintig jaar zie je pas echt de effecten. We doen het, zodat de jongeren kunnen opgroeien tot sterke volwassenen, die betere keuzes kunnen maken. En omdat de politiek maar tijdelijk is, proberen we ook heel veel maatschappelijk te beleggen bij bijvoorbeeld zorgorganisaties.’

Brink: Dit maatschappelijke probleem vergt jarenlange inzet 

Kinderen en hun ouders worden op de brede school uitgenodigd om samen te koken en een menu te verzinnen. Ook worden gezinscoaches ingezet. ‘Niet iedereen doet vandaag wat. Maar het gaat erom dat de bewustwording groeit. Dat proberen we ook nog te doen met ervaringsdeskundigen, die zelf uit de wijk komen. Je hebt mensen die zeggen ‘ik ben wel gelukkig zoals ik nu leef’ en die niet zitten te wachten op een gezonde leefstijlinterventie. De ervaringsdeskundige kan dan makkelijker contact maken.’

Met het beleid zetten Coevorden en andere gemeenten in Drenthe in op de gemakkelijke keuze en een omgeving die uitnodigt tot gezond leven. ‘Kijk er nou naar of je parkeerplaatsen buiten een wijk kunt aanleggen en zorg ervoor dat je uitdagende beweegplekken hebt in de buurt.’

Daarnaast wil Brink ervoor zorgen dat betaalbare voeding komt in de lokale supermarkten: ‘Bijvoorbeeld door samen te werken met lokale ondernemers, die wat ze in onze regio produceren ook lokaal kunnen verkopen.’ Maar net als in Wageningen stuit hij daarbij op landelijke belemmeringen: ‘Heel veel eten is te vet, te zout en zit te veel suiker in. Daar kan de Rijksoverheid bij helpen met bijvoorbeeld een suikertaks.’


Dit was het tweede deel in onze serie over het verkleinen van de gezondheidsverschillen. Het artikel over hoe je met het verbeteren van woonomstandigheden mensen gezonder kan maken, lees je hier.


Afbeelding: Robin Utrecht | ANP