Column
Column Jacqueline: Op naar 2021

Geld is ingewikkeld. Zeker voor de overheid. Gemeenten hebben te weinig geld. Het Rijk heeft genoeg, maar geeft te weinig uit. En in Europa houdt Nederland de hand op de knip. Elk verdelingsvraagstuk leidt tot winnaars en verliezers, én vooral tot heel veel onderzoek en gepraat: over de maatstaven, de bevoordeling, de aannames en ga zo maar door.

Geld brengt niet altijd het beste in mensen naar voren. Geld genereert geld en geld hebben leidt vaak tot nog meer geld willen hebben. Je kan maandenlang praten en onderzoek doen zonder een woord te zeggen over wat je met het geld zou willen of moeten doen. Dat is altijd zo, maar deze kabinetsperiode lijkt het erger dan ooit. Dit terwijl het geld in tegenstelling tot zeven jaar geleden niet op lijkt te kunnen, de leningen bijna renteloos zijn en sparen geld kost in plaats van dat het wat oplevert.

Het zijn gekke tijden, maar echt verrassend is het allemaal niet. Net zo min wekt het de verbazing, dat de laatste poging tot herverdeling van het gemeentefonds met een jaar is uitgesteld. Er is aanvullend onderzoek nodig, want twee derde van de gemeenten zouden er op achteruit gaan en volgens het CDA moeten vooral de middelgrote en kleine gemeenten bloeden voor de steden. Mooie verkiezingsretoriek. Bij het CDA zijn ze op stoom. De VNG houdt zich daarentegen heerlijk op de vlakte: ‘Het besluit is aan de minister’. Gezien de eerdere discussies over de verdeelmodellen wel een beetje makkelijk. Maar gelukkig pleiten ze dan wel weer voor meer geld.

Gemeenten zitten zonder geld, maar voorlopig hoeven geen leniging van de nood te verwachten. Meer vrijheid om lokale belastingen te heffen, waarbij de lastendruk voor burgers volgens de G40 niet mag stijgen en de Rijksbelastingen dus omlaag zullen moeten, is iets voor de lange termijn. En het ROB-advies om het gemeentefonds te herijken zal evenmin snel de gaten in de begroting dichten.

En juist nu zien wij, eenvoudige raadsleden, de mailbox volstromen met moties uit heel het land om het idee van ‘trap op, trap af’ af te schaffen. Op zich begrijpelijk, maar ook wat kort door de bocht. Want natuurlijk is het zuur dat omdat het Rijk te weinig geld uitgeeft, gemeenten de rekening moeten betalen. Maar het idee van een bepaalde mate van samenhang in de financiële verhoudingen tussen Rijk en andere overheden heeft ook voordelen. Zeker als het economisch minder gaat, voorkomt die samenhang dat er zo maar grote grepen uit het gemeente- en provinciefonds gedaan kunnen worden.

Je kan waarschijnlijk de huidige problemen eenvoudiger ondervangen door het ‘trap op trap af’ te koppelen aan de (meerjaren)begroting van het Rijk in plaats van alleen aan de uitgaven. Daarmee voorkom je de onzekerheid, die in deze tijd kenmerkend is. En minstens zo belangrijk: je hoeft niet weer een nieuwe onderhandeling over een verdeelmodel tussen Rijk en decentrale overheden te voeren.

De tegenstanders ‘de trap op, trap af’-systematiek roepen ons op om de moties onder de aandacht van onze Eerste en Tweede Kamerleden te brengen. Helaas vergeten ze de VNG, maar misschien nog wel opvallender is dat de initiatiefnemers van dit type moties vaak lid zijn van een partij die nu in de regering zit. Je zou denken dat die toch andere ingangen hebben.

Maar goed, het kabinet wil eerst onderzoek doen en dan verder kijken. Eigenlijk zoals ze momenteel op bijna alle terreinen doen. Besluiten van importantie worden niet meer genomen. Op naar 2021, want voor die tijd gebeurt er niet veel.

Afbeelding: Peter Hilz | Hollandse Hoogte